In Jos komen alle tegenstellingen samen

In Jos zijn christenen en moslims diep verdeeld. „De crisis lijkt religieus, maar de kern is politiek: wie mag zichzelf autochtoon noemen, en wie niet.”

Inwoners van Jos lopen langs een gebouw dat beschadigd werd tijdens de geweldsexplosie tussen christenen en moslims in november vorig jaar. Foto AP Local residents walk past a damaged building in Jos, Nigeria, Monday, Dec. 1, 2008. Daily life began returning to normal Monday in the riot-hit Nigerian city after two days of election-related violence killed more than 300 people. (AP Photo/Sunday Alamba) ASSOCIATED PRESS

Niemand weet precies hoeveel doden er zijn gevallen tijdens die fatale dag in november vorig jaar waarop moslims en christenen elkaar de oorlog verklaarden. Ibrahim (34) hoorde geweerschoten terwijl hij zich aankleedde om naar zijn naaiatelier te gaan. Buiten zag hij dat de christenen met stokken, kapmessen en jachtgeweren zijn wijk binnenvielen. Ibrahim kreeg twee kogels in zijn linkerbeen voordat hij zich uit de voeten kon maken. Het had erger gekund. „De ongelovigen hebben bij ons iets van 35 mensen vermoord.”

Diezelfde ochtend, een paar kilometer verderop, stond Jessica (24) bij de waterpomp toen de buren ineens begonnen te gillen. „Ze riepen: ‘de moslims komen eraan’.” Jessica liet haar plastic schalen staan en rende zo hard ze kon de heuvels in. „Ik struikelde bijna over twee verbrande lijken.” Moslims zijn gewelddadiger dan christenen, weet ze. „Ze denken dat ze naar de hemel gaan als ze voor God vechten.”

Nergens in Nigeria heeft godsdienst de bevolking zo verdeeld als in Jos, de belangrijkste stad in de glooiende heuvels van de deelstaat Plateau State. Je ziet het aan de gesluierde schoolmeisjes die de pas versnellen als ze langs de uitgebrande huizen in een christelijke wijk lopen. Je ziet het aan de onderzoekende blik van de bewaker van de christelijke school die de slagboom pas openzwaait als hij ziet dat er geen moslims in de auto zitten.

Hier ligt de Islamitische Ontwikkelingsorganisatie op een steenworp afstand van het Omnipotent God Complex en kun je van het Al-Ummah cybercafé oversteken naar de lokale bank God’s Grace Investment. Maar het wederzijdse wantrouwen onder de naar schatting 1 miljoen inwoners is groot. Nog steeds is de avondklok van kracht. Na elf uur ’s avonds rijdt alleen politie door de onverlichte straten. Het regeringsleger heeft vale tenten opgeslagen langs kruispunten in de stad. ‘Home of Peace and Tourism’, staat optimistisch op de nummerborden.

Jos was al eerder het toneel van geweld. In 2001 werd een zwaargewicht van de Hausa-stam, overwegend moslims uit het noorden van het land, op een invloedrijke post in de lokale regering benoemd. De autochtonen, overwegend christenen, waren not amused. Toen kort daarna een christelijke vrouw een wegversperring negeerde rond moslims die op straat het vrijdaggebed hielden, sloeg de vlam in de pan. Er vielen zo veel doden dat de overheid de noodtoestand uitriep.

De aanleiding voor het geweld vorig jaar was geknoei met de uitslag van de lokale verkiezingen door de christelijke gouverneur Jonah Jang. Nadat de moslims massaal de straat opgingen om te protesteren, gaf Jang de politie opdracht iedereen neer te schieten die in het vizier kwam. Shoot-on-sight, heet dat.

„We hebben totaal geen vertrouwen meer in de politie,” zegt advocaat Muhammad Ishaq, prominent lid van de plaatselijke moslimraad. „Je zou verwachten dat de overheid voorkomt dat geweld escaleert. Maar de politie begon gewoon lukraak mensen dood te schieten. Moslims werden van hun bed gelicht en geëxecuteerd.” Een heimelijke video van slachtoffers die in de moskee werden opgevangen getuigt van een slachting.

