Elk land in Europa eigen griepbeleid

Er zijn internationale adviezen inzake pandemieën maar die zijn niet bindend. Zo nemen West-Europese landen hun eigen maatregelen tegen de Mexicaanse griep.

West-Europese regeringen treffen allemaal hun eigen maatregelen tegen de Mexicaanse griep. Ze krijgen adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie en van het in 2005 opgerichte European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) in Stockholm.

Het ECDC is de infectieziektewaakhond van de EU. De aangesloten landen zijn verplicht om uitbraken van infectieziekten aan het ECDC te melden, maar het ECDC heeft niets te zeggen over nationaal beleid. De uitwerking van de adviezen is daardoor in ieder land net iets anders.

Vergeleken met omringende landen heeft Nederland, gemeten per inwoner, bijvoorbeeld het meeste vaccin tegen de Mexicaanse griep besteld. Voor iedere inwoner koopt het Nederlandse Ministerie van Volksgezondheid twee vaccindoses, want twee prikken geven meer bescherming dan één.

Spanje bestelde veel minder, voor maar 40 procent van de bevolking. Plus een kleine voorraad voor nader te bepalen ‘anderen’. In Duitsland kan uiteindelijk ook iedere inwoner twee prikken halen.

Alleen de Franse regering maakte bekend wat de vaccinaanschaf kost: 879 miljoen euro voor 94 miljoen doses. Ruim 9 euro voor een prik. Het bedrag zorgde voor zomerse politieke opwinding.

De Europese landen wegen nu ook allemaal zelf af welke bevolkingsgroepen dit najaar als eerste worden gevaccineerd. Er is overleg, maar uiteindelijk beslist ieder land zelf.

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseerde ruim een week geleden om de vaccins allereerst te gebruiken om personeel in de gezondheidszorg te vaccineren.

De Franse minister van gezondheid Roselyne Bachelot heeft al gezegd dat advies op te volgen. Ze schat dat er 2 miljoen artsen en verpleegkundigen zijn, plus één miljoen mensen die als ondersteunend personeel in de zorg werken.

De Fransen maken ook lijsten met mensen van ministeries en andere overheidsorganen die onmisbaar zijn voor het openbaar functioneren. Ook zij worden met voorrang gevaccineerd.

De bestuurders- en ambtenarencategorie ontbreekt op de lijst van de Wereldgezondheidsorganisatie. De WHO heeft groepen van de bevolking op grond van medisch risico ingedeeld. De WHO onderscheidt zwangere vrouwen en mensen met een chronische ziekte die ook al voor de gewone seizoensgriepprik in aanmerking komen. En verder onderscheidt ze vier leeftijdscategorieën voor gezonde mensen: kinderen tot 15, jongvolwassenen van 15 tot 49 jaar, 50-plussers en 65-plussers.

Veel discussie zal er in de West-Europese landen zijn over de vraag of de 65-plussers, en misschien ook de 55-plussers, als laatsten aan de beurt moeten komen voor een prik tegen de Mexicaanse griep.

Het Franse gezondheidsministerie heeft al gezegd jongeren onder de 18 jaar een hoge prioriteit te geven, en te overwegen om de 65-plussers vooralsnog uit te sluiten.

Opvallend afwezig in de risicocategorie van de WHO zijn de mensen die lijden aan obesitas. In de Verenigde Staten bleken patiënten met ernstig overgewicht een risicogroep voor griepcomplicaties.

Eerste griepvaccins pas beschikbaar in oktober

Hopelijk arriveren de bestelde vaccins eerder dan de griepgolf, maar wellicht is dat hopen tegen beter weten in. Tijdens de vorige grieppandemieën sloegen het Spaanse griepvirus in 1918 en de Aziëgriep in 1957 al begin oktober hevig toe op het noordelijk halfrond. Alleen de Hongkonggriep van 1968 verscheen pas tegen de Kerst.

De West-Europese landen krijgen hun eerste vaccins in oktober geleverd. De laatste partijen komen pas in december.

Het is onwaarschijnlijk dat de Mexicaanse griep zo lang wacht. Deskundigen zeggen dat een nieuw griepvirus nog nooit zo snel wereldwijd verspreid is geraakt. Dat ligt minder aan het virus dan aan al die vliegtuigen die in een ruk de halve aardbol over vliegen – eerst vanuit de eerste epidemiegebieden in Mexico en de Verenigde Staten. En nu ook vanuit de griepwinter op het zuidelijk halfrond.

De griep verspreidt zich daar inmiddels zo snel dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) eerder deze maand besloot om niet meer alle patiënten te tellen. In Nederland wordt het aantal patiënten nog bijgehouden, maar landen met veel griep tellen en testen hun patiënten niet meer. Ze volgen het verloop van de epidemie. De cijfers over aantallen grieppatiënten op de hele wereld zijn inmiddels ruwe schattingen.

Lange tijd leek de voorbereiding op een grieppandemie in West-Europa eensgezinder te verlopen. De landen rond Nederland hebben bijvoorbeeld allemaal ongeveer evenveel virusremmers (Tamiflu en Relenza) op voorraad. Vaccineren moet voordat de griep toeslaat. Virusremmers zijn pillen, bedoeld voor mensen die al ziek zijn, of die de griep voelen opkomen. Ze verkleinen de kans op ernstige ziekte en ze verminderen de kans dat iemand griep krijgt na contact met een patiënt. De voorraden in West-Europese landen zijn genoeg voor 20 tot 50 procent van de inwoners, Spanje sluit ook hier de rij. Groot-Brittannië heeft Tamiflu bijbesteld en heeft straks voldoende voor 80 procent van de bevolking.

De Mexicaanse griep sloeg dit voorjaar flink toe in de Verenigde Staten, waar naar schatting nu 0,3 procent van de bevolking geïnfecteerd is geweest. Er zijn lokale verschillen: in New York was wel 7 procent van de mensen geïnfecteerd. Dat is nog niets bij wat in de herfst wordt verwacht: zeker 50 procent geïnfecteerden. De echte griepgolf wordt een factor 100 hoger dan wat het noordelijk halfrond tot nu toe meemaakt.

Het is niet de vraag of de Mexicaanse griep dit najaar komt, maar wanneer, en hoe hevig. Als het virus blijft zoals het nu is, krijgen we een milde griep. Maar toch met veel patiënten, want iedereen die na 1957 is geboren heeft geen weerstand tegen dit nieuwe griepvirus. Mensen die voor 1957 geboren zijn blijken enige weerstand te hebben. Kennelijk omdat een tot 1957 circulerend H1N1-griepvirus enigszins verwant is aan het H1N1-virus dat – na lang in varkens ‘ondergedoken’ te zijn geweest – nu als Mexicaanse griep onder de mens is gekomen.

Een griepgolf spoelt in twee of drie weken over een land ter grootte van Nederland. Naar schatting een derde van de mensen wordt dan ziek. Patiënten zijn zeker een week bedlegerig en daarna nog een week moe en zwak.

Voor gezondheidsautoriteiten is het de kunst om – zolang er geen vaccin is – de epidemie over een langere periode uit te smeren. Niet dat dan minder mensen ziek worden, maar de maatschappij raakt minder ontwricht.

M.m.v. Steven Adolf, Jeroen van der Kris, René Moerland en Floris van Straaten.

Griepgegevens op www.rivm.nl, www.who.int en ecdc.europa.eu

    • Wim Köhler