De 'bulldog' van het marxisme

Dankzij Friedrich Engels kon Karl Marx 17 jaar ongestoord aan ‘Das Kapital’ werken. Wie was die rijke filantroop en ‘non-marxist’?

Friedrich Engels in 1891 The Art Archive Photograph of Friedrich ENGELS (1820-95), German social philosopher and revolutionary, in 1891 Photo Credit: [ The Art Archive / Karl Marx Museum Trier / Alfredo Dagli Orti ] The Picture Desk

Tristram Hunt: The Frock-Coated Communist. The Revolutionary Life of Friedrich Engels. Penguin Books, 443 blz. € 34,-

Lange tijd is Friedrich Engels (1820-1895) als de mindere tweelingbroer van Karl Marx behandeld. Volgens de Britse historicus Tristram Hunt is er alle reden om opnieuw aandacht aan de Duitse filosoof-ondernemer te besteden, want hij was meer dan een aanhangwagen van Marx, blijkt uit deze biografie. De ideeën van Engels moeten volgens hem losgekoppeld worden van de misdaden die uit naam van het marxisme-leninisme vooral onder Stalin zijn gepleegd. Bovendien speelt de actualiteit mee. Er zijn mensen die in de huidige crisis van het kapitalisme aanleiding zien om naar Marx en Engels terug te grijpen.

Toch ligt de verdienste van deze biografie niet in de actualisering tegen de achtergrond van de huidige economische crisis. Het is veel meer een boek waarin uitvoerig en elegant wordt uitgelegd hoe en binnen welke historische context de ideeën van Engels zich samen met die van Marx hebben ontwikkeld. Hunts kracht blijkt uit de beschrijving van de ruim 40-jarige vriendschap tussen deze denkers en hun intellectuele ontwikkeling en politiek engagement. Hunt stelt dat Engels meer heeft gedaan voor het wetenschappelijke socialisme dan alleen maar Marx in zijn Londense ballingschap financieel en moreel te ondersteunen en de talrijke familieperikelen glad te strijken. In velerlei opzicht is hij de architect van het marxisme zonder zelf marxist te zijn.

Eerder dan Marx heeft deze co-auteur van het wereldberoemde Communistisch Manifest van 1848 al in 1845, op 24-jarige leeftijd, in Die Lage der arbeitenden Klasse in England uitvoerig gewezen op de schaduwzijden van het kapitalisme. Engels groeide op als zoon van een textielfabrikant in Barmen, waar de industrialisatie in het Wuppertal de arbeiders in armoede dompelde. Dit leidde bij hem tot geloofsverlies dat opgevuld werd met een nieuwe wereldbeschouwing, en politieke actie om de wereld te verbeteren.

Engels en Marx behoorden tot de jong-Hegelianen en werden onder meer beïnvloed door Moses Hess die voor het eerst de sociale kwestie aankaartte. Geïnspireerd door Ludwig Feuerbach wisten zij het Hegeliaanse idealisme om te bouwen tot een dialectisch materialistische leer waarin de mens en niet de geest centraal stond. Engels paste het idee van vervreemding toe op de onmenselijke toestanden in de industriestad Manchester waar de mens door de productie van goederen volledig van zichzelf vervreemdde. Beiden kwamen tot de conclusie dat de sociale structuren de geschiedenis bepaalden en het proletariaat via een revolutie voor de opheffing van de vervreemding zou zorgen. Zich afzettend tegen Franse utopisch socialisten als Pierre-Joseph Proudhon, waren beiden na hun eerste ontmoeting in november 1842 actief in het socialistische emigrantenmilieu in Brussel en Parijs. Tijdens de revolutie van 1848/1849 stond Engels letterlijk op de barricaden, maar tevergeefs. Hij moest net als Marx naar Engeland uitwijken, waar hij tot zijn dood in 1895 zou blijven.

