Onverstandig, maar fijn

In de zomer kan eten gemakkelijk iets heel levendigs krijgen. Niet doordat de mensen zo anders converseren, maar doordat het weer meedoet. Verstandige mensen eten gewoon binnen en die hebben deze verlevendigingsfactor dus niet, maar verstandige mensen hebben het niet per se altijd het leukst. De onverstandigen valt ook wel eens groot geluk ten deel, zomaar. Maar ook gedoe, dus. Want je zit nog niet buiten of daar komt een wolk. De dames krijgen het acuut koud - zo zijn dames. Altijd onterechte blote benen of toch ten minste blote voeten, te dunne vestjes en sowieso kouwelijker. Mannen zijn, gemiddeld, in mijn omgeving, warmer. (Dat is zo fijn aan de man.)

Enfin, dat beetje wind of wolk overwin je -  sommige vrienden hebben speciaal dekens in huis voor als het koud wordt aan het diner.

We gaan dus buiten eten en wel op die ene plek in de tuin waar de zon ons tot acht uur ziet, ook al is daar meer wind dan op het terras. Maar er staat nu eigenlijk geen wind meer. Die is gaan liggen. Dus hup de tafel naar die plek. De borden staan klaar, alles leuk, ik kom naar buiten met schalen - daar vallen de eerste regendruppels.

Beter zou het zijn onder de kastanje te gaan zitten! Daar is het droog! De tafel racet weg, ik probeer een knapperig aardappeltje knapperig te houden in uiterst vochtige omstandigheden, sommige gasten blijven hardnekkig aan de verdwenen tafel zitten terwijl ze roepen: het is alweer droog hoor! Andere gasten keren terug naar de lege plek. De tafel aarzelt.
De aardappels verwelken.

Ineens zit iedereen toch ergens. De snel afkoelende vis wordt over de borden verdeeld en we eten of ons leven ervan afhangt, want je weet nooit wat er zometeen weer gebeurt.
WWRRÁÁM gebeurt er.

Buurman die een tak geen seconde langer kan verdragen en met zijn motorzaag naar buiten is gestormd. Gelukkig snel over. We nemen nog een glaasje wijn.
Brrrooemmm! horen we. In het laatste zonlicht rijdt een reusachtig landbouwwerktuig het weiland voor onze neus op en begint het hooi te verzamelen tot nette balen. Daarna wikkelt hij er landbouwfolie omheen in lichtgevend groen, wat gepaard gaat met scheurend reuzengeluid.

,,Hij is bijna klaar hoor!” zegt iemand geruststellend. En inderdaad, een uur later is het stil. Een enkele vogel roept.  We zettenlichtjes op tafel en eten taart terwijl we af en toe een mug doodslaan op onze enkels.
Heerlijk was het, zeggen we. En dat was het ook. Want we aten ‘rouget à la provençale’ met rozemarijnaardappelen en dat kan geen zaag, geen druppel, geen combine of mug verpesten.

Mul à la Provençale (4 personen)

  • 8 mullen evt. gefileerd
  • 1 flinke teen knoflook
  • 1 eierdooier
  • 1 ½ dl arachide-olie
  • 2 rode paprika’s
  • 50 gr wittebrood
  • 1 tl pittig paprikapoeder

Bak de mullen (of gril ze, als je toch zo heerlijk buiten zit…). Mul heeft veel graat, dus wie in het halfdonker of met ongeoefende viseters gaat eten, neemt filet.
Maak voor de saus eerst aïoli en daarna rouille.
Voor de aïoli de knoflook met zout fijnstampen in een vijzel, eierdooier erbij en druppelsgewijs de olie erdoor kloppen, net als voor mayonaise.

Voor de rouille de paprika’s grillen en pellen, fijnsnijden en fijnstampen in de vijzel. Paprikapoeder erbij en het geweekte en uitgeknepen wittebrood.  Stamp flink en combineer dan beide sauzen - echt verrukkelijk. Al jaren een enorme zomerhit.
Zelfs als we saai binnen eten.