Nolthenius

De suggestie in het artikel Een aards-escapiste met ambitie van Wenneke Savenije over de biografie door Etty Mulder van schrijfster Hélène Nolthenius (Boeken, 10.07.09), dat de relatie tussen ouders en kinderen Wagenaar zo slecht geweest zou zijn, dat de kinderen de inboedel van hun ouders na de dood van hun vader op het Waterlooplein dumpten, is informatie die helemaal niet, of op totaal andere wijze in de besproken biografie staat. Net zoals de met vette letters gedrukte zin: Als moeder schreef hing er een bordje ‘niet storen’ op de deur. Andere moeders zitten op kantoor, op school, op de krant of op de troon. Dat Etty Mulder dit onderwerp in het boek heeft laten liggen is ook verzonnen. De relatie tussen ouders en kinderen was niet anders dan in andere gezinnen en zou in het boek niets van waarde hebben toegevoegd. We waren apetrots op haar.

Helemaal beledigend mag de zinsnede worden genoemd dat Hélène Nolthenius per ongeluk haar vriendin Hans zou hebben verraden. Kreeg de familie Nolthenius daarom de Yad Vashem-onderscheiding? Hélène Nolthenius was meer dan schrijfster en wetenschapper. Ze was moeder. Daar verandert niemand iets aan.

Naschrift Wenneke Savenije

Vooropgesteld dat het niet mijn bedoeling was een malicieus beeld te schetsen, reageer ik eerst op de kwestie Waterlooplein: via een bevriende boekhandelaar kreeg ik een op het Waterlooplein aangetroffen ansichtkaart van Etty Mulder aan Hélène Nolthenius. Het leek mij aardig die kaart te citeren in mijn stuk, maar eerst heb ik geprobeerd te achterhalen hoe een deel van de correspondentie van Hélène Nolthenius op het Waterlooplein terechtkwam. Ik begreep dat dit via een opkoper was gegaan, en dat Etty Mulder alles in het werk heeft gesteld om via antiquaren het meeste terug te vinden en te kopen. Dat Etty Mulder in haar boek de relatie van de schrijfster met haar kinderen heeft laten liggen, is geen verzinsel maar een constatering. Verontwaardiging over mijn duiding van de tragische situatie die ontstond rondom vriendin Hans hoort niet thuis bij mij maar bij de biografe. Ik geef slechts weer wat Mulder hierover schrijft, alsmede welke conclusies zij trekt uit deze feiten.