Wat wil Hirsch Ballin met de Paspoortwet?

Vorige week uitten de VN kritiek op de Nederlandse Paspoortwet. Het antwoord van minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) in Genève stelt allerminst gerust, schrijven Max Snijder e.a.

Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties heeft vorige week in Genève minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) ondervraagd over de mensenrechtensituatie in Nederland. Hierbij kwamen ook de mogelijke gevolgen aan de orde van invoering van de nieuwe Paspoortwet voor de Nederlandse burgerrechten. Deze wet gaat op 15 september in.

De onlangs aangenomen wet voorziet in de oprichting van een centrale databank met vingerafdrukgegevens van alle Nederlandse paspoorthouders. Bovendien krijgt de officier van justitie onder bepaalde voorwaarden toegang tot de database in opsporingszaken. Het Mensenrechtencomité stelde met klem enkele kritische vragen over de verenigbaarheid van deze databank met artikel 8 van het Europees verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Dat het comité hierover zijn ongerustheid uitsprak, was absoluut te verwachten. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), biometrie-experts en (internationale) juristen hebben herhaaldelijk gewezen op de onwenselijkheid van centrale opslag van vingerafdrukgegevens in verband met het recht op privacy en onacceptabele veiligheidsrisico’s.

Wat wel zeer veel verbazing heeft gewekt, zijn de opmerkingen van Hirsch Ballin in Genève. Terwijl het kabinet in juni tegenover het Nederlandse parlement bezwaren tegen de Paspoortwet nog ongegrond verklaarde door de risico’s als minimaal en de privacyinbreuk als proportioneel te bestempelen, gaf de minister in Genève onverwachts toe dat misschien voor de verkeerde biometrie is gekozen.

Immers, na afloop van de eerste zittingsdag zei de minister niet uit te sluiten dat de vingerafdrukken „op termijn” worden vervangen door de irisscans. Met die uitspraak trachtte de minister blijkbaar tegemoet te komen aan kritiek van het VN-comité over het opsporingselement van de Paspoortwet. Een databank met irisscans in plaats van vingerafdrukken zou voor de opsporingsdiensten niet meer interessant zijn, is blijkbaar de gedachte van de minister. De uitspraak van de minister is opmerkelijk, mede omdat een van de pijlers van de nieuwe Paspoortwet juist dat opsporingselement is.

Wat moeten wij hier nu van maken? Is hier sprake van een heroverweging van de minister over een net door het parlement geloodste wet?

Voor de duidelijkheid: de Europese afspraken schrijven voor dat in de paspoortchip naast de nu al ingevoerde gelaatsscan een tweede biometrisch kenmerk moet worden opgenomen – bijvoorbeeld de vingerafdruk of de irisscan. Met het opnemen van een vingerafdruk of een irisscan in de paspoortchip, zou Nederland inderdaad aan al zijn Europese verplichtingen voldoen.

Maar zoals gezegd gaat de Nederlandse overheid verder dan de Europese regelgeving voorschrijft, en gaat het ter bestrijding van de identiteitsfraude de biometrische gegevens vanaf september ook opslaan in een centrale databank. Is de minister inmiddels van mening dat irisscans veel gevoeligheden rondom zo’n databank zouden wegnemen?

Natuurlijk is de iris, in tegenstelling tot de vingerafdruk, geen traditioneel bewijsmiddel in het strafproces. Het punt is echter dat het met de huidige stand van de iristechnologie al mogelijk is om – zonder dat de betrokkene het weet – foto’s van zijn iris te maken en die met opgeslagen irisafdrukken te vergelijken. Het is daarom niet uitgesloten dat de opsporingsdiensten met de iris in de toekomst in feite dezelfde mogelijkheden krijgen als met de vingerafdrukkendatabank van het huidige wetsvoorstel. Of wil de minister de irisafdruk „op termijn” alleen in het paspoort opslaan, en niet in een centrale databank?

Hoe het ook zij, de opstelling van de minister in Genève is niet te begrijpen. Waarom is in het parlement zo gehamerd op het opsporingsbelang en waarom zijn juist dáár geen biometrische alternatieven en afwegingen voorgelegd?

En wat bedoelt de minister met het vervangen van vingerafdrukken door irisscans „op termijn”? Wat doen we dan intussen met het centraal opslaan van de vingerafdrukken? Zoals gezegd gaat de nieuwe wet al op 15 september in. Voor Nederlandse diplomaten in het buitenland geldt de wet al sinds eind vorige maand.

We kunnen alleen maar gissen. Met het noemen van de iris als alternatief ten overstaan van een gezaghebbend VN-comité is de kans dat de Paspoortwet aanhangig wordt gemaakt bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens aanzienlijk toegenomen. Door ditzelfde hof werd de Britse overheid in december 2008 teruggefloten over een grootschalige DNA- en vingerafdrukdatabank.

Intussen heeft ook het Europees Parlement vragen gesteld over de Nederlandse wet, onder andere of deze niet strijdig is met artikel 8 van het EVRM.

Zweden, de nieuwe EU-voorzitter, heeft de bescherming van burger- en grondrechten op het gebied van privacy en persoonlijke levenssfeer hoog op de agenda gezet. Vorige week bereikten de ministers van Justitie hierover in Stockholm overeenstemming. „Bij krachtige Europese rechtshandhaving behoren garanties voor burgerlijke vrijheden”, zei minister Hirsch Ballin bij deze gelegenheid. Hij voegde daaraan toe dat hij het toetreden van de EU tot het EVRM een realistische ambitie vond. Als we toch „op termijn” om privacyredenen op de irisscan overgaan, zullen we dan het bouwen van de centrale biometrische databank de komende jaren maar even in de ijskast zetten?

Max Snijder is o.a. directeur van de European Biometrics Group. Annemarie Sprokkereef en Ronald Leenes zijn verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT), aan de Universiteit van Tilburg.

    • Max Snijder E.A