De rest werkt in de zomer wel door

In de zomermaanden gaan met name werknemers met kinderen op vakantie.

De kinderlozen werken door. Dat gaat niet altijd zonder morren.

Deze maand is het vakantietijd voor ouders van schoolgaande kinderen. Logisch, zij zijn gebonden aan de schoolvakanties. Kinderloze werknemers of werknemers met oudere kinderen die de deur uit zijn, werken door. Wie buiten het hoogseizoen met vakantie kan, doet dat graag. Want wie wil er nou in juli op vakantie als de campings vol en de prijzen hoog zijn?

Toch kan de verdeling van de vakanties leiden tot ergernissen, blijkt uit vragen die arbeidsrechter.nl, een site voor juridisch advies, de afgelopen jaren toegestuurd kreeg. Wat als je partner leraar is en om die reden gebonden aan het hoogseizoen? Of als je gehecht bent aan de maand juli?

Uit een onderzoek van maandblad J/M van vorig jaar augustus onder 529 kinderloze werknemers bleek liefst 62 procent het irritant te vinden dat van hen wordt verwacht hun vakantieplannen aan te passen aan die van collega’s met kinderen.

Ulli Hoogland van arbeidsrechter.nl zegt dat er geregeld frictie is op de werkvloer over de vakantieplanning, hoewel hem geen gevallen bekend zijn waarin dit tot juridische procedures heeft geleid. „Dat is ook niet vreemd. Wat win je ermee, behalve een verziekte sfeer? Het neemt niet weg dat het voor veel werknemers en werkgevers elk jaar weer een hele toer is om eruit te komen.”

Ouders met schoolgaande kinderen hebben wettelijk niet meer recht op vrije dagen tijdens de schoolvakanties dan anderen. De jaarlijkse vakantieplanning komt aan op „goed werkgeverschap en goed werknemerschap”. Het gaat niet altijd zonder problemen: bij bedrijven waar er van twee gespecialiseerde krachten altijd één op het werk moet blijven, gaat het wel eens mis.

Volgens Hoogland zijn er bedrijven die ouders expliciet het voorrecht geven voor vakantie in de zomermaanden. „Daar is op zich niets mis mee. Een bedrijf mag aangeven hoe het omgaat met de vakantieverdeling.”

Beleidsadviseur gezin en werk Peter Cuyvers zegt dat in Nederland de combinatie werk en kinderen niet goed geregeld is. Dit laat „het veld vrij voor emotionele chantage door werknemers met kinderen”, zegt hij. Volgens Cuyvers schuurt het al langer tussen werkende ouders en hun kinderloze collega’s. Door de crisis en mogelijk verlies van werk is het even minder actueel. Cuyvers: „Tot een boze kinderloze op een kwade dag een buggy van de trap duwt. Dan staat het zo weer bovenaan.”

De onmacht van de kinderloze werknemer om zijn vakantie naar eigen voorkeur in te delen, is een „breed gevoeld sentiment”, meent Cuyvers. Hij spreekt van „sluipende irritatie”. Ouders moeten opvang zelf zien te regelen en dat doen ze dan ook. „Liefst via netjes onderhandelen, maar als het moet door tijd in te pikken. Zorgplicht gaat voor werkplicht.”

De kinderloze collega schikt wel in als een vader of moeder eerder naar huis moet om hun kind op te halen van de crèche, zegt Cuyvers. „Met dertig ouders aan je bureau die allemaal met hun kinderen aan het hoogseizoen gebonden zijn, kies je toch snel voor een andere maand vakantie.”

In de praktijk komen collega’s en hun baas er wat de vakantiespreiding betreft wel uit. Een woordvoerder van de vakcentrale FNV zegt dat er „alleen in individuele gevallen” problemen ontstaan. „Het heeft geen zin regels op te stellen. Wij adviseren dat je voor jezelf opkomt. Je kunt niet alles dichttimmeren.”

Wat als je nu per se op vakantie wilt in juli? Arbeidsjurist Hoogland: „Als je ouders zoveel jaar getrouwd zijn en dat net in die ene week in juli willen vieren, win je het heus wel van je collega met kind. Maar je moet wel een dijk van een verhaal hebben.”

Hoe het op het werk ook geregeld is, als je op een schriftelijk verzoek voor het opnemen van vakantiedagen binnen twee weken geen bezwaar van je werkgever hebt ontvangen, zegt Hoogland, „kun je gaan boeken”.

Vanaf begin van deze eeuw is het bij wet zo geregeld dat de werkgever de vakantieperiodes niet meer toewijst, maar het initiatief aan de werknemers laat. Een woordvoerder van CNV Jongeren zegt dat er sindsdien maar één regel is. „Wie het eerst komt, het eerst maalt. Ouders met schoolgaande kinderen zijn er vaak eerder bij.”