Met één oog open en één oog dicht

Nergens in Nigeria heeft godsdienst de bevolking zo verdeeld als in de stad Jos.

In november vielen er veel doden, nu zet de machtsstrijd zich voort op politiek niveau.

Nigerianen lopen langs een uitgebrande winkel in Jos, waar tijdens etnisch geweld in november vorig jaar honderden mensen om het leven kwamen. Moslims en christenen staan elkaar hier nog steeds naar het leven. Over één ding lijken de inwoners van Jos het eens: van politici, onderzoekscommissies of de politie valt voorlopig geen heil te verwachten. (Foto AFP) People walk past a shop that was burnt during recent civil unrest, in Jos, Plateau State on November 30, 2008. Some 200 people were killed in two days of post-election violence in the central Nigerian city of Jos, the Plateau State information minister said, giving the first official toll. Calm appeared to have returned to the city of two million which is the capital of Plateau State and lies in Nigeria's "middle belt," between the predominantly Muslim north and mainly Christian south. AFP PHOTO / PIUS UTOMI EKPEI AFP

Niemand weet precíes hoeveel doden er zijn gevallen tijdens die fatale dag in november vorig jaar waarop moslims en christenen elkaar de oorlog verklaarden. Ibrahim (34) hoorde geweerschoten terwijl hij zich aankleedde om naar zijn naaiatelier te gaan. Buiten zag hij dat de christenen met stokken, kapmessen en jachtgeweren zijn wijk binnenvielen. Ibrahim kreeg twee kogels in zijn linkerbeen voordat hij zich uit de voeten kon maken. Het had erger gekund. „De ongelovigen hebben bij ons ongeveer 35 mensen vermoord.”

Diezelfde ochtend, een paar kilometer verderop, stond Jessica (24) bij de waterpomp toen de buren ineens begonnen te gillen. „Ze riepen: ‘de moslims komen eraan’.” Jessica liet haar plastic schalen staan en rende zo hard ze kon de heuvels in. „Ik struikelde bijna over twee verbrande lijken.” Moslims zijn gewelddadiger dan christenen, meent ze. „Ze denken dat ze naar de hemel gaan als ze voor God vechten.”

Nergens in Nigeria heeft godsdienst de bevolking zo verdeeld als in Jos, de belangrijkste stad in de glooiende heuvels van de deelstaat Plateau State. Je ziet het aan de gesluierde schoolmeisjes die de pas versnellen als ze langs de uitgebrande huizen van een christelijke wijk lopen. Je ziet het aan de onderzoekende blik van de bewaker van de christelijke school die de slagboom pas open zwaait als hij ziet dat er geen moslims in de auto zitten.

Hier ligt de Islamitische Ontwikkelingsorganisatie op een steenworp afstand van het Omnipotent God Complex en kun je van het Al-Ummah cybercafé oversteken naar de lokale bank God’s Grace Investment. Maar het wederzijdse wantrouwen is groot. Zeker 600 mensen kwamen tijdens de novemberrellen om het leven, zeggen de moslims. Nee, het waren er ruim 300, zeggen de christenen. Nog steeds is de avondklok van kracht. Na elf uur ’s avonds rijdt alleen politie door de onverlichte straten. Het regeringsleger heeft tenten opgeslagen langs kruispunten in de stad. Home of Peace and Tourism, staat optimistisch op de nummerborden.

Jos was al eerder het toneel van geweld. In 2001 werd een zwaargewicht van de Hausa-stam, overwegend moslims uit het noorden van het land, op een invloedrijke post in de lokale regering benoemd. De autochtonen, overwegend christenen, waren not amused. Toen kort daarna een christelijke vrouw een wegversperring negeerde rond moslims die op straat het vrijdaggebed hielden, sloeg de vlam in de pan. Er vielen zo veel doden dat de overheid de noodtoestand uitriep.

Aanleiding voor het geweld was geknoei met de uitslag van de lokale verkiezingen door de christelijke gouverneur Jonah Jang. De moslims zijn er van overtuigd dat hun kandidaat opzettelijk werd uitgeschakeld. Nadat ze massaal de straat opgingen om te protesteren, gaf Jang de politie opdracht iedereen neer te schieten die in het vizier kwam. Shoot-on-sight, heet dat.

„We hebben totaal geen vertrouwen meer in de politie,” zegt advocaat Muhammad Ishaq, prominent lid van de plaatselijke moslimraad. „Je zou verwachten dat de overheid voorkomt dat geweld escaleert. Maar de politie begon gewoon lukraak mensen dood te schieten. Moslims werden van hun bed gelicht en geëxecuteerd.” Een clandestien gefilmde video van slachtoffers die in de moskee werden opgevangen getuigt van een slachting.

