Een nuttige logeerpartij van de dominee bij de duivel

James Robertson: Het testament van Gideon Mack. Vertaald door Regina Willemse. De Geus, 414 blz. € 21,90

James Robertson: Het testament van Gideon Mack. Vertaald door Regina Willemse. De Geus, 414 blz. € 21,90

De Schotse dominee Gideon Mack valt tijdens een wandeling in een rivier en wordt een diepe kloof in gesleurd. Het is de duivel zelf die hem uit het water vist, en hem dagen lang in zijn onderaardse grot laat bijkomen. Wanneer de dominee later zijn gemeenteleden op de hoogte stelt van zijn avontuur wordt zijn positie onhoudbaar, en niet lang daarna vertrekt hij met onbekende bestemming. Dit klinkt als de samenvatting van een 19de-eeuwse gothic novel, maar het verhaal speelt in 2003 en heet Het testament van Gideon Mack, de nieuwe roman van de Schotse schrijver James Robertson. Blijkbaar heeft Robertson zichzelf de opgave gesteld het oude, nog weinig aansprekende gegeven van een sterveling die de duivel ontmoet, als uitgangspunt te gebruiken voor een psychologische roman. En daarin moesten dan ook nog geloofwaardige, eigentijdse personages optreden. Verbazingwekkend genoeg is hij daar in geslaagd.

Robertson heeft het intelligent aangepakt door oude en moderne thema’s te vermengen. Hij heeft van zijn hoofdpersoon geen steile dominee gemaakt, maar een moderne twijfelaar, die al lang van zijn geloof is gevallen en verliefd is op de vrouw van zijn beste vriend. Ook laat Robertson zijn dominee wortelen in 19de-eeuwse sferen. Gideon groeit op in een ouderlijk huis dat wordt beheerst door een strenge vader, weggelopen uit de Victoriaanse tijd.

Ook als het om de vorm van zijn roman gaat, ontleent Robertson het een en ander aan voorbeelden uit vroegere tijden. Het testament van Gideon Mack bestaat uit autobiografische aantekeningen, die Gideon na zijn ontmoeting met de duivel op schrift stelt. Dit uitgebreide verslag van een onvervuld leven wordt voorafgegaan door een inleiding van de fictieve bezorger van de tekst, uitgever Patrick Walker, die ook een nawoord schreef. Zo’n constructie doet vertrouwenwekkend ouderwets aan, en is bijvoorbeeld ook te vinden in de Schotse roman The Private Memoirs and Confessions of a Justified Sinner van James Hogg uit 1824. Ook daarin ontmoet de hoofdpersoon de duivel. Dat Robertson zijn klassieken kent, blijkt uit het feit dat de duivel in zijn roman Gil Martin heet, net als Hoggs duivel. In 1996 stelde Robertson de bloemlezing Scottish Ghost Stories samen, en ook die oude verhalen hebben hem ongetwijfeld geïnspireerd bij het verzinnen van de avonturen van zijn dominee. Maar desondanks blijft Het testament van Gideon Mack een moderne roman , zodat de lezer al gauw geneigd is te denken dat Gideon professionele hulp nodig heeft. Robertson voedt die vermoedens, om de zekerheden van de lezer daarna meteen weer onderuit te halen. Wat moeten we geloven? En wat wil Robertson ons laten geloven?

In Het testament van Gideon Mack wordt een intelligent spel gespeeld met de verwachtingen van de lezer. Dat is niets nieuws: ook James Hogg speelde met The Private Memoirs and Confessions of a Justified Sinner al spelletjes met zijn lezers. Maar Hogg wilde nog iets anders; hij wilde met zijn boek bepaalde overtuigingen van Schotse calvinisten aan de kaak stellen, vooral als het ging om de consequenties van de predestinatieleer.

Robertsons roman mist een vergelijkbare urgentie. Die is eerder een stijloefening, een poging uit te vinden of er nog leven in oude thema’s zit. Gelukkig is het geen dorre intertekstuele exercitie geworden. Dat uitgerekend de logeerpartij van Gideon bij de duivel de ontroerendste en overtuigendste passages oplevert, is het laatste wat je verwacht – en reden genoeg om Robertsons vakmanschap te bewonderen.

    • Rob van Essen