Zo denk ik erover als oer-Hollandse Marokkaan

Waarom moet ik mij elke keer weer verantwoorden wanneer Marokkaanse Nederlanders slecht in het nieuws komen? Beoordeel mij op mijn eigen gedrag, verzoekt Tofik Dibi.

appels en rotte appels Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Hoe voelt het om als Marokkaanse Nederlander de negatieve berichten over Marokkaanse Nederlanders te lezen, vroeg iemand mij deze week. Ik zit nu in Marokko in een afgelegen dorpje en bezie daardoor alle berichten vanuit een ander perspectief. Gevoelens laten zich moeilijk in woorden vatten en, als ik voor mijzelf spreek, voelt het elke keer weer anders.

Soms is het een misplaatst gevoel van schaamte bij het kijken naar een aflevering van Opsporing Verzocht. Ik weet natuurlijk dat ik hier niks mee te maken heb, maar het gevoel bekruipt mij dat anderen dat wel vinden. Soms is het een gevoel van ongeloof als blijkt dat enkele vestigingen van de AH to go er openlijk voor uitkomen ‘geen Marokkanen’ in dienst te willen nemen. En zojuist slaakte ik een diepe zucht gevolgd door een gevoel van boosheid, toen ik hoorde dat de PVV wil weten of ‘allochtonen’ Nederland alleen maar geld kosten of dat ze ook nog iets opleveren.

Hoewel de stemming elke keer wisselt en moeilijk is te verwoorden, is er één gevoel, treffend beschreven door journaliste Salima Bouchtaoui, dat mij jaren in zijn greep had: „Een aantal jaren geleden heb ik met succes de middelbare school afgesloten. Ik wist niet dat ik de jaren erna, bij ieder incident waarbij een Marokkaan betrokken is, steeds weer examen af moest leggen.”

Lange tijd heb ik mij zo gevoeld. Lange tijd had ik het idee dat ik bij elk nieuw ‘Marokkanendrama’ nog meer mijn best moest doen om me te bewijzen. Lange tijd schoot ik in de verdediging door te wijzen naar de ‘goede’ Marokkaans-Nederlandse appels in de mand. Lange tijd liet ik me intimideren door beschuldigingen van ‘slachtofferschap’ en vragen als ‘maar, meneer Dibi, ontkent u dan dat er ontzettend veel problemen zijn in ‘uw’ gemeenschap?’

Dat is verleden tijd. Inmiddels kan ik onderscheid maken tussen legitieme kritiek, goedkope, op sensatie gerichte kritiek en kritiek gericht op electoraal gewin. Ik wil niet behandeld worden op basis van een groepskenmerk, maar op mijn gedrag als individu. Mijn reactie op het compliment ‘wat spreekt u goed Nederlands!’ is niet langer een bescheiden ‘dankuwel’, maar ‘goh, u ook!’.

Een paar dagen geleden bereikte mij een nieuw bericht over Marokkaanse Nederlanders. De boodschap was dat veel Marokkaanse Nederlanders het idee hebben dat ze het niet goed doen in Nederland. Uit een enquête in opdracht van de Adviesraad voor de Marokkaanse Gemeenschap in het buitenland (CCME) bleek dat Marokkaanse migranten zich in Nederland vaker afgewezen voelen dan migranten in Spanje, Frankrijk, België, Duitsland en Italië. Dat was vooral het geval bij de kinderen van de migranten, mijn generatie dus.

Dat is opmerkelijk omdat onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau heeft laten zien dat het juist steeds beter gaat met de nieuwe Nederlanders: ze lopen hun sociaal-economische achterstanden op autochtonen steeds verder in. En dat geldt juist voor mijn generatie. Niet alleen op sociaal-economisch gebied worden de verschillen kleiner, maar ook op het sociaal-culturele vlak. Studies van Jaco Dagevos, Han Entzinger en Philip van Praag hebben laten zien dat Nederlandse migranten en hun kinderen progressieve westerse waarden nastreven, meer dan migranten in andere landen.

Kennelijk zijn de verhoudingen tussen migranten, hun kinderen en niet-migranten in Nederland dus meer verstoord dan in andere Europese landen. Betekent dat dat de integratieproblemen bij ons groter zijn dan in ons omringende landen? Niets wijst daarop. Het lijkt er meer op dat veel Nederlanders, in het bijzonder de media en politici die lijken te verlangen naar een monocultureel Nederland, obsessief bezig zijn met het volgen van Marokkanennieuws.

En dat brengt me terug bij de beginvraag. Alleen stel ik hem nu aan de oer-Hollandse en niet-Marokkaanse krantenlezer. Ik ben namelijk benieuwd hoe het voor u is om de krant open te slaan of naar een actualiteitenprogramma te zappen en de negatieve berichten over Marokkaanse Nederlanders vliegen u om de oren. Denkt u dan ‘hèhè, eindelijk is het taboe over de multiculturele samenleving verleden tijd’? Of denkt u dat het er inmiddels meer op lijkt dat het taboe is om de constante stroom aan negatieve berichten over Marokkaanse Nederlanders zat te zijn? Als oer-Hollandse Marokkaan denk ik vooral het tweede en het zou het nuchtere Holland passen alle taboes te beslechten.

Tofik Dibi is Tweede Kamerlid voor GroenLinks.

    • Tofik Dibi