Gekkenhuis op lastigste berg van Europa

Van Australiërs tot Tsjechen en Roemenen: nergens anders dan op de Ventoux blijkt hoe de wielersport mondiaal leeft. Fans van Lance Armstrong zijn er nauwelijks te vinden.

Tienduizenden campers en tentjes langs de kant, een file naar boven en naar beneden, daartussendoor krioelen duizenden fietsers, suizend van de berg af en zwalkend omhoog. Een dag voor de aankomst van de voorlaatste etappe in de Ronde van Frankrijk is het op de Mont Ventoux één grote chaos.

Koersdirecteur Christian Prudhomme wilde een apotheose van de Tour 2009 op de 1.912 meter hoge Reus van de Provence, waar in het verleden wielerhistorie werd geschreven door de allergrootsten. Helaas voor hem lijkt de strijd om de gele leiderstrui al beslist in het voordeel van Alberto Contador, die in het algemeen klassement meer dan vier minuten voorsprong heeft op nummer twee Andy Schleck. Toch maakt de beklimming van de Ventoux – 21,1 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,6 – veel enthousiasme los bij honderdduizenden wielerfans.

Het dorpje Bédoin, aan de voet van de gevreesde berg, werd gisteren bedolven onder de wielertoeristen. Blinkende racefietsen, gelikte tenues. Menu Velo, spaghetti en cola, is favoriet op de terrasjes. „De berg hoef je niet meer op te gaan”, zegt een Belgische wielerfan. „Vanaf het begin van de week is het daar een gekkenhuis met al die campers.” Bovendien is het midden op de dag 35 graden in de brandende zon.

Toch draait onophoudelijk een lang lint de Ventoux op, bij de waterput scherp naar rechts, op de plek waar in 2004 Iban Mayo werd ‘afgeschoten’ voor een individuele tijdrit in de Dauphiné Libéré. Met een gemiddelde snelheid boven de 23 kilometer per uur knalde de Spanjaard naar een recordtijd van 55.51 minuut. Hij versloeg Tyler Hamilton, die de tweede tijd ooit neerzette. Beiden zijn inmiddels geschorst wegens dopegebruik.

De Noorse oud-prof Dag-Otto Lauritzen stapt uit een auto met op het portier een levensgrote foto van hemzelf, stapt op de fiets en begint met wat gasten aan de eerste nog niet zo steile kilometers. Groenetruidrager Thor Hushovd zorgt voor een wielerhype in Noorwegen. Geïmproviseerde campings langs de kant. Mensen picknicken of kijken op een klapstoeltje naar de passerende meute.

Op het asfalt en de spandoeken langs de lange, slopende wegen in het bos staat het verhaal van deze Tour. ‘Allez Pierrick’ prijkt boven een foto op een Franse camper. Ritwinnaar Pierrick Fedrigo is populair bij zijn landgenoten, die met drie ritzeges het gevoel hebben weer mee te tellen en massaal naar de Ventoux trokken. Maar op die berg winnen, zoals idolen Raymond Polidor (1970), Bernard Thévenet (1972) of Richard Virenque (2002) is nog iets anders. Laat staan schitteren zoals Jean-François Bernard, die in 1987 in een tijdrit 58.08 klokte, nog altijd de tiende klimtijd ooit.

Opvallend is het grote aantal Britten langs de kant, voor hun helden ‘Brad’ en ‘Cav’. Mark Cavendish won gisteren zijn vijfde rit. Tweevoudig olympisch kampioen achtervolging Bradley Wiggins staat vierde in het klassement, twee plaatsen hoger dan Tom Simpson in 1962. Vijf jaar later overleed de wilskrachtige renner op de Mont Ventoux, door een combinatie van hitte en het gebruik van stimulerende middelen. Het tragische ongeluk vergrootte de legendevorming rond de berg. Twee kilometer onder de top, bij het monument voor Simpson, was het ook gisteren weer een komen en gaan van fans die bloemen neerlegden of zich lieten fotograferen.

Van Australiërs en Nieuw-Zeelanders tot Tsjechen en Roemenen: nergens beter dan op de Ventoux blijkt hoe de wielersport mondiaal leeft. Op tien kilometer onder de top danst een groep Nederlanders. ‘Tankink is god’, staat op de weg, maar Bram Tankink doet niet mee. Even later ‘Kenny van Hummel’, uitgevallen in de zeventiende rit. En vlak onder de top een verregend opschrift ‘Robert Gesink’, begin juni uitblinker in de Dauphiné, nu in rit vijf uitgevallen met een polsbreuk.

‘Bravo Nocentini’, schilderden de Italianen voor hun landgenoot die verrassend een week de gele trui droeg. Voorbij Chalet Reynard, waar het bos definitief overgaat in het kale ‘maanlandschap’, plaatsten Duitsers de goede prestaties van Andreas Klöden in perspectief, door ‘Klödi’ boven de eveneens uit de DDR afkomstige ‘Ulle’ (Ullrich), ‘Wese’ (Wesemann) en ‘Heppe’ (Heppner) te schrijven.

Qua populariteit winnen de Luxemburgse broers Fränk en Andy Schleck moeiteloos op de Ventoux. Overal vlaggen van hun fanclub. In 1958 was hun landgenoot Charly Gaul, de engel van het hooggebergte, de winnaar van de eerste Touraankomst op de mythische berg. In een individuele tijdrit klokte hij 1.02.09, een tijd die velen vandaag niet zullen halen.

Ook opvallend: weinig supporters voor Lance Armstrong, die nooit kon winnen op de berg die hij ‘de lastigste in Europa’ noemt. In 2000 liet hij tot zijn spijt Marco Pantani winnen. Nu verdedigt hij zijn derde plaats in het klassement. En rijdt hij vlak voor de laatste steile bocht naar de top over het opschrift: ‘Solo Contador’.

    • Maarten Scholten