Politiek en religie zijn sterk met elkaar verknoopt geraakt in Jos. De Hausa’s vinden dat ze net zo veel recht hebben op de stad als de inheemse bewoners. Zij zijn de bevolkingsgroep die van het droge noorden naar de middle belt trok om in de tinmijnen van de Britse kolonialen te werken. De plaatselijke boeren van de Berom-stam waren meer geïnteresseerd in landbouw aan de rafelrand van wat pas een echte stad werd toen andere stammen zich rond de mijnen vestigden om handel te drijven.

Jos werkte als een magneet op avonturiers die een nieuw bestaan wilden opbouwen. Maar Jos was van het begin af aan een gesegregeerde stad. De autochtonen bewerkten hun akkers. De noorderlingen verdienden geld in het centrum. De Britten trokken zich terug achter de omheining van de Europese wijk. Pas na het opdelen van de staat in kleinere administratieve eenheden begon identiteitspolitiek een rol te spelen. De economische crisis van de jaren tachtig scherpte de machtsstrijd aan.

Met de overgang van een militair regime naar een burgerregering sloten de lokale stammen de gelederen. In 1999 verklaarde een lokale christelijke bestuurder dat Hausa’s niet langer recht hadden op een autochtonencertificaat. Dat certificaat is overal in Nigeria van kracht, maar wordt volgens de moslims in Plateau State discriminerend gebruikt. Autochtonen betalen minder schoolgeld, krijgen studiebeurzen voor de staatsuniversiteit en kunnen solliciteren bij de lokale overheid. Allochtonen hebben die privileges niet. Moeten ze maar teruggaan naar de deelstaat waar hun voorouders vandaan komen, zo werkt het systeem, vindt het hoofd van de katholieke kerk Oscar Pam.

Pam stelt zich voor met de woorden: „Ik ben een autochtoon.” Onder de Britse kolonialen maakten Hausa’s de dienst uit in Nigeria. Daarom menen veel Hausa’s dat ze aangeboren leiders zijn, zegt Pam. „De autochtonen in Jos krijgen het idee dat ze onder voet worden gelopen. Ze vinden dat hun gastvrijheid misbruikt wordt. De crisis lijkt religieus, maar de kern van het probleem is politiek: wie mag zichzelf een autochtoon noemen, en wie niet.”

Statistieken over het aantal Hausa’s versus het aantal Beroms in Jos zijn niet beschikbaar. Het in kaart brengen van religieuze en etnische machtsverhoudingen ligt te gevoelig in ontvlambaar Nigeria. Een jonge moslim kan wel vertellen wie de economie draaiende houdt. „Er rijden 28 Hummers in Jos. De Hausa’s hebben er 26. Wij betalen de belastingen en zorgen ervoor dat er geld in de staatskas komt. De christenen in de overheid maken het op.”

Religieuze leiders organiseren voetbalwedstrijden met gemengde teams en discussiemiddagen met jongeren in achterstandsbuurten om de spanning te verjagen. De overheid heeft handenvol geld uitgegeven aan mediacampagnes en politiepatrouilles, zegt Gregory Yanlong, minister van Informatie van Plateau State. „Als u nooit iets in de media had gelezen, dan zou u toch niet denken dat hier ooit rellen zijn geweest? Wij doen er alles aan om te voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt.”

Intussen zet de machtsstrijd zich voort op overheidsniveau. Vijf verschillende commissies doen onderzoek naar de toedracht van de crisis. De deelstaatcommissie wordt geboycot door de moslimraad, die de gouverneur wantrouwt. De federale commissie, opgezet werd door een noorderling, wordt met argusogen gevolgd door de christelijke lobby.

Over één ding lijken de inwoners van Jos, christenen en moslims, het eens: als een van de commissies al met aanbevelingen of veroordelingen komt, zullen die ongetwijfeld in een la verdwijnen. Zo gaan die dingen in Nigeria. „Weet u, met onderzoek krijg ik mijn huis niet terug”, zegt leraar David Dung. Op de verkruimelde veranda van zijn zwartgeblakerde woning poetst hij zijn bril. Dit huis is niet te koop, staat in slordige letters op de buitenmuur geschreven. Het is een waarschuwing aan de jongens van de overkant.

„De moslims proberen alles op te kopen.” Dung snuift. „Over mijn lijk. Ik ga hier niet weg.” Dung slaapt slecht sinds november. Eén oog open, één oog dicht, zegt hij grijnzend. „Er is geen vrede meer in deze stad. We kunnen alleen nog bidden tot God.”