Politiek en religie zijn sterk met elkaar verknoopt geraakt in Jos. De Hausa’s vinden dat ze net zo veel recht hebben op de stad als de inheemse bewoners. Zij zijn de bevolkingsgroep die van het droge noorden naar de middle belt trok om in de tinmijnen van de Britse kolonialen te werken. De plaatselijke boeren van de Berom-stam waren meer geïnteresseerd in landbouw aan de rand van wat pas een echte stad werd toen andere stammen zich rond de mijnen vestigden om handel te drijven.

Jos werkte als een magneet op avonturiers die een nieuw bestaan wilden opbouwen. Maar Jos was van begin af aan een gesegregeerde stad. De autochtonen bewerkten hun akkers. De noorderlingen verdienden geld in het centrum. De Britten trokken zich terug achter de omheining van de Europese wijk. Pas na het opdelen van de staat in kleinere administratieve eenheden begon identiteitspolitiek een rol te spelen. De economische crisis van de jaren tachtig scherpte de machtsstrijd aan.

Met de overgang van een militair regime naar een burgerregering in Nigeria sloten de lokale stammen de gelederen. In 1999 verklaarde een lokale christelijke bestuurder dat Hausa’s niet langer recht hadden op een autochtonencertificaat. Dat certificaat is overal in Nigeria van kracht, maar wordt volgens de moslims in Plateau State discriminerend gebruikt. Autochtonen betalen minder schoolgeld, krijgen studiebeurzen voor de staatsuniversiteit en kunnen solliciteren bij de lokale overheid. Allochtonen hebben die privileges niet. Moeten ze maar teruggaan naar de deelstaat van hun voorouders, vindt het hoofd van de katholieke kerk Oscar Pam.

Pam stelt zich voor met de woorden: „Ik ben een autochtoon.” Onder de Britten maakten Hausa’s de dienst uit in Nigeria. Daarom menen veel Hausa’s dat ze aangeboren leiders zijn, zegt Pam. „De autochtonen in Jos krijgen het idee dat ze onder voet worden gelopen. Ze vinden dat hun gastvrijheid misbruikt wordt. De crisis lijkt religieus, maar de kern van het probleem is politiek: wie mag zichzelf autochtoon noemen, en wie niet.”

Statistieken over aantallen Hausa’s versus Beroms in Jos zijn niet beschikbaar. Het in kaart brengen van religieuze en etnische verhoudingen ligt te gevoelig in ontvlambaar Nigeria. Een jonge moslim kan wel vertellen wie de economie draaiende houdt. „Er rijden 28 Hummers in Jos. De Hausa’s hebben er 26. Wij betalen de belastingen en zorgen ervoor dat er geld in de staatskas komt. De christenen in de overheid maken het op.”

Religieuze leiders organiseren voetbalwedstrijden met gemengde teams en discussiemiddagen met jongeren in achterstandsbuurten om de spanning te verjagen. De overheid heeft handenvol geld uitgegeven aan mediacampagnes en politiepatrouilles, zegt Gregory Yanlong, minister van Informatie van Plateau State. „Als u nooit iets in de media had gelezen, dan zou u toch niet denken dat hier ooit rellen zijn geweest? Wij doen er alles aan om te voorkomen dat zoiets nog een keer gebeurt.”

Intussen zet de machtsstrijd zich voort op overheidsniveau. Maar liefst vijf verschillende commissies doen onderzoek naar de toedracht van de geweldsuitbarsting vorig jaar. De deelstaatcommissie wordt geboycot door de moslimraad, die zegt geen vertrouwen te hebben in de gouverneur. De federale commissie die opgezet werd door president Umaru Yar’Adua, een noorderling, wordt met argusogen gevolgd door de christelijke lobby.

Over één ding lijken christenen en moslims in Jos het eens: als een van de commissies al met aanbevelingen of veroordelingen komt, dan verdwijnen die in een la. Zo gaat dat in Nigeria. „Weet u, met onderzoek krijg ik mijn huis niet terug,” zegt leraar David Dung. Op de verkruimelde veranda van zijn zwartgeblakerde woning poetst hij zijn bril. Dung slaapt slecht sinds november. „Er is geen vrede meer in deze stad. We kunnen alleen nog bidden tot God.”

    • Pauline Bax