Vrijbrief voor activistenmoordenaars

Opnieuw een vermoorde rechtenactivist in Rusland. Deze week werd Andrej Koelagin dood gevonden. „Het lijkt een eindeloze reeks te worden.”

Op het Poesjkinplein in Moskou, staan enkele tientallen demonstranten met foto’s van de vorige week in Tsjetsjenië vermoorde mensenrechtenactiviste Natalia Estemirova. Ze eisen het op non-actief zetten van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov. Net zoals prominente mensenrechtenstrijders als Ljoedmila Aleksejeva en Lev Ponomarjov dat eerder op de dag in een open brief aan president Medvedev hebben gevraagd.

„Kadyrov heeft in het openbaar en in strijd met de wet verklaard dat het onderzoek wordt uitgevoerd met ‘lokale methoden’”, schrijven ze. „Daarom geloven we niet dat er in Tsjetsjenië een efficiënt onderzoek komt naar de moord op Estemirova, zolang Kadyrov de macht in handen heeft.”

Op een van spandoeken wordt ook Andrej Koelagin herdacht, de 40-jarige rechtenactivist uit de provincie Karelië. Woensdag werd bekend dat zijn lijk op 10 juli gevonden was bij Petrozavodsk. Koelagin, die al twee maanden werd vermist, was in Karelië het hoofd van de lokale afdeling van Spravedlivost (Rechtvaardigheid), een in 2006 opgerichte rechtenorganisatie van juristen die onderzoek doen naar overheidscorruptie. „Daarom is hij vermoord”, zegt de gepensioneerde jurist Valeri Varganski, aan het eind van de demonstratie. „Koelagin onderzocht corruptie in de naaste omgeving van gouverneur Katanandov van Karelië. Hij kwam blijkbaar te dicht bij de waarheid.”

Koelagin is het jongste slachtoffer in een rij van mensenrechtenactivisten, die sinds januari zijn vermoord. De moord op hem wijkt echter af van de drie andere, omdat Koelagin niets met Tsjetsjenië te maken had en hij zich bezighield met corruptiepraktijken in het ogenschijnlijk rustige Karelië.

Het moordjaar begon op 19 januari met het doodschieten van mensenrechtenadvocaat Stanislav Markjelov en journaliste Anastasia Baboerova. Vorige week kwam daar Estemirova bij. Nu is er het lijk van Koelagin. „Mensenrechtenactivisten zijn de open zenuwen van een burgersamenleving”, zegt Andrej Stolboenov, directeur van Spravedlivost, op zijn website. Met die woorden vervat hij de kern van de huidige situatie op gebied van de mensenrechten. „Het klimaat voor mensenrechtenactivisten wordt steeds gevaarlijker”, zegt Tatjana Loksjina van de Russische afdeling van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. „Iedereen die onderzoek doet naar misstanden bij de overheid loopt nu gevaar. Het lijkt een eindeloze reeks moorden te worden. Als gevolg daarvan neemt het aantal mensen dat die misstanden aan de kaak stelt steeds verder af. ”

Loksjina gaat er vanuit dat de daders nooit gevonden worden. En dat is juist extra gevaarlijk. „Er bestaat in Rusland een klimaat van straffeloosheid”, zegt ze. „Als dergelijke moordzaken niet worden opgelost, is dat een sein voor de misdadigers dat ze er mee weg komen. Dat moedigt hen aan om nieuwe moorden te plegen.”

Allison Gill, de directeur van Human Rights Watch in Rusland, gaat verder. „Het klimaat voor rechtenactivisten was al slecht, maar door de recente moorden is het vergiftigd. Er wordt nooit iemand gearresteerd. Dat is de gruwelijkste boodschap aan de activisten. De Russische regering kan onze veiligheid niet garanderen en geeft daarmee aan dat toekomstige misdaden tegen ons niet serieus worden genomen.”

In de uitspraken van president Medvedev over het opsporen van de daders heeft Gill geen enkel vertrouwen. „We verwelkomen Medvedevs verklaringen dat de daders van de moord op Estemirova gevonden moeten worden. Maar hij heeft die belofte meteen ondermijnd door de beschuldigingen dat Kadyrov bij de moord betrokken is ‘primitief’ te noemen. Als jurist ondergraaft hij daarmee de geloofwaardigheid van het onderzoek. En daarmee is hij ook zelf volstrekt ongeloofwaardig geworden als iemand die in het juridisch proces gelooft.”