Gruwelgeschiedenis

cd OPERA D. Sjostakovitsj, De NeusMariinski Theater o.l.v. Valery Gergjev. ****

cd OPERA

D. Sjostakovitsj, De NeusMariinski Theater o.l.v. Valery Gergjev. ****

Steeds schaarser worden ze, de toporkesten of operahuizen die géén eigen cd-label hebben. Na het Concertgebouworkest, London Symphony Orchestra en het New York Philharmonic (en er zijn er veel meer) heeft nu ook het in Sint Petersburg gevestigde Mariinsky Theater van Valery Gergjev, deze maand als balletgezelschap te zien in Carré, een onafhankelijk eigen label. De eerste release is een vorige zomer gemaakte live-opname van de satirische vroege opera De Neus van Sjostakovitsj, naar de novelle van Gogol. De opname zorgt voor goede pr: het Mariinsky Theater maakt zijn kwaliteit toegankelijk én promoot zijn directeur Valery Gergjev, die deze zelfde opera in 2010 dirigeert bij de Metropolitan Opera in New York.

Sjostakovitsj hield vol zijn opera De Neus niet te beschouwen als een satire, maar als gruwelgeschiedenis. Je zult ook maar in de schoenen staan van de dikdoenerige ambtenaar Kovaljov: op een dag mis je je bloedeigen neus, die het dan los van jou schopt tot staatsraad en je in die hoedanigheid ook nog kleineert. Maar hoe je het verhaal ook wilt duiden, Sjostakovitsj omkleedde het absurdistische gegeven met felle, avant-gardistische muziek die in een revolutionaire overdaad aan contrasten het verhaal ferm van repliek dient.

In zijn extremiteit lijkt De Neus in eerste instantie misschien geen opera om via cd te leren kennen. Eigenlijk is het omgekeerde waar, want deze opera is juist in het theater een monstrum, met reden berucht onder regisseurs. Door de zeventig verschillende personages die erin worden opgevoerd, maar ook door het absurdisme, het bijbehorend gebrek aan psychologische ontwikkeling en de opeenvolging van korte scènes, opgedeeld door orkestrale tussenspelen. Zo beschouwd krijg je bijna begrip voor de mislukte, meta-absurdistische en stripverhaalachtige enscenering van David Pountney die in 2002 voor het laatst bij De Nederlandse Opera was te zien.

Die productie werd toen voorbeeldig gedirigeerd door Gennady Rozjdestvenski, zelf in de jaren zeventig verantwoordelijk voor de herontdekking van de opera. Valery Gergjev steekt hem hier naar de kroon in een scherpe uitvoering (lekker direct klinkend geregistreerd in de nieuwe concertzaal van het Mariinsky) die de ironie alle recht doet. De jonge bariton Vladislav Soelimsky, omgeven door een vocale cast zonder zwakke schakels, zingt prachtig kwetsbaar Kovaljevs monoloog (Mijn God, waarom dit ongeluk?). Het meest bizarre aan De Neus is niet het verhaal, maar het feit dat Sjostakovitsj erin slaagde zó compromisloos te componeren op zijn 21ste.