Hunt heeft een scherp oog voor de paradoxen in Engels’ dubbelleven in ballingschap. Enerzijds was hij dankzij zijn vader een rijke Victoriaanse industrieel van de textielfirma Ermen & Engels, die profiteerde van de bloei van de katoenindustrie en gek was op de vossenjacht, vakanties, chique clubs, aandelen en het militaire bedrijf. Anderzijds was hij iemand die zich verre hield van het bourgeois milieu en zich het meest thuis voelde in de arbeiderskroegen in de achterbuurten van zijn stad. Hier ontmoette hij zijn eerste grote liefde, het Ierse fabrieksmeisje Mary Burns. Zij introduceerde hem als Persephone in de Hades van Manchester.

Het meest paradoxale was dat Engels het geld dat hij geregeld in ruime mate naar Londen stuurde, en waarmee Marx’ familie een comfortabel middle class-bestaan kon opbouwen, verdiende met de uitbuiting van de arbeiders die hij theoretisch zei te verdedigen. Zodoende kon Marx 17 jaar in het British Museum in Londen ongestoord aan zijn magnum opus werken, waarin de ondergang van het kapitalisme werd aangekondigd. Niet alleen voorzag hij Marx van allerlei economische informatie uit eerste hand om het eerste deel van Das Kapital dat in 1867 verscheen te kunnen schrijven, maar ook ontcijferde hij met grote moeite diens handschrift en verzorgde consciëntieus ook deel 2 en 3 van het magnum opus.

Hun intensieve correspondentie geeft een diep inzicht in hun nauwe samenwerking en hechte vriendschap. Engels was in allerlei opzichten de gever, de filantroop, speelde de tweede viool, en was zelfs zo loyaal aan zijn vriend dat hij het vaderschap van een onecht kind van Marx voor zijn rekening nam. Engels’ Londense huis aan Regent’s Park Road 122 groeide uit tot het gastvrije Mekka van de internationale socialistische beweging. Daar werden grote socialistische voormannen als August Bebel en Karl Kautsky ontvangen en van daaruit werd de strategie uitgestippeld om het marxisme over de wereld te verspreiden.

Engels’ Anti-Dühring, waarin Das Kapital eenvoudiger werd uitgelegd, werd de bijbel voor de marxisten overal ter wereld. Opvallend was dat Engels, die ook over vrouwenemancipatie, stedenbouw en kolonialisme schreef, steeds meer in de greep kwam van de natuurwetenschappen en Darwins evolutieleer. In de grafrede bij de dood van zijn vriend in 1883 plaatste hij het marxisme nadrukkelijk op één lijn met het darwinisme. Hierna was hij de onvermoeibare evangelist, de ‘bulldog’ van het marxisme. Eindelijk kon hij de eerste viool spelen.

Hoewel Hunt in zijn slotbeschouwing beweert dat Engels onschuldig is aan de latere misdaden van het communisme, heeft hij te weinig oog voor de schakel die Engels vormde in de keten van het systematiseren en sacraliseren van Marx’ ideeën die uiteindelijk tot de Goelag Archipel van Stalin zouden leiden. Het onwrikbare geloof in de juistheid en wetenschappelijkheid van Marx’ ideeën en de onvermijdelijkheid van de loop van de geschiedenis op weg naar een klassenloze samenleving bood anderen de gelegenheid om van het marxisme een gevaarlijke en repressieve heilsleer te maken.

Natuurlijk is Engels niet direct verantwoordelijk voor wat Lenin en anderen van het marxisme hebben gemaakt. Toch is wat de onlangs overleden socioloog-politicus Ralf Dahrendorf over West-Duitsland heeft gezegd, ook toepasbaar op Engels: theoretische humaniteit en praktische onmenselijkheid liggen ongemakkelijk dicht bij elkaar. Hunt heeft hiervoor in zijn mooie en zeer leesbare biografie te veel zijn ogen gesloten. Chinese arbeiders worden immers nog steeds uit naam van Marx en Engels uitgebuit.