'Wij kunnen de kost niet meer verdienen'

Nu zijn ze onder de boeren nog een minderheid. Maar hun aanhang groeit, zeggen ze. Ze willen niet terug naar de melkplassen en de boterbergen, maar ook geen verdere liberalisering. Ze hebben een alternatief.

Hanny van Beek, boerin uit Zevenbergen, Noord-Brabant, en voorzitter van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond. Foto’s Peter de Krom Hanny van Beek-van Geel, voorzitter van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en wonend in Zevenbergen. Foto: Peter de Krom Krom, Peter de

Moeten in Europa boeren net als in Amerika koeien hormonen inspuiten zodat ze meer melk of vlees geven? Moet ook Europa vrijelijk gengewassen toelaten? Moeten ook boerderijen in Europa honderden hectares groot worden? Moet, kortom, de Europese landbouw op Amerikaanse leest worden geschoeid?

Al sinds 2003 is de Europese Unie bezig met de hervorming van haar landbouwbeleid. Boeren krijgen niet meer onbeperkt subsidie. Ze moeten produceren wat de wereldmarkt vraagt. Dat heet liberalisering. Maar Europa verliest daarbij iets belangrijks uit het oog, zeggen boeren. ‘De wereldmarkt’ bestaat helemaal niet.

Sieta van Keimpema en Hanny van Beek zijn boerinnen die zeggen te vertolken wat onder Nederlandse boeren leeft. De omstandigheden waaronder boeren produceren, zeggen zij, zijn overal anders. Hoe kun je dan van een wereldmarkt spreken? Zo is het volgens Van Keimpema in Europa „gelukkig verboden om koeien hormonen te geven, want dat is slecht voor koeien”. „Maar hoe kunnen we dan ooit concurreren met Amerikaanse boeren die hun koeien wel zulke hormonen inspuiten?”, vraagt zij.

Verdergaande liberalisering zal het einde betekenen van de landbouw zoals wij die nu in Europa kennen, waarschuwen beiden. Dan komt er een einde aan gezinsbedrijven die werken volgens eigen Europese regels voor bescherming van het milieu, het dierenwelzijn of tegen het gebruik van medicijnen, landbouwgif en hormonen. Terug naar de melkplassen en boterbergen van weleer willen zij ook niet. De twee boerinnen willen tussen liberalisering en de oude Europese landbouwpolitiek kiezen voor een derde weg, voor een alternatief.

Van Keimpema komt uit het Friese Nes en is voorzitter van de Dutch Dairymen Board, een bundeling van melkveehouders. Zij hebben de laatste maanden regelmatig protestacties tegen de liberalisering gehouden in Den Haag en Brussel. Liberalisering leidt volgens hen tot een extreem lage melkprijs en maakt boeren bankroet.

Hanny van Beek komt uit het Brabantse Zevenbergen en is voorzitter van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV). Het gesprek met beiden heeft plaats in een café in Nijkerk, Gelderland, het vergaderhart van agrarisch Nederland.

Wat is er mis met het landbouwbeleid?

Van Beek: „Akkerbouwers kunnen de kost niet meer verdienen. De EU heeft de marktbescherming afgebroken waardoor onze graanprijs continu onder druk staat. Boeren produceren zo veel ze kunnen: overproductie dus. Op dit moment zitten we op 12 cent per kilo, terwijl de kostprijs 18 tot 20 cent is. Vorig jaar steeg de tarweprijs tijdens de mondiale prijzenhausse voor grondstoffen tot 23 cent per kilo en zei iedereen ‘gigantisch’, maar in feite was dat een normaal prijsniveau. De subsidies die we nog krijgen, vullen het tekort niet aan.”

En in de zuivel?

Van Keimpema: „Ook melkveehouders kunnen de kost niet meer verdienen. Wij leveren melk en zes weken later pas horen we van onze afnemers hoeveel geld we krijgen. En als de zuivelindustrie geen winst kan halen uit haar verkoop, haalt ze het uit het melkgeld voor de boer. Zuivelindustrie en ook supermarkten pakken gewoon hun deel. Liberalisering leidt tot misbruik, zoals we nu zien.”

Bij overproductie moet het aanbod zich aanpassen aan de vraag. Werkt dat niet in de landbouw?

Van Keimpema: „Nee. Want in de zuivel is er geen werkelijk vrije markt, omdat niet alle partijen dezelfde machtspositie hebben. De keten in Europa is een piramide. Er is maar een handvol inkopers voor supermarkten, een groter aantal melkfabrieken en honderdduizenden melkveehouders. Als melkveehouder heb ik geen invloed. Als wij als boeren uit protest tegen lage prijzen een leveringsstop zouden willen organiseren, dan zegt de Nederlandse Mededingingsautoriteit: dat mag niet.”

Maar de industrie, dus de zuivelcoöperaties, is toch eigendom van de boeren?

Van Keimpema: „Coöperaties zijn klein begonnen toen boeren bij elkaar gingen zitten om hun eigen belangen te behartigen. Maar een coöperatie als FrieslandCampina is uitgegroeid tot een multinational die investeert in vruchtensappen en fabrieken in Azië. Dat heeft niets meer te maken met het realiseren van een zo goed mogelijke melkprijs voor de leden. De afstand tussen leden en bestuur is te groot geworden. Mijn enige recht bij FrieslandCampina is het kiezen van een regionale vertegenwoordiger. Er is geen algemene ledenvergadering. Wij hebben geen zeggenschap.”

Wat moet er gebeuren?

Van Keimpema: „We moeten zicht krijgen op de vraag, zodat we onze productie daaraan kunnen aanpassen. En boeren, afnemers en overheid moeten samen afspraken maken over een minimumprijs, zodat de boer een goed inkomen heeft. En er moet een productielimiet komen, zodat we geen overschotten produceren die met exportsubsidies worden gedumpt in arme landen, zoals nu gebeurt.”

Als voor uw derde weg zou worden gekozen, dan zijn subsidies voor de boeren niet meer nodig?

Van Beek: „Het hele circus van toeslagen en subsidies kan weg als er ook importbescherming is.”

Waarom de landbouw niet laten verhuizen naar lage lonenlanden zoals is gebeurd met de textiel- of leerindustrie?

Van Keimpema: „Als we T-shirts in een ander werelddeel laten maken en ze zeggen: we leveren een jaar niet, dan kunnen we altijd onze oude kleren oplappen. Maar wat doen we zonder voedsel? Dan hebben we een heel groot probleem. In 2007 brak iedereen het koude zweet uit in Europa toen er werd gesuggereerd dat er wel eens te weinig voedsel zou kunnen zijn.”

Van Keimpema verwijst voor hun alternatief naar Canada, waar de zuivel volgens haar voorbeeldig is georganiseerd. Zij zegt: „De Canadese melkveehouderij draait volledig kostendekkend en krijgt geen enkele subsidie, maar dat gebeurt allemaal wel in een gesloten markt met productiequota en één organisatie die alle melk verhandelt. In een beheerscomité onderhandelen boeren over de prijs met melkfabrieken, supermarkten en de overheid die toezicht houdt op misbruik. Via monitoring van een geselecteerde groep boeren berekenen ze de gemiddelde kostprijs voor een liter melk. Melk mag niet voor minder verhandeld worden. Boer, overheid, belastingbetaler en consument zijn erbij gebaat: zuivel is in Canada goedