Een onnozel schaap tussen de nonnen en de lakens

Marion Pauw: Zondaarskind. Anthos, 290 blz. € 19,95

Het valt niet mee om Marion Pauw in een hokje te stoppen, want voor je het weet is ze er in een andere gedaante al uit ontsnapt. Pauw heeft namelijk een groot aantal vermommingen op haar repertoire. We zagen haar al als overspannen expat-vrouw (Drift) en in die van autistische bakkersknecht en advocate annex alleenstaande moeder. Met die laatste twee, in de roman Daglicht, won ze onlangs de Gouden Strop. In Zondaarskind kan ze ook een weesmeisje en een rancuneuze bejaarde dame aan.

Pauw formuleert krachtig en vaak zelfs prachtig. Ze is een van de jongste winnaars van de Gouden Strop, en de enige Nederlandse vrouw die ooit de prijs voor het beste spannende boek van het jaar won. Ze droeg de Strop 2009 min of meer op aan Saskia Noort, Simone van der Vlugt en Esther Verhoef. Haar boeken passen in de traditie van die schrijfsters, de polderpsychologische roman, hier al jaren als oestrogeenthriller betiteld. Maar Pauws boeken zijn beter. Pauw is vaak grappig. Haar romans zijn allemaal voorzien van ondeugende twists. Die kunnen zitten in een absurdistische verhaalwending of de vorm aannemen van snedige observaties als ‘muziek die de nonnen weken aan het vasten zou zetten’. Humor als relativering.

De 80-jarige Geertruida Amalia Smalhout in Zondaarskind is volstrekt overtuigend. Blijkens het nawoord ging dat niet vanzelf. Pauw deed heeft research inzake de gedragingen en hebbelijkheden van senioren door met bejaarden te spreken en te midden van hen te werken.

Als kind van negen ziet Truitje, zoals Pauw haar noemt, een vrijgevochten leven in de kroeg van haar ouders in vlammen opgaan. Ze komt tussen de onbarmhartige nonnen van het Maagdenhuis terecht. Op dat punt is Zondaarskind een schelmenroman of sociaal drama. Dat laatste wordt het in optima forma als Truitje als onnozel schaap de maatschappij wordt ingestuurd. Sitting duck is beter, want Truitje raakt zwanger en ontdekt dan dat ze als meid en minnares een wegwerpartikel is.

Op dat moment wordt Zondaarskind bijna een feministische roman, maar daar kiest Pauw niet voor. Ze blijft niet stilstaan bij het onrecht dat vrouwen werd aangedaan. In plaats daarvan grijpt ze snel terug naar het schema van de schelmenroman. In de tweede helft van haar leven – en het boek – neemt Truitje de langverwachte wraak. Met onwaarschijnlijke partners in crime brengt ze een misdadige plot ten uitvoer die na diverse verwikkelingen uiteraard slaagt.

Zondaarskind is al met al een vermakelijk boek. Het is eerder fantastisch dan realistisch, geheel overeenkomstig het karakter van de schelmenroman. Dat is opmerkelijk na alle moeite die Pauw heeft gedaan om het verdriet van Truitje te schetsen, en het onrecht en de wreedheden die haar zijn aangedaan. De positieve plot kan nu eenmaal geen ware genoegdoening opleveren van het leed. Een welwillende lezer zal dat uit liefde voor de personages of de romantiek door de vingers zien, maar Pauw kiest voor de plot en niet voor het realisme.

Uiteindelijk doet Zondaarskind onder voor Daglicht. Dat komt niet alleen door het balanceren tussen psychologisch drama en schelmenvermaak, het komt ook doordat Pauw met regelmaat op haar hurken gaat zitten. Zinnetjes als ‘Hij heeft overduidelijk niet door dat hij het zo alleen maar erger maakt’ zijn een overbodige en dus hinderlijke uitleg. Dat kan beter, zoals Pauw in Daglicht al overtuigend heeft bewezen.

    • Gert Jan de Vries