Oplossing voor het conflict rond Porsche eindelijk in zicht

Porsche blijft even ondoorgrondelijk als altijd. De Duitse producent van sportwagens maakte om één uur ’s morgens bekend zich te zullen „voorbereiden op een kapitaaluitbreiding” van minstens 5 miljard euro – niet niks voor een bedrijf met een marktwaarde van minder dan 9 miljard euro. Vervolgens kwam kort voor zevenen het nieuws over het vertrek van topman Wendelin Wiedeking en financieel directeur Holger Härter. Maar iedere uitleg bleef achterwege over de vraag waarom deze beslissingen noodzakelijk waren geworden – of wat er daarna zou kunnen gebeuren.

Dit is opnieuw een aanwijzing dat Porsche – in termen van het ondernemingsbestuur – niets anders is dan een kleinsteeds familiebedrijf dat probeert een grote ruzie tussen rivaliserende clans te beslechten. Iedereen weet uiteraard dat het in de kern van de zaak draait om een maandenlang conflict met Volkswagen, de grotere concurrent waarin Porsche geleidelijk een meerderheidsbelang heeft opgebouwd, om uiteindelijk tot de ontdekking te komen dat er een schuldenlast van maar liefst 10 miljard euro was ontstaan.

Het vertrek van Wiedeking lijkt erop te duiden dat de winnaar van de familievete Ferdinand Piëch is, de 72-jarige president-commissaris van Volkswagen. Piëch, die tevens aan het hoofd staat van een van de familieclans van Porsche, wil de autodivisie van Porsche overnemen en er een van de tien merken van Volkswagen van maken.

Het plan lijkt te zijn dat Porsche SE, de beursgenoteerde houdstermaatschappij, haar belang van 51 procent in VW zal behouden. Een kapitaalverhoging van 5 miljard euro zal helpen de schuldenlast omlaag te brengen – samen met de ongeveer 4 miljard euro die VW in eerste instantie op tafel zou kunnen leggen om de helft van Porsche te kopen.

De families hebben gezegd dat zij willen vasthouden aan hun bezit van 50 procent van Porsche. Daartoe zouden zij 2,5 miljard euro van het extra kapitaal ter beschikking moeten stellen. Een deel daarvan zou kunnen komen in de vorm van het volledig door hen beheerste netwerk van dealers.

Qatar is in gesprek geweest met de families en zou als nieuwe belegger kunnen worden binnengebracht. Een belegging van 2,5 miljard euro zou Qatar een belang van 18 procent in het gereconstrueerde Porsche opleveren – vermoedelijk inclusief stemrecht. De huidige bezitters van Porsche’s niet-stemhebbende preferente aandelen zouden in dat geval minder dan een derde van het bedrijf in handen houden.

Dit mogelijke scenario laat een paar vragen onbeantwoord – vooral over de rol van de deelstaat Nedersaksen, die een blokkerend minderheidsbelang van 20 procent in Volkswagen heeft. Maar in ieder geval wordt de hoop erdoor levend gehouden dat een externe belegger zal kunnen helpen een herhaling van het rampzalige familieconflict van de afgelopen maanden te voorkomen.

    • Pierre Briançon