Stress en de pil, daarop schrijf ik

Katinka Polderman vindt beslissingen nemen moeilijk.

Door er een liedje over te schrijven stelt ze zichzelf gerust. „Het komt allemaal goed.”

(Foto Lars van den Brink) Brink, Lars van den

Vorige zomer zoop ze „nachtenlang op een stronk broccoli” en sliep ze „met half Den Bosch”. Tussen deze twee bezigheden door schreef ze ook nog een theaterprogramma. Hoe ze dat voor elkaar kreeg, is Katinka Polderman (28) eigenlijk zelf ook een raadsel: „De enige restrictie die ik mezelf oplegde was dat als ik de volgende dag naar Amsterdam moest om met mijn regisseur te werken, ik in plaats van om 4 uur ’s nachts om 2 uur ’s nachts het café verliet.”

Het leverde het theaterprogramma ‘Polderman kachelt door’ op, dat ze in september herneemt en dat is genomineerd voor de Neerlands Hoop, de VSCD-cabaretprijs voor veelbelovende theatermakers. „Was al dat zuipen toch nog ergens goed voor.” Ondertussen is haar liedje ‘De Hollandsche garnaal’ ook wel bekend als ‘Pi-pa-pijpen’ ruim 550.000 keer bekeken op You Tube. „Ik moet wel een beetje uitkijken dat ik niet het pi-pa-pijpenmeisje word.”

Reden genoeg dus voor Katinka Polderman om het deze zomer wat rustiger aan te doen. Aan het vrijgezellenbestaan is ze inmiddels wel een beetje gewend. En ze heeft een racefiets gekocht. Al blijft het moeilijk al die beslissingen in je eentje te nemen. Dat ziet ze ook om zich heen, dat mensen daar moeite mee hebben. „Sommige mensen zeggen over mijn voorstelling ‘het is een generatieportret’ en dat is ook zo.”

Een generatieportret?

„Mijn voorstelling gaat over zoeken en je draai vinden. Nachtenlang in de kroeg hangen, je daar van alles voornemen en het dan vervolgens de volgende dag toch niet doen. Ik zie dat bij veel mensen om me heen. Het gaat over de leeftijd tussen het studeren en het settelen in. De onrust en het gevoel dat je het allemaal zelf moet doen.”

Heb je het gevoel dat je het allemaal zelf moet doen?

„Ja. En toen ik het programma maakte al helemaal. Na zeven jaar een relatie gehad te hebben was ik weer alleen. Het was een confronterende periode. Op mijn 27ste woonde ik voor het eerst helemaal alleen op mezelf.”

Wat was er zo confronterend?

„Dat de grond onder mijn voeten vandaan werd geslagen. Alle zekerheden die ik had gingen mee. Nu lag niet meer de focus op een ander maar op mezelf. Als je alleen bent dan kan ineens alles. Het was opnieuw zoeken naar hoe ik mijn leven wilde inrichten. Om negen uur opstaan of in de kroeg zitten. Toen werd het vooral de kroeg.”

Wat bracht de kroeg je?

„Gezelschap. Ik ben overdag veel alleen maar als ik niet optreed ga ik naar de kroeg. Voordeel is dat ik waanzinnig creatief word van in de kroeg zitten. Daarom kom ik er nog steeds veel. Als ik vroeg opsta en mezelf als taak geef om die dag een liedje te schrijven dan wordt het zo ‘een liedje schrijven’. Als ik laat thuiskom en om 12 uur mijn bed uit rol is het anders. Door de kroeg wordt het leven minder belangrijk.”

Vind je het niet vervelend dat iedereen lacht om jouw ellende?

„Nee, want dat doe ik zelf ook. De truc is om aan je ellende een theatrale vorm te geven. Het is cabaret, dan wordt er nu eenmaal gelachen. En uiteindelijk is het ook niet echt ellende. Het is natuurlijk wel erg geweest, heel erg, maar ik ben een ster in mezelf relativeren. Als ik dan huilend mijn bed uitkwam en door een gigantische teringzooi in mijn huis banjerde gaf ik eerst op mijn ex af maar op een gegeven moment moest ik zo om mezelf lachen. Hij moest zijn kleren dan nog wel ophalen maar al die lege borden, kranten en bierflesjes die had ik zelf laten slingeren.”

Wat vind je moeilijk aan het leven?

