Een kostschool voor moslimterroristen

Bij vrijwel alle recente aanslagen in Indonesië zijn oud-leerlingen van de Al Mukmin-school betrokken.

De regering bestrijdt terreur, maar laat de radicale scholen ongemoeid.

Een muurschildering van twee AK-47-vuurwapens, een bebloed zwaard en een boek (waarschijnlijk de Koran) in een klaslokaal van de islamitische kostschool Al Mukmin, in Ngruki, op het Indonesische eiland Java. (Foto AFP)
This TV grab taken 17 November 2005 in Jakarta shows a masked man, according police who is believed to be alleged terrorist mastermind Noordin Mohamad Top, gesturing in a video found in terrorist hideout during a raid last week. The man threatens fresh attacks against the US, Britain, Australia and Italy which was released by the authorities 16 November in Jakarta. Indonesian police are conducting a massive manhunt for Noordin, who is among Asia's most wanted militants whilst his partner-in-crime and compatriot, bomb-maker Azahari Husin, was killed in a shootout with police last week. RESTRICTED TO EDITIORIAL USE AFP PHOTO/METRO TV
AFP

Drie jongetjes van twaalf zijn in boekhandel Al-Arafah aan de beeldbuis gekluisterd. „Boem, boem, boem!”, roepen ze zachtjes. Het winkelpersoneel vertoont een video van Tsjetsjeense rebellen, die elke halve minuut een Russische tank opblazen. De Arabische gezangen die het geheel begeleiden worden Indonesisch ondertiteld. „Blaas ze maar op, blaas ze maar op, geef niet op tegen de vijanden van God. Leve de islam!”

Waarom kijken deze Javaanse jongetjes naar jihadistische video’s over Tsjetsjenië? Dat willen ze niet zeggen: zonder te antwoorden rennen ze de winkel uit.

Al-Arafah staat in een beruchte wijk, een moslimextremistische enclave in het verder zo tolerante Indonesië. Hier in Ngruki, buitenwijk van de stad Solo op Midden-Java, staat de islamitische kostschool Al Mukmin, opgericht door de radicale geestelijke Abu Bakar Bashir. Meer dan tien veroordeelde terroristen, plegers van zelfmoordaanslagen en hun handlangers zaten op deze pesantren.

De politie dacht tot eind deze week nog dat oud-leerling Nur Hasbi zichzelf had opgeblazen in het Marriott-hotel in Jakarta. Hij was het niet, blijkt uit DNA-onderzoek, de politie onderzoekt nog of hij op een andere manier bij deze aanslag betrokken is.

Sinds zelfmoordterroristen vorige week vrijdag in twee vijfsterrenhotels zeven onschuldige mensen de dood in joegen, staat Ngruki weer volop in de belangstelling. De Indonesische politie heeft de afgelopen jaren veel terroristen gearresteerd, en het Zuidoost-Aziatische terreurnetwerk Jema’ah Islamiyah is flink uitgedund.

Maar wordt het geen tijd om ook de radicale scholen, extremistische geestelijken en uitgeverijen aan te pakken, vragen deskundigen zich af. Om te voorkomen dat nog meer jongeren uitgroeien tot terroristen?

Tot nu toe heeft de Indonesische overheid ze ongemoeid gelaten. De Al Mukminschool groeit juist de laatste jaren, zegt directeur Wayhuddin. Hij heeft een witte baard, een bril en een wit mutsje. Nu zijn er ongeveer 1.500 leerlingen.

Hij is „teleurgesteld” over de nieuwste aanslag, maar vindt het ook „logisch” dat zoiets gebeurt. Had president Obama van Amerika niet pas nog gezegd dat hij Al-Qaeda zou bestrijden? „Deze bomaanslag is het resultaat daarvan.” Dat veel alumni betrokken zijn bij aanslagen „is niet onze verantwoordelijkheid”, zegt hij.

Tussen de schoolgebouwen en slaapvertrekken lopen de tieners van Al Mukmin na schooltijd in sarongs, mutsjes en islamitische hemden. Ze proberen een baardje te kweken, maar de meesten komen niet verder dan een paar haren. Een groep leerlingen marcheert in ordelijke rijen langs. Onder luid geschreeuw van hun instructeurs drukken ze zich op, en klimmen ze over het hek van de pesantren.

