Ramptoerisme langs de grens

Varen én door de verrekijker turen op de grensrivier tussen China en Noord-Korea. „Het is alsof ik naar het China van mijn jeugd kijk. Zo arm.”

Chinese toeristen kijken op de Yalu-rivier, die China van Noord-Korea scheidt, naar het buurland. Noord-Korea importeert 80 procent van zijn goederen uit China. Foto AFP Chinese tourists on a boat look across the Yalu River to North Korea over 60 km northeast of Dandong, in northeast China's Liaoning province on May 26, 2009. North Korea tested a nuclear bomb many times more powerful than its first in 2006, angering enemies and allies alike and prompting UN Security Council members to call an emergency session. AFP PHOTO/Peter PARKS AFP

Meneer Wang Yu (79) houdt met bevende handen de verrekijker vast en tuurt vanaf het dek van de toeristenboot naar Noord-Korea. Hij zwaait naar de arbeiders in blauwe overalls die zakken kolen van een platbodem naar een vrachtwagen sjouwen. „Het is alsof ik naar het China van mijn jeugd kijk. Zo arm hadden wij het vroeger ook”, zegt meneer Wang en wijst naar de vervallen gebouwen op een stil fabrieksterreintje, verveloze huizen en een paar boerderijtjes.

De Noord-Koreaanse havenwerkers met hun rode helmen zwaaien niet terug. En ook de Noord-Koreaanse politie op de twee aangemeerde patrouilleboten negeren de groep roepende Chinese toeristen op de boot die willen dat de Noord-Koreanen reageren ter wille van de foto. Toertochtjes op de Yalu-rivier, die bij Dandong China scheidt van Noord-Korea, zijn een populair tijdverdrijf voor Chinese toeristen die hier ook naar het Museum voor de Oorlog tegen de Amerikaanse agressie en het begin van de Grote Muur komen. Meneer Wang kijkt naar zijn eigen verleden, de jongere Chinezen doen eigenlijk meer aan een bijzondere vorm van ramptoerisme. „Je beseft opeens hoe goed wij het hebben en wat een slechte leiders Noord-Korea heeft”, zegt de 30-jarige Sun Li Yu, een ingenieur uit Peking, die met zoontje en echtgenote een vakantietocht maakt in de provincie Liaoning.

Op de boot, midden op de rivier, ontvouwt zich de tegenstelling tussen China en Noord-Korea. Links ligt bloeiend Dandong met een nieuwe boulevard, shoppingmalls, hotels, restaurants met Koreaanse gerechten, terrassen en luxueuze appartementengebouwen die namen dragen als ‘Goudzicht’, rechts ontvouwt zich kaal en schraal Noord-Korea.

Wie onder de ‘Brug van de Vriendschap’ van Dandong naar Sinujiu vaart, ziet hoe Noord-Korea door China wordt bevoorraad. Vrachtwagens denderen over de bruggen die ruim een halve eeuw geleden de Chinese legereenheden droegen. Tussen de vrachtwagens een enkele zwarte VW Santana en Audi met Chinese zakenlieden.

Een van hen is Zhang Zao Liang, die al meer dan 20 jaar handel drijft in Noord-Korea. Hij is een van de gezichten achter het statistische gegeven dat 80 procent van de goederen die Noord-Korea importeert uit China komt.

Of hij verwacht last te krijgen van het nieuwe VN-verbod op de handel in onder meer luxegoederen? Zhang antwoordt tijdens een Noord-Koreaanse lunch: „In het geheel niet. De zaken gaan uitstekend. Ik heb goede relaties met de bazen van de staatsfabrieken opgebouwd en zij blijven bestellingen plaatsen voor textiel, tin, graan, maar ook voor Franse wijn en whisky. Ik verwacht dat als het rustig blijft aan de grens de zaken alleen maar beter zullen gaan.”

    • Oscar Garschagen