Alleen

Nooit eerder in de geschiedenis van de Tour is een gele truidrager zo alleen gelaten als Alberto Contador in deze editie. Drie weken lang is de Spaanse matador in zijn eigen ploeg vakkundig genegeerd. Tijdens de tijdrit in Annecy – die hij magistraal won – zat ploegmanager Johan Bruyneel niet eens in de auto achter de gele trui. Bruyneel reed liever achter zijn vriend Armstrong aan.

In het eerste deel van de tijdrit deden de oortjes van Contador het niet. Ik wist meteen: boycot! Haperende oortjes? Dat is iets voor Denis Mensjov, maar toch niet voor de nummer één in het klassement van de Tour. Zo slordig kun je het niet bedenken, zonder kwaad opzet. Het was ook nog op de dag dat Lance zijn nieuwe wielerploeg bekendmaakte: Radio-Shack, een Amerikaanse elektronicareus. Waar zouden oortjes beter dansen?

Hoe meer rivaliteit, hoe liever, maar dan wel onder kandidaat-tricotdragers, niet tussen ploegmaten onderling. De tweestrijd voor de groene trui tussen Mark Cavendish en Thor Hushovd was grimmig, maar wel mooi. Een gevecht op leven en dood. Zo hoort het. Maar de manier waarop Alberto Contador drie weken lang gemangeld is door het vileine broederschap Bruyneel-Armstrong is infaam. Wat heet: verkrachting is lekkerder.

Het begon al bij de proloog in Monaco. Ineens liet Lance Armstrong weten dat ook hij voor de eindzege ging. Daarmee werd de illusie van Contador als onvoorwaardelijke kopman van Astana weggeblazen. Het was nog maar het voorspel van de Firma List & Bedrog. Wat volgde, was een dagelijkse treiterbeurt – pure sm. Alberto werd quasi doodgetwitterd in beledigingen. Hij kon nog weinig goed doen.

Na zijn versnelling op de Col de la Colombière, met de gebroeders Schleck, waarbij Andreas Klöden moest afhaken, werd hij tot excuses aan het hele team verplicht. Zijn demarrage was dom en ongepast, zei ook Johan Bruyneel. Dat hij als leider in de Tour nog probeerde een paar minuten uit te lopen op de concurrentie was niet te pardonneren. Pardon? Dat je het durft zeggen.

Op de knieën, Alberto!

Ik denk nu aan Jacques Anquetil, aan ‘Perico’ Delgado en Miguel Indurain. Zouden zij zich geëxcuseerd hebben voor goeie benen? Niet eens in lichtjaren. Zou bij de heilige Lance Armstrong ooit de gedachte zijn opgekomen om, na een weergaloze klim op l’Alpe d’Huez, bij de ploegmaten te gaan janken: „Sorry, mates, ik kon het niet laten.” Natuurlijk niet. Maar who the fuck is Alberto Contador? Een lispelende Spanjaard die amper geleerd heeft met mes en vork te eten. Volksjongen van het platteland, zowaar. Onbespoten door wat voor Amerikaanse stedelijkheid ook. Fabuleuze coureur, dat wel, maar niet een geboren sandwichman. Eigenlijk een sukkel met rappe benen.

Zo spreken ze bij Astana over de toekomstige Tourwinnaar. Nog liever zouden Bruyneel en Armstrong een karaktermoord plegen. En ja, de dag komt dat zij, in groteske liefdeloosheid, op de dopingcarrousel van geruchten zullen springen. Of toch, niet eens meer de moeite zullen nemen voor een flagrant weerwoord.

De eenzame fietser Alberto Contador.

Wat een schril contrast met Fränk en Andy Schleck. Renners die druipen van broederliefde. Die op de door Astana zo verdoemde Colombière een ongeremde innigheid in liefde vertoonden. Als waren ze uit elkaars rib gesneden. Geluk in tweevoud, zoals we dat bij Wesley Sneijder en Yolanthe nooit zullen zien.

Toch niet zo ostentatief.

In de laatste week van de Tour gaf Johan Bruyneel het eerlijk toe: Armstrong en Contador passen niet bij elkaar. Dat zei hij, nadat hij zijn afscheid bij Astana had aangekondigd. De eerste de beste uitbater van botsauto’s, op de kermis van Tilburg, is delicater en fijnzinniger in communicatie. Die wacht tenminste nog tot de volkstoeloop voorbij is om de scheiding der geesten aan te kondigen. En dan nog met iets meer fluweel in de bek.

De Tour anno 2009 was eigenlijk heel ordinair. Met dank aan Astana, aan de intrigezucht van Armstrong en Bruyneel. Met dank natuurlijk ook aan Rabobank: zielepoten van het ergste soort. Zo ze al overeind bleven, was het om bij de bus te jammeren en te klagen. Het heette altijd dat Rabobank niet getroffen was door de crisis – nu dus wel. En hoe!

Waar was Nederland in de Tour? Net vóór de bezemwagen, dus. Daar liggen ze in Boxmeer niet wakker van. Kenny van Hummel zal een vorstelijk startgeld krijgen voor… het startschot.

Nederland wielernatie? Hooguit voor poedels en vrouwen.

En dan nog alleen op zondag, op de Veluwe. Nee, helaas niet in Le Grand Bornand.