Noodgreep in de kas van twee multinationals

Shell en ING hebben de pensioenen van hun werknemers gered. Dat onderstreept het ultieme pensioenrisico. Hoe sterk is een werkgever in crisistijd?

Twee reddingsacties, twee werkgevers die miljardensteun geven aan het pensioenfonds voor hun Nederlandse werknemers.

Shell legt in één keer twee miljard euro op tafel voor zijn Nederlandse fonds dat de pensioenen regelt voor bijna 38.000 huidige en voormalige werknemers. Verder geeft Shell de komende drie jaar elk kwartaal extra steun indien dat nodig is. ING heeft iets meer dan een miljard euro extra gespendeerd om de pensioenen van ruim 73.000 (huidige en voormalige) werknemers te ondersteunen.

Op vrijdag 3 oktober vorig jaar, de dag waarop Balkenende, Bos en Wellink de staatsovername van ABN Amro Nederland en Fortis Nederland bekend maakten, meldde het Shell Pensioenfonds aan De Nederlandsche Bank dat zij niet meer genoeg reserves had.

Precies een week later, op 10 oktober, deed het pensioenfonds nogmaals een melding aan De Nederlandsche Bank. Nu waren ook de minimaal vereiste reserves verdwenen. In een week tijd is tussen 1,5 miljard en 2 miljard euro aan beleggingen verdampt in de grootste beurspaniek sinds 1929.

Voor het ING Pensioenfonds kwam het moment van de crisis wat later. Eind oktober 2008 had het fonds niet meer voldoende reserves. Het fonds voelde de crisis wat later omdat de aandelenbeleggingen kleiner zijn dan bij het pensioenfonds van Shell: 35 procent van de beleggingen bij ING tegenover 64 procent bij Shell.

De verschillen zijn terug te zien in de vorig jaar behaalde rendementen: minus 12 procent voor ING, minus 43 procent voor Shell.

Het Shellfonds, dat van oudsher knappe rendementen maakt op zijn grote aandelenbeleggingen, zat middenin die financiële maalstroom. Vrijwel alles werd mee gesleurd. Van de aandelenportefeuille van ruim 12 miljard euro begin 2008 was aan het eind van het jaar minder dan 3 miljard euro over.

Als mondiale belegger had het pensioenfonds ook het beleid om risico’s op wisselkoersen te neutraliseren. Dat gebeurt via transacties met grote banken of andere geldbeheerders. Toen de financiële paniek toesloeg, moest het pensioenfonds meer zekerheden op tafel leggen voor die transacties. Het fonds moest geld vrijmaken. Dat leidde tot de „noodzaak om voor zeer aanzienlijke bedragen effecten te moeten verkopen op een ongunstig moment”, schrijft het bestuur van het fonds in het deze week gepubliceerde jaarverslag.

Het fonds had extra geld geleend om te beleggen in hedgefondsen die onder alle marktomstandigheden een positief rendement proberen te halen. Deze strategie keerde zich nu tegen het fonds. Tot overmaat van ramp liet een van de hedgefondsen enkele tientallen miljoenen euro beleggen door Bernard Madoff, die een oplichter bleek te zijn. Zijn naam komt in het jaarverslag overigens niet voor.

Eind 2008 was de verhouding tussen de beleggingen en de pensioenverplichtingen van het Shell Pensioenfonds geslonken tot 80 procent. Deze zogeheten dekkingsgraad was begin 2008 nog 180 procent.

ING stond eind 2008 op 107 procent. De extra storting door de werkgever was daarbij al meegeteld, al was de bulk van het geld nog niet overgemaakt. Pensioenfondsen moeten een dekkingsgraad van minimaal 105 procent hebben.

Beide fondsen hadden ook te lijden onder de dalende rente, die de pensioenverplichtingen duurder maakt.

Met de 2 miljard euro storting heeft Shell de grootste reddingsactie ooit voor een Nederlands pensioenfonds op zijn naam gezet. Shell is verplicht het fonds te redden op grond van in het verleden gemaakte afspraken met het pensioenfonds. Als de dekkingsgraad in een periode van zes maanden regelmatig onder de 105 procent staat, moet Shell bijspringen.

Daar heeft de multinational nog tamelijk lang overgedaan. In de loop van februari dit jaar, toen de dekkingsgraden van de pensioenfondsen nogmaals onder grote druk kwamen te staan, was al duidelijk dat extra geld nodig was om de pensioenen te redden. „Dit wordt nu besproken met de werkgever”, kreeg het personeel te horen. Daarna bleef het stil. Uit het jaarverslag blijkt dat het fonds op 25 mei „facturen met betrekking tot extra stortingen met een totaalwaarde van 2 miljard euro” heeft verstuurd aan de werkgever.

Afgelopen week meldde het fonds aan zijn belanghebbenden dat Shell het geld heeft gestort.

Het pensioenfonds van ING heeft vergelijkbare afspraken voor steunacties als de dekkingsgraad onder 105 procent dreigt te komen. Maar waar Shell over 2008 een winst boekte van 26 miljard dollar, leed ING een verlies van ruim 700 miljoen euro. ING kreeg in het vierde kwartaal een kapitaalinjectie van de overheid van 10 miljard euro.

Het ING Pensioenfonds noemt in zijn jaarverslag de werkgever dan ook expliciet als een van de potentiële risico’s. Het Shell pensioenfonds doet dat niet.

Zolang ING de gemaakte afspraken kan nakomen, schrijft het bestuur van het fonds in zijn verslag, zal er in de praktijk geen pensioentekort ontstaan.