De zwempakkencrisis

Termen als ‘pakkenoorlog’, ‘technologische doping’ en ‘pakkencrisis’ duiden erop dat bij de wereldkampioenschappen zwemmen in Rome, die zondag beginnen, meer op het spel staat dan de vraag wie er als snelste aantikt op de 100 meter vrije slag. En dat is helaas ook zo. De belangen van fabrikanten spelen een grote rol. En de vraag of de vele wereld- en andere records die worden voorzien, wel van waarde zijn.

De technologie rukt steeds verder op in de sport. Een goed voorbeeld is het schaatsen, waar kunstijs het natuurijs verdrong, overdekte hallen de plaats van openluchtbanen innamen, de klapschaats werd uitgevonden en voor de pakken steeds meer trucjes werden bedacht die de schaatsers minder luchtweerstand en dus een hogere snelheid bezorgden.

Dat noopte tot steeds gedetailleerder reglementering. Een schaats is niet zomaar meer een schaats, maar volgens de definitie van de Internationale Schaats Unie „een passieve mechanische verlenging van het been, bedoeld om de glijtechniek mogelijk te maken”. De constructie van de schaats is aan normen gebonden en als de schaatser zijn ijzers verwarmt, zwaait er wat.

Begin vorig jaar werd het supersnelle zwempak geïntroduceerd. De pakken werden gefabriceerd van polyurethaan, een kunststof die voor extra drijfvermogen zorgt. Het merk Speedo kwam met de LZR Racer. Bij de Olympische Spelen van Peking, vorig jaar augustus, droeg bijna iedere zwemmer het. Andere merken volgden. Het gevolg: een race om het snelste zwempak.

Dat zou niet erg zijn als de Wereldzwemfederatie FINA tijdig criteria had opgesteld waaraan de pakken zouden moeten voldoen. Dat verzuimde de bond aanvankelijk en daarna ontstond er een zigzagbeleid dat alleen maar voor verwarring en ergernis zorgde. Bij gebrek aan duidelijkheid leek eerst alles toegestaan, met als gevolg dat sommige zwemmers meerdere pakken over elkaar aantrokken (nog meer drijfvermogen). Dat mag nu niet meer. Intussen regende het wereldrecords.

Daarna werden sommige pakken verboden op basis van onheldere criteria. Rechtszaken van boze fabrikanten dreigden, de FINA, die het probleem zwaar heeft onderschat, ging overstag. Een factor hierbij is dat fabrikanten vaak ook sponsor van de zwemsport zijn, soms van nationale bonden.

En zo werd de zwemsport een speelbal van commerciële belangen en juridische procedures. Tot 1 januari 2010, dus ook bij de komende WK, zijn nog alle merken toegestaan. Ze moeten wel aan enkele voorwaarden voldoen, er is bijvoorbeeld een maximum aan het drijfvermogen gesteld (1 newton). Daarna worden de supersnelle pakken verboden, zo heeft het congres van de FINA pas vandaag besloten. Waarmee meteen een volgend probleem is veroorzaakt: wat moet er met de wereldrecords gebeuren die zijn gezwommen in pakken die bij nader inzien ongewenst waren?

Het is hoe dan ook gewenst dat het bij zwemwedstrijden blijft gaan om de vraag welke zwemmer het snelste door het water gaat – en niet welk pak er wint.