Joseph Roths actualiteit loopt parallel met het heden

Michael Bienert (red.): Joseph Roth in Berlijn. Een leesboek voor wandelaars. Atlas, 263 blz. € 24,90 Mossel, Rene

Joseph Roth: Rechts en links. Atlas, 160 blz. € 18,90

Michael Bienert (red.): Joseph Roth in Berlijn. Een leesboek voor wandelaars. Atlas, 263 blz. € 24,90

Joseph Roth (1894-1939) staat bekend als nostalgicus, de schrijver die op me lancholische toon de teloorgang van het oude Europa beschreef. Zijn bekendste romans uit de jaren dertig geven daar ook alle aanleiding toe. Ze gaan veelal over de ontworteling van de 20ste-eeuwse mens, en hoe die met het verlies van de traditionele wereld ook zijn eigen identiteit verloor.

Zware thema’s, maar Roths schrijverschap heeft ook luchtiger jaren gekend; tijdens de jaren twintig, toen hij sterjournalist was in Duitsland. In die periode dompelde hij zich onder in de moderne wereld van Berlijn: de wereld van het snelle geld, de hippe restaurants en nachtclubs, de oprukkende amusementsindustrie, film en theater, metro’s, wolkenkrabbers en megalomane warenhuizen.

Ter ere van de herdenking van zijn sterfdag zijn Roths journalistieke stukken over Berlijn nu vertaald en gebundeld. Prachtige en vaak ironische sfeerimpressies van die optimistische en chaotische tijd. Roth doet minutieus verslag van de waan van de dag en het valt op hoe weinig die eigenlijk verschilt van de onze. Ook toen had men het gevoel overspoeld te worden door de eenvormigheid van een globaliserende wereld, ook toen veranderde immigratie het aanzien van de stad, en ook toen reageerden sommigen daarop met angst en rancune.

In de vroege jaren twintig maakte Roth zich nog zorgeloos vrolijk over nationalistische types die hij bijvoorbeeld bij de kapper aantrof. ‘Hij is streng jegens zichzelf om grof tegen de anderen te mogen zijn’, zegt hij van een breedsprakige kappersklant. En dat leidt tot een speelse opsomming van al het benepene waar deze man op lijkt: ‘Hij is de tante die me elke zaterdag met een draadschuier schoon boende. Hij is de draadschuier. […] Hij is de toespraak van mijn rector, de kus van mijn ongetrouwde petemoei.’

Roths romans uit de jaren twintig hebben dezelfde scherpe, ironische toon. Tegelijk met de bundel Berlijnse krantenstukken is nu ook Roths roman uit 1929, Rechts en links, uitgegeven en het is leuk om die twee boeken naast elkaar te leggen. Dan valt op hoezeer de romans van Roth uit de jaren twintig stoelden op de actualiteit. Soms bijna letterlijk, bijvoorbeeld in de beschrijving van een vitrine in een Berlijns politiebureau, vol met foto’s van overleden daklozen, die zowel in een krantenstuk als in zijn roman voorkomt.

Nog duidelijker wordt de wisselwerking tussen journalistiek en fictie in het centrale thema van Rechts en links, dat draait om beursbeleggingen en financiële crisis. Roth past de stijgingen en dalingen van de wisselkoers, die in 1922 en ’23 in Duitsland nog tot een ongekende hyperinflatie hadden geleid, in zijn roman toe als een dramatisch gegeven; als het noodlot waar zijn protagonisten aan onderhevig zijn. Die beproeven hun geluk als investeerders, aanvankelijk met veel succes voor beiden. Maar de één, telg van een semi-aristocratisch Duits geslacht, verliest zichzelf in de oppervlakkige wereld van de jetset, terwijl de ander, van simpele Oost-Europese afkomst, op het toppunt van zijn succes alles opgeeft en zich aan een nieuw, vrij leven waagt.

De massahysterie van de markt en de ontwrichtende maatschappelijke gevolgen van onverantwoordelijke investeerders komen in Rechts en links uitgebreid aan bod. En dat doet vandaag de dag natuurlijk buitengewoon actueel aan. De verleiding is dan ook groot om de opkomst van de extreem nationalistische bewegingen, die Roth op de achtergrond van zijn roman een rol laat spelen, ook met onze tijd te verbinden. Zo brengt Roth de onzekerheid van de depressie in verband met het angstige ‘patriottisme dat een bestaand vaderland beweent alsof het door de oceaan is verzwolgen’.

Maar tegelijkertijd maken Roths observaties, zowel in zijn roman als in zijn krantenstukken, juist duidelijk hoe plaats- en tijdgebonden de opkomst van het nazisme was: bijvoorbeeld door zijn aandacht voor de nasleep van WO I in Duitsland.

Wat wél actueel blijft, is Roths onnavolgbare stijl. Soms doorwrocht en vol scherpe filosofische oneliners, dan weer poëtisch en met de melancholie die we uit zijn latere romans kennen. In de slotzinnen van zijn hoofdstukken lijkt het vaak alsof hij de camera laat uitzoemen en zijn hoofdpersonen achterlaat in een wereld waar het noodlot alles met iedereen verbindt: ‘Hij viel in slaap in de fleurige fauteuil waarvan de grote, gele bloemen giftig door de duisternis heen braken.’

    • Ewoud Kieft