Prentenoverzicht vertoont gaten

Albrecht Dürer: ‘Hercules op de tweesprong’ (1498) . Tentoonstelling Van Dürer tot Kiefer; vijf eeuwen kunst op papier. T/m 13 sept Kunsthal Rotterdam. Inl: 010-4400301, www.kunsthal.nl. **

Tentoonstelling Van Dürer tot Kiefer; vijf eeuwen kunst op papier. T/m 13 sept Kunsthal Rotterdam. Inl: 010-4400301, www.kunsthal.nl. **

Het moet lastig zijn geweest om een keuze te maken uit de tekeningen- en grafiekcollecties van de musea in Nordrhein-Westfalen. Dit gebied, dat zich uitstrekt van Münster tot Bonn en van Mönchengladbach tot Paderborn, telt liefst 55 musea met werken op papier. Dit jaar, in de Duitse deelstaat uitgeroepen tot ‘jaar van de grafiek’, besteden deze musea speciale aandacht aan de kwetsbare en juist daarom vaak verborgen schatten in hun prentenkabinetten. met een selectie van zo’n 140 werken toont de Rotterdamse Kunsthal het topje van die ijsberg. Maar de vraag dringt zich op hoe representatief de expositie is.

De titel Van Dürer tot Kiefer doet vermoeden dat de Kunsthal streeft is naar een chronologisch overzicht met een nadruk op Duitse kunstenaars. Wat betreft het begin- en eindpunt van de tentoonstelling klopt deze indruk wel zo ongeveer. Anselm Kiefers gouache Noch nicht (1977), een blauwig heuvellandschap, is een van de recentste werken. En afgezien van twee fraai verluchte bladen van laatmiddeleeuwse handschriften, stammen de vroegste werken uit de tijd van Albrecht Dürer. Maar in de eerste zaal zijn de stappen door de tijd groot. Van enkele prenten uit de zestiende eeuw belanden we, via weinig meer dan twee schetsjes van Rembrandt, snel in de negentiende eeuw.

Verder concentreert de tentoonstelling zich op de late negentiende en twintigste eeuw. Zonder veel plichtplegingen worden hoogtepunten uit de Franse en Duitse teken- en prentkunst van omstreeks 1900 geïntroduceerd. Een affiche van de hand van Toulouse-Lautrec toont frissere kleuren dan je ooit ziet op de vele reproducties ervan. De krijttekening De capuchon (1881) van Georges Seurat is daarentegen een mooi verstilde voorstelling van een vrouw op de rug gezien, uitgevoerd in sober zwart en grijs dat ver afstaat van de zonnige tinten van zijn pointillistische schilderijen. De verschillende stromingen in de Duitse kunst van de eerste drie decennia van de twintigste eeuw krijgen ruim aandacht met werk van Kirchner, Kandinsky, Emil Nolde en Max Ernst. De periode 1933-1945 wordt in zijn geheel overgeslagen, waarna de sectie over de kunst van na de Tweede Wereldoorlog wordt gedomineerd door Joseph Beuys en Gerhard Richter. Zelfs in de laatste zaal, die werk van internationale moderne kunstenaars toont, blijft de Duitse kunst prominent aanwezig: vanaf een groot drieluik van Andy Warhol, blikt Beuys je in drievoud aan.

In het kader van het ‘jaar van de grafiek’ verscheen een rijk geïllustreerd boek over de openbare tekeningen- en prentencollecties die Nordrhein-Westfalen rijk is. Het is vooral een gids met korte, informatieve karakteriseringen van de musea en hun bestanden. Daaruit laten zich sommige merkwaardigheden in de expositie verklaren. Zo blijkt een niet zo heel opwindende gravure van Faust en Gretchen bij de Dom (1815) afkomstig uit de collectie van het Goethe-Museum in Düsseldorf. En dansende geraamtes in prenten van zulke uiteenlopende kunstenaars als Michael Wohlgemut (1493) en Edvard Munch (1894) zullen wel vaker voorkomen in werken die worden bewaard in de ‘Graphiksammlung Mensch und Tod’ in diezelfde stad.

Maar ook wordt eruit duidelijk dat in de tentoonstelling geen representativiteit is nagestreefd. Zo is de tekenkunst van de Italiaanse zeventiende en achttiende eeuw, die in de expositie vrijwel ontbreekt, uitstekend vertegenwoordigd in museum Kunstpalast in Düsseldorf. Dat een tekening van een personificatie van de Dageraad door de negentiende-eeuwse Duitser Alfred Rethel een kopie is naar een fresco van de barokschilder Guido Reni, is dan een schrale troost.

En je moet dat dan ook nog maar net weten want de tentoonstelling, die zich in de eerste plaats richt op de visuele aantrekkelijkheid van doorgaans weinig geëxposeerde bladen, houdt dergelijke informatie zorgvuldig geheim.

    • Bram de Klerck