Afluisteren van De Telegraaf had nooit gemogen

De Telegraaf won én verloor gisteren een rechtszaak tegen de overheid. Het ging om bronbescherming voor journalisten. „Als de AIVD te ver is gegaan, dan geldt dat zéker voor het OM.”

Grote kop op de website van De Telegraaf, gisterenmiddag: „De AIVD moet stoppen!” Om kwart over één had de krant nog juridisch in het stof gebeten. De doorzoeking van de woning van Telegraaf-journalist Jolande van der Graaf door het Openbaar Ministerie was rechtmatig, zo oordeelde de Haarlemse rechtbank. Maar een dikke twee uur later volgde de victorie: de AIVD moet stoppen met het afluisteren van Van der Graaf en de hoofdredactieleden Joost de Haas en Sjuul Paradijs. Dat bepaalde de kortgedingrechter.

Op 18 juni werden een medewerkster van de AIVD en haar partner, een oud-employé, gearresteerd, omdat ze staatsgeheimen zouden hebben gelekt naar De Telegraaf. Tegelijkertijd werd de woning van Van der Graaf door de Nationale Recherche doorzocht en werden notitieblokjes, telefoons en computers in beslag genomen.

Om het lek te vinden, heeft de AIVD de journalisten weken op de korrel genomen. Uit het ambtsbericht dat de dienst op 16 juni naar justitie stuurde, blijkt volgens de rechtbank dat de dienst mobieltjes heeft afgeluisterd en de journalisten geobserveerd en gevolgd.

Volgens De Telegraaf heeft zowel de AIVD als justitie een grove inbreuk begaan op de journalistieke bronbescherming. Artikel 10 van de Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) garandeert de vrijheid van meningsuiting en omvat daarmee ook het recht van journalisten om hun bronnen te beschermen. Het Europees hof in Straatsburg heeft verschillende uitspraken gedaan waarin het belang daarvan voor de democratie wordt onderstreept. De rechters in Haarlem en Amsterdam refereerden hieraan.

Toch kwamen de rechters tot een heel verschillend oordeel.

De Haarlemse rechtbank vond dat de huiszoeking en beslaglegging bij journaliste Van der Graaf rechtmatig was. Allereerst omdat justitie eerst netjes om de spullen heeft gevraagd. Toen De Telegraaf dat had geweigerd, was het belang van de staat om verdere verspreiding van de staatsgeheimen te voorkomen belangrijker, vindt de rechtbank. Daarbij komt dat Van der Graaf verdacht wordt van het ‘opzettelijk onder zich nemen’ van staatgeheimen (artikel 98c Wetboek van strafrecht, maximale straf: 6 jaar cel). In dat geval had Van der Graaf de grenzen van de bronbescherming overschreden.

Ook de Amsterdamse rechtbank stond uitgebreid stil bij het EVRM. Maar om te bepalen of de schending daarvan door de AIVD terecht was of niet, zocht de rechter houvast bij een recent rapport van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Die is in 2002 in het leven geroepen als waakhond van de AIVD en heeft toegang tot alle geheime bestanden van de dienst en kan zelfstandig onderzoek doen. In februari publiceerde de CTIVD het rapport De inzet van de afluisterbevoegdheid en de signaalinterceptie van de AIVD. Dit ging uitgebreid in op het afluisteren van journalisten. Als een journalist niet zelf een ‘target’ is van de dienst, zo oordeelde de CTIVD, dan is het schenden van de bronbescherming door af te luisteren in bijna geen enkel geval te rechtvaardigen.

Voor Joost de Haas en Sjuul Paradijs gold in ieder geval dat zij geen target kunnen zijn geweest. Uit het ambtsbericht van de AIVD blijkt dat zij geen contact hebben gehad met de lekkende AIVD’er en haar partner. Het afluisteren van de hoofdredactie was dus onrechtmatig, vond de rechtbank.

Wat betreft Van der Graaf hield de rechter een slag om de arm. Mogelijk had de AIVD reden om haar wél als target aan te duiden. Maar ook in dat geval had de dienst terughoudend moeten zijn. De rechter vindt dat uit niets blijkt dat de AIVD aan deze eisen van ‘proportionaliteit’ en ‘subsidiariteit’ heeft voldaan. Mogelijk komt de CTIVD alsnog tot de conclusie dat de AIVD zorgvuldig heeft gehandeld. Tot die tijd moet de dienst het afluisteren echter stoppen en mag ingewonnen informatie niet worden doorgespeeld naar het OM.

De Telegraaf-advocaten zijn opgetogen over het Amsterdamse vonnis. Bas le Poole: „De rechter zegt niet alleen: het mag niet meer, maar gaat verder: het had nooit gemógen.” Maar zijn collega Victor Koppe wijst op de grote discrepantie met het Haarlemse vonnis. „Als het gaat om de nationale veiligheid, dan mag de AIVD sneller speciale bevoegdheden inzetten dan justitie. Dus als de AIVD te ver is gegaan, dan geldt dat zéker voor het OM.” De krant gaat in cassatie tegen de Haarlemse uitspraak.

Ook de AIVD gaat in beroep. „De AIVD is van mening dat de rechter geoordeeld heeft zonder kennis te hebben genomen van het achterliggende dossier.” Dat had de landsadvocaat wél aangeboden.

Van belang is die procedure niet echt meer. Hoewel de AIVD in het openbaar nooit mededelingen doet over de inzet van speciale bevoegdheden, blijkt uit het persbericht dat het afluisteren inmiddels is gestopt.

    • Steven Derix