Ze dragen het tenue van Sapala Kamufisa: volgens de school een soort padvinders. Maar waarom is het logo dan twee gekruiste machinegeweren? Een serieus antwoord geven de jongens niet. „Om vogeltjes te schieten”, giechelen ze.

Leerlingen Farouk en Mohamad Rifai schamen zich er niet voor, dat van hun school veel terroristen komen. Rifai (18): „Dit is de enige school in Indonesië waar mensen hun leven hebben geofferd voor Allah, dat is juist iets waar we trots op moeten zijn.” Farouk vindt de laatste aanslag „niet goed, maar ook niet slecht”. Hij en zijn vrienden kijken vaak video’s over wat het Westen hun ‘moslimbroeders’ heeft aangedaan in Palestina, Irak en Afghanistan. „Ik vind de slachtoffers van zo’n aanslag wel zielig. Maar als het kafirs zijn, niet-moslims, dan vind ik het niet zo zielig. Hen hoeven we niet te helpen. Die kunnen zichzelf wel helpen.”

Jongens als Farouk zijn vaste klant bij boekhandel Al-Arafah. Na schooltijd loopt de zaak vol met santri, zoals leerlingen van de kostschool worden genoemd. De winkel is mooi en licht, je kunt er iets drinken. Maar naast de kinderboeken ligt een stapel dvd’s, vier halen, drie betalen: The Holy Sniper, Mujahideen Frontline of Iraq Under Attack 3, met op de hoes een jonge meid met bom om haar middel.

De boeken zijn veelal vertaald en kosten een paar euro. Op vier plankjes over ‘de beweging’ staan titels als De liefdesboodschap van Al-Qaeda en de boeken van de ‘Balibombers’, die bij de aanslag op het vakantie-eiland in 2002 ruim 200 mensen doodden. Al-Arafah verkoopt ook T-shirts, met daarop gemaskerde mujahedeen-strijders met machinegeweren.

De verkoop van boeken over de jihad blijft stabiel, zegt Mohammad Sutyaji, die de winkel runt. Dat hij propaganda van veroordeelde terroristen verkoopt, ziet hij niet als een probleem. „Ik vind dat geen criminelen.” De aanslagen in het Marriott en het Ritz-Carlton afgelopen vrijdag, noemt hij „logisch”. „Er is veel dronkenschap en prostitutie in grote hotels, en de regering doet er niets aan.”

De uitgeverijen van dit soort haatzaaiende lectuur zijn veelal gelieerd aan Jema’ah Islamiyah, schreef de denktank International Crisis Group vorig jaar in een rapport. Ze vullen hun jihadistische assortiment aan met de luchtiger boeken over de islam die in Indonesië nu erg populair zijn. En ze doen het goed. Bij uitgeverij Aqwam, uitgever van Obama, de eerste Amerikaanse president die 100 procent Joods is, staan stapels dozen vol boeken klaar voor verzending.

Nu Indonesië sinds elf jaar een democratie is, is het moeilijk iets aan deze boeken te doen. Er is tenslotte vrijheid van meningsuiting. En het aanpakken van islamitische scholen ligt erg gevoelig. Het gevaar bestaat ook dat als de regering een school als Al Mukmin ontmantelt, het publiek dat moeilijk zal accepteren. Het blijven tóch islamitische geestelijken die daar lesgeven, is de gedachte, en daar heeft men respect voor. Iets dergelijks gebeurde ook na de arrestatie van Bashir, die in sommige kringen werd gezien als een soort martelaar.

Toch is dat precies wat de overheid nu zou moeten doen, zeggen deskundigen. „De Indonesische terrorismebestrijding heeft zich nooit gericht op de rekrutering”, zegt Rohan Gunaratna van de Nanyang Technological University in Singapore. En dan is het een soort dweilen met de kraan open. „De dreiging is erg groot, als je mensen gewoon laat doorgaan met het prediken van haat.”

    • Elske Schouten