De verslaafde die gezellig over de heg hangt

Waar winden stedelingen zich over op? In Den Bosch strijden omwonenden tegen hostels voor drugsverslaafden in woonwijken.

Het huilen staat Loes Deneer nader dan het lachen. „Ik ben wanhopig.” Ze heeft twee weken niet geslapen, zegt ze, sinds ze vernam dat pal tegenover haar huis een hostel komt voor drugsverslaafde daklozen met een psychische aandoening. „Dit huis was onze droom. Hier hebben we veertig jaar voor gewerkt. Nu wil ik hier weg. Maar dat lukt niet, want niemand wil zo’n huis meer kopen.” Ze heeft spandoeken en zwarte ballonnen opgehangen aan het hek en boven de voordeur van de voormalige basisschool. Op de gevels van alle aanliggende woningen is een bordje Onverkoopbaar geplaatst.

Den Bosch wil vijf hostels in vijf wijken inrichten voor gemiddeld 25 daklozen in een „beschermde woonvorm” met begeleiding en onder toezicht. Zodat deze mensen niet meer op straat zwerven en overlast veroorzaken. Burgemeester Ton Rombouts (CDA): „Om de stad als geheel veiliger te maken, wijzen we vijf buurten aan waar de opvang komt. Het is vervolgens onze dure plicht om te zorgen dat deze buurten per saldo nog veiliger worden dan ze nu al zijn.”

De eerste aanzet voor de opvang van verslaafden mislukte vorig jaar, toen een beoogde locatie in de Bossche wijk Kruiskamp in brand werd gestoken. Daar waren felle protesten aan vooraf gegaan. „Na die ervaring hebben we besloten ons het Utrechtse model eigen te maken”, zegt Rombouts. In Utrecht zijn de afgelopen jaren zeven hostels opgezet. De veiligheid in de buurten is volgens onderzoek vergroot, het aantal klachten van omwonenden daalde en ook de therapeutische resultaten zijn bemoedigend. „De zorg slaat aan”, vertelt manager Léon Bal van een hostel voor alcoholisten in probleemwijk Ondiep. De Bossche gemeenteraad schaarde zich een half jaar geleden achter dit model. Avonden voor bezorgde bewoners volgden. Suggesties voor locaties waren van harte welkom. Uit 84 genomineerde plaatsen heeft de gemeente er nu twee gekozen, binnenkort volgen de andere drie.

De buren van de toekomstige hostels zijn woedend. Karel van Herpen wandelt langs zijn woning in de wijk Hintham en vertelt hoe rustig de wijk nu nog is. Hij kwam hier zes jaar geleden wonen. „Ons werd gezegd dat op de plaats van de basisschool appartementen zouden komen. En dan hoor je ineens dit. Dat is enorm slikken.” Loes Deneer: „Ik slik het niet. Ik ga het ook niet slikken.” Karel van Herpen: „We zijn niet tegen hostels. Maar in een buurt met veel kinderen, ouden van dagen en gehandicapten? Dat is geen ruimtelijke ordening maar ruimtelijke chaos.” Loes Deneer: „Wat moet ik doen als mijn dochter of ik buiten loop en iemand met een psychose op ons afkomt? Ik denk nergens anders meer aan.”

Op emotionele informatieavonden hebben omwonenden stoom kunnen afblazen ten overstaan van burgemeester Rombouts, CDA-wethouder Jenny Eugster, projectleiders en hulpverleners. Ja, er was begrip voor hun angst. Het was ook geen gemakkelijk besluit, kregen ze te horen. Maar denk ook eens aan die verslaafden zelf en vergeet niet dat mensen in deze situatie terecht komen door echtscheiding, een ongelukkige jeugd of een traumatische ervaring. En inderdaad hebben de verslaafden niet altijd genoeg geld gaan ze dan uit stelen. Maar aangetoond is, aldus hulpverleners, dat mensen die een tijdje in een hostel wonen, minder drugs gebruiken en dus ook minder op stelen zijn aangewezen.

In Den Bosch-Zuid is een voormalig kantoorgebouw aangewezen als hostel. Buurman Harold Tiesing maakt vier stappen tot aan het hek van het pand. „Dit is de afstand tussen spelende kinderen en de verslaafden.” Tiesing is oprichter van het actiecomité Stop Hostels Den Bosch. Hij verwacht dat de raad het besluit terugdraait. „We krijgen daar signalen over.” Het hele concept van de hostels deugt niet. „Wij geloven er niet in.” De verslaafden komen in een woonwijk waar ze niets mee van doen hebben, legt Tiesing uit. „Verslaafden hangen straks echt niet gezellig over de heg om te vragen of ik nog een biertje wil. Ze willen drugs hebben.”

Zijn Utrechtse hostels met die in Den Bosch te vergelijken? „Het enige antwoord daarop kan komen door een grondig onderzoek naar de leefbaarheid en veiligheid van zowel omwonenden van hostels als de bewoners zelf”, aldus het actiecomité. Tiesing pleit voor kleinschaliger opvang, in groepjes van vier of vijf in een woonhuis. „Dat is minder bedreigend.”

De kwestie grijpt ook burgemeester Rombouts persoonlijk aan. „Je staat ermee op en je gaat ermee naar bed.” Niettemin gelooft hij in een goede afloop. Dat hebben drie eerdere affaires in de stad volgens hem bewezen. Na óók veel verzet tegen hulplocaties aan verslaafden en daklozen, maar de klachten zijn verstomd. Rombouts heeft beide buurten gisteren bezocht. Honderden mensen wachtten hem op, met spandoeken en protestborden. Dat omwonenden zich overvallen voelen, kan hij zich goed voorstellen. „Het is als een rouwproces.”

Maar is er een alternatief? Moet je het kiezen van een geschikte locatie dan maar aan bewoners zelf overlaten? Rombouts denkt van niet. „Dat kun je bewoners niet aandoen. Dan breng je mensen in een onmogelijke positie. Daar hebben we nu juist de gekozen gemeenteraad voor.”