Verlost van eigen demonen

De Zuid-Afrikaanse jazz-trompettist Hugh Masekela leefde 26 jaar in ballingschap maar werkt nu harder dan ooit. „Ik heb genoeg tijd verloren.”

Hugh Masekela Foto Elijah Star Star, Elijah

Nelson Mandela zat nog gevangen op Robben Island toen de Zuid-Afrikaanse trompettist Hugh Masekela het nummer Bring Back Nelson Mandela schreef. Het werd niet alleen een grote hit, maar groeide uit tot een nationaal loflied dat veelvuldig klonk tijdens Mandela’s vrijheidstournee rond de wereld. In een land waar onder het Apartheidsregime muziekuitingen behoorlijk in de kiem zijn gesmoord – zeker de als radicaal en frivool beschouwde (Afro)jazz – leidden dergelijke muzikale uitingen tijdens de eerste jaren na de Apartheid tot emotionele taferelen.

Nog steeds, merkt Hugh Masekela, die met zijn trompet altijd vrijheid heeft uitgedragen. Als hij hoge trillers blaast, gillen de mensen; als hij zingt, klappen, lachen en dansen ze. Of ze grijpen elkaar vast, ontroerd door de waarheid in zijn teksten. „Ik vertel de geschiedenis van mijn land”, zegt Hugh Masekela. „En die is aangrijpend.”

Al worden de hitlijsten tegenwoordig aangevoerd door stoere kwaito, de Zuid-Afrikaanse hiphopvorm, na decennia van stilstand is ook de jazz er vitaal. De muziek van veteraan Hugh Masekela heeft een levendig karakter. Met ongepolijste township jazz als basis zet hij met een aantrekkelijke Afro-groove tot bewegen aan; zijn improvisaties op flügelhorn klinken melodieus en vindingrijk.

Op zijn pas verschenen album, Phola, levert hij veel vurig trompetspel in voor zang, met een hese onvaste stem. Steevast weerklinkt verzet. „Ik kan me nog steeds ontzettend opwinden over onrecht”, zegt Masekela bij een recent bezoek aan Nederland. „Daarom móet ik mijn stem laten horen. Dat zal altijd zo blijven.

Het nummer Bring It Back Home is een reprimande aan het adres van de huidige Zuid-Afrikaanse regering. „Een gekozen regering dient zich aan zijn beloften te houden”, steekt hij van wal. „Wat me stoort is dat leiders van nu een kans hebben zich uit te spreken en dat niet doen. Ze zijn vergeten waar ze vandaan kwamen en draaien leed de rug toe.”

Of zijn muziek concreet iets teweegbrengt, betwijfelt hij. „Maar het draagt in ieder geval bij aan een bepaald bewustzijn. In Zuid-Afrika is muziek nu eenmaal een grote katalysator.” Toch is de gedreven musicus op zijn zeventigste een stuk rustiger geworden. De angry young man van weleer is contemplatief en ‘minder genotzuchtig’. Zijn alcohol- en drugsverslaving heeft hij sinds zijn afkicken in 1997 onder controle. De cd Phola – slang voor ‘relax’ of ‘genezing’ – is een reflectie van die nieuw verworven rust. „Ik ben op een punt in mijn leven dat ik verlost ben van veel zaken, waaronder mijn eigen demonen”, zegt hij niet zonder trots. Het klinkt zedig. Masekela is tegenwoordig een fervent Tai Chi beoefenaar.

Hugh Masekela heeft zijn sporen

met name verdiend in de fusionmuziek, pop en r&b in vele overzeese samenwerkingen. Toch verloor hij zijn muzikale Afrikaanse roots – de muziek van de sloppenwijken die hij als klein jongetje in Witbank leerde kennen, en ook het machtige geluid van jazzgrootheden als Kippie Moeketsi – nooit uit het oog.

Met de Jazz Epistles, de eerste zwarte Zuid-Afrikaanse groep die ooit een elpee maakte, trok hij volle zalen. Tot 21 maart 1960, toen de politie schoot op vreedzame protestbetogers in Sharpeville, en de Zuid-Afrikaanse regering samenkomsten van zwarten verbood. Voor Masekela reden om zijn geboorteland te verlaten.

Een tijd toerde hij door Europa met de zwarte productie King Kong. Daarna meldde hij zich aan voor muziekopleidingen in Londen en New York. Hij trouwde met zangeres Miriam Makeba, die het land al eerder had verlaten en raakte bevriend met haar muziekvrienden. Zanger Harry Belafonte gaf hem een belangrijk advies: „Waarom zou je naar Amerika komen om op dezelfde manier jazz te leren spelen als iedereen? Neem iets mee van je thuisland en verwerk dat in je muziek.”

Na zijn studie wilde hij niets liever dan teruggaan naar Zuid-Afrika. „Om te laten horen wat ik had geleerd.” Maar het was te laat. Het land verkeerde in grote onrust. Mensen werden gevangen genomen, verdwenen, werden vermoord. Opnieuw kreeg hij advies van Belafonte: „Je kunt meer voor je land betekenen als je hier blijft en naam maakt als muzikant. Spreek hier over je land en de mensen luisteren.”

Gedurende de jaren zestig speelde Masekela waar hij kon in de VS, van jazzclub tot folkfestival. Vanaf ’64 begon hij albums te maken. Faam verwierf hij met een hybride vorm van Afrikaanse jazz en pop. De jazztune Grazing in the Grass leverde hem zelfs een soort pophit op. Begin jaren zeventig verdiepte hij zijn muziek, door onder meer Fela Kuti’s afrobeat in zijn muziek te mengen. Dat leverde sterke albums op als Home Is Where the Music Is en The Boys Doin’ It .

Masekela worstelde met heimwee naar het continent dat hij eigenlijk slecht kende. Hij ging door Afrika zwerven. Lang was Botswana zijn ballingsoord. „Natuurlijk was het toen niet makkelijk, maar het leven was voor die tijd al zwaar geweest. Apartheid was immers een wreed systeem om onder te leven. Maar ik verlangde ernaar te kunnen spelen met andere Afrikaanse musici. Musici die van nature de Afrikaanse muziek voelen, zoals een Braziliaan de samba kan dromen. In Europa moest ik die hartslag altijd uitleggen.”

Met de vrijlating van Mandela in 1990 kon Masekela eindelijk terug naar zijn geboorteland. De terugkomst viel hem tegen: de bevolking was verviervoudigd, de levensstijl veranderd. De effecten van de Apartheid waren goed zichtbaar. „Grondbezitters waren gedwongen hun land in te leveren en zelf te verhuizen. Alles was hen afgenomen. Mensen worstelden met hun identiteit. De armoede was groot. Alle welvaart, hoe klein ook, was weg. En nog steeds. Zuid-Afrika is weliswaar vrij, maar er zijn weinig middelen om die vrijheid te vieren. De onderdrukkers van toen zijn nog immer rijk.”

De musicus heeft, in tegenstelling tot

bijvoorbeeld tenorsaxofonist Winston Mankuku die in Zuid-Afrika bleef, in het buitenland een goed belegde boterham verdiend. Hij bezit riante huizen in Johannesburg, Los Angeles en Ghana. „Velen vroegen mij waarom ik terugkwam. Ze zijn verbaasd dat ik betrokken bleef. Maar ik houd van mijn land. Ondanks de verloedering. En ik zal eraan blijven bouwen.”

De muziekindustrie in Afrika is altijd in westerse handen geweest. Tot Masekela’s grote genoegen lijkt een nieuwe fase te zijn aangebroken: Afrikanen leiden steeds meer hun eigen onafhankelijke entertainmentindustrie, met eigen shows, muziek en etnische traditionele cultuur. Masekela maakt zich al jaren sterk voor culturele educatie. Deze maand start hij zijn muziekopleiding in Johannesburg.

„Nu ik terug ben in Zuid-Afrika”, zegt Masekela, „doe ik echt wat ik wil doen. Ik ben heel wat jaren kwijt geraakt en ik word er niet jonger op. De 26 ballingsjaren beschouw ik als verloren. Daarom werk ik op mijn zeventigste nog voor twee. Ik heb nog veel te doen.”

Hugh Masekela: Phola (Times Square Records)

    • Amanda Kuyper