De oude winstmachine van DSB Bank hapert

Door de felle kritiek van AFM op het kredietbeleid van DSB Bank, is de groep extra kwetsbaar geworden. Ze moet nu op zoek naar een nieuw verdienmodel.

Geflits van fotografen, zoemende tv-camera’s en een spervuur van vragen. Dirk Scheringa, de 58-jarige ondernemer en eigenaar van DSB Bank, toonde zich gisteren verbaasd over de grote belangstelling van de media in het hoofdkantoor van zijn consumentenbank. „Al die focus op DSB. Het lijkt wel alsof wij de crisis hebben veroorzaakt”, zei hij.

Oorzaak van de opwinding in Wognum, een rustig dorpje midden in weilanden van Noord-Holland, is niet de kredietcrisis. Wel een opeenvolging van klachten van ontevreden klanten en opvallend scherpe kritiek van de financiële toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) op de praktijken van de bank.

Eerder deze maand legde de financiële toezichthouder twee boetes op aan de consumentenbank, voor een bedrag van 120.000 euro in totaal. De AFM verwijt de bank van Scheringa dat ze onvoldoende de regels heeft nageleefd bij het verstrekken van hypotheekleningen en verzekeringspolissen. Er werd te weinig gedaan om te voorkomen dat mensen te grote bedragen leenden en klanten kregen niet genoeg informatie over de kosten en de risico’s van de producten.

De kritiek van de AFM „schaadt onze reputatie”, gaf Scheringa toe. Hij ontkende echter dat er fouten zijn gemaakt. DSB Bank zal de boetes betalen, maar vindt dat de toezichthouder bij zijn beoordeling „te open normen” hanteert en stuurt aan op een principe-uitspraak van de rechter. „Er is een verschil van inzicht”, aldus Scheringa. „We willen hierover jurisprudentie.”

DSB Bank heeft tot nu toe 300.000 euro betaald aan schikkingen met misnoegde klanten (zie inzet). „We verwachten dat dit bedrag nog zal oplopen tot 1 à 1,5 miljoen euro”, aldus operationeel directeur Hans van Goor. Die bedragen zullen de bank echter niet in financiële problemen brengen.

DSB Bank maakte gisteren zijn cijfers over het boekjaar 2008 bekend. De groep boekte een nettowinst van 45,5 miljoen euro. De groep gaf ook voor het eerst inzicht in de resultaten van de eerste jaarhelft van 2009. Ook hier was het nettoresultaat positief: 18 miljoen euro.

Wat echter opvalt, is dat beide winstcijfers in belangrijke mate te danken zijn aan een financiële meevaller: de inkoop door de bank van eigen obligaties. Deze effecten zijn in het verleden in de markt gezet om extra middelen aan te trekken. Door de kredietcrisis staan de koersen van deze schuldbewijzen onder druk en kon DSB ze met winst terugkopen. Dit had vorig jaar een positief effect van 37,4 miljoen euro op het resultaat. Dit jaar was dat 28,1 miljoen euro.

„Het gaat goed met DSB Bank”, zei Dirk Scheringa. „We schrijven zwarte cijfers.” Maar achter die positieve getallen schuilt een meer genuanceerde werkelijkheid. Het verdienmodel van de consumentenbank staat onder zware druk. Dat blijkt uit twee details in de jaarrekening. In 2008 stegen de inkomsten uit rente op één jaar tijd met 68 procent tot 119 miljoen euro. De provisies uit de verkoop van verzekeringsproducten daalden echter met 30 procent tot 81 miljoen euro.

De oude winstmachine van de bank hapert. De concurrentie op de markt voor hypothecaire kredieten en persoonlijke leningen is scherp. Lange tijd kon DSB Bank deze situatie de baas door op agressieve wijze hypotheekleningen aan te bieden tegen erg scherpe voorwaarden. De lagere opbrengsten – of eventuele verliezen – die daaruit voortvloeiden, werden gecompenseerd door aan deze hypotheken koopsompolissen (levensverzekeringen) te koppelen met royale provisies.

Dit kan nu niet meer. Onder druk van de AFM die de consumentenbank heeft verplicht om die vorm van koppelverkoop te herzien, hebben de winststromen in de bank zich verlegd. In 2007 kon DSB Bank nog ruim de helft van zijn inkomsten halen uit de verkoop van verzekeringsproducten. Nu is dat aandeel gedaald tot minder dan 36 procent.

DSB, die volgens Dirk Scheringa nog altijd de ambitie heeft om „de beste consumentenbank van Nederland” te worden, moet nu net zoals andere klassieke banken rekening houden met een hogere rentegevoeligheid. In 2008 heeft DSB meer hypotheken met een langere rentevaste looptijd aangeboden om zijn marktaandeel van 3 procent in Nederland te verdedigen. De bank biedt nu naar eigen zeggen zijn klanten ook „de garantie” dat ze een zelfde rente mogen behouden bij verlenging van de hypotheek.

Dergelijke promotionele acties leveren resultaat op. Op die manier is DSB er vorig jaar in geslaagd om zijn kredietportefeuille met 1,3 miljard euro uit te breiden, een stijging met 23 procent. Maar meer hypotheken met een vaste rentevoet maken de bank ook extra kwetsbaar. Een stijging van de rente met 1 procent heeft een negatief effect op het eigen vermogen van 18 miljoen euro en doet het resultaat (voor belastingen) dalen met 5 miljoen euro, meldt DSB in zijn jaarverslag.

Een mooi resultaat is dat de bank circa 600 miljoen euro aan nieuwe spaardeposito’s wist aan te trekken: een toename met 20 procent. Dat is echter niet uitzonderlijk. Ook andere banken profiteren van de grotere Nederlandse spaarzin in economisch onzekere tijden. Interessanter is om te kijken aan welke voorwaarden DSB deze middelen heeft aangetrokken.

De rente die de bank op spaardeposito’s moet betalen is in één jaar tijd bijna verdubbeld tot 163 miljoen euro. „Een dure manier voor de bank om middelen aan te trekken”, geef Hans van Goor toe. „We hopen daarvoor later opnieuw obligaties uit te geven, maar dan na de kredietcrisis.”

    • Piet Depuydt