„Ik vind het moeilijk dat je alle beslissingen zelf moet nemen. En dat het er zo veel zijn. Ik ben altijd een beetje ontheemd. Je kunt zoveel doen. Eigenlijk zou het beter zijn als iedereen op zijn zestiende aan de eerste beste boer om de hoek wordt uitgehuwelijkt. Niks geen keuzes. Ik blijf altijd maar twijfelen. Ik kan heel moeilijk tot de kern komen.

„Ik denk er bijvoorbeeld al een tijd over om weer terug naar Amsterdam te verhuizen, maar ik kan maar niet besluiten. Als ik nou gewoon ontzettend verliefd word en dat hij dan zegt ‘trek je bij me in’ dan zou ik het wel doen. Maar ja, ik ben niet verliefd. Dus het wordt ook niet gezegd. Ik houd ervan als andere mensen voor me beslissen. Ook qua carrière. Dat ze bijvoorbeeld zeggen, ‘kom ga een boek schrijven’ en dan denk ik ‘ja, ik kan wel een boek gaan schrijven’.”

Ben je bang dat je fout beslist?

„Ja. Ik vind het eng om alles achter me te laten. Ik heb wel een leuk huis. Laatst fietste ik met mijn hondje Busje langs de skyline van Den Bosch en dacht ik misschien hoor ik hier wel thuis. En ik vind Amsterdam zo’n stinkstad. En straks blijkt het na een half jaar toch niet leuk te zijn. Dan moet ik weer verhuizen.

„Maar het zou goed zijn voor me. Ik ben iemand die altijd een beetje te veel lang blijft hangen. Dan heb ik anderhalf jaar een vriendje waar het dan alleen maar het eerste half jaar leuk mee was. Of werkte ik een paar jaar terug nog twee dagen per week als secretaresse in Amsterdam terwijl ik eigenlijk al twee jaar in Den Bosch woonde. Ik vond het leuk werk, maar ja. Dat is het ook: ik heb het eigenlijk overal wel naar mijn zin. Ik heb een tijdje bij de Zeeman gewerkt als caissière dat vond ik ook leuk. Daardoor ga je wel twijfelen: heb ik het nu altijd echt wel naar mijn zin?”

Ben je niet gewoon lui?

„Nee, ik ben gewoon echt heel slecht in keuzes maken. Het is niet dat ik de makkelijkste weg kies.”

En heb je het altijd naar je zin?

„Nee. Als ik terugkijk niet. Eigenlijk zou ik een liedje moeten schrijven over het plan om naar Amsterdam te verhuizen.”

Helpen je liedjes je?

„Ja, Als ik iets echt niet snap of begrijp of niet kan beslissen dan schrijf ik er een liedje over.

„Vijf jaar geleden was ik uitgenodigd om in Singapore op te treden. Ik had nog nooit gevlogen. En ik was in die tijd nogal bang. Toen heb ik een liedje geschreven over alles wat er mis kon gaan. Over dat het vliegtuig neer kon storten en over alle enge dingen die in een eng ver land kunnen gebeuren. Toen klonken mijn angsten allemaal zo overdreven dat ik met een gerust hart kon gaan. Dat stelt me dan gerust. Mijn liedjes zijn een manier om door het leven te komen.”

Schrijf je beter als je ongelukkig bent?

„Ja, volgens mij wel. Op school schreef ik heel goed. Toen was ik nogal somber. De beste humor is toch de humor die iets schrijnends heeft. Het is het handigst als je je slecht voelt en je toch nog wat kunt relativeren. Je moet wel een bepaald geluk hebben om te kunnen presteren. Frustratie werkt voor mij het allerbest. Eigenlijk moet ik weer aan de pil (anticonceptiepil, red.). Stress en de pil; daarop schrijf ik de beste liedjes.”

Heb je wel eens echt geen zin om op te treden?

„Ja. Als ik een paar dagen achter elkaar speel vind ik het de tweede en derde dag nog leuk maar ga ik soms de vierde dag wel denken: ‘Moet ik nu nog een keer hetzelfde verhaal vertellen?’ Meestal gaat dat in de loop van de dag wel weer over. ”

Geloof je dat het goed komt?

„Met de wereld weet ik niet. Maar met mij wel. Alles komt goed, en als het niet goed komt, komt het ook goed. Da’s het motto.”

    • Fanny van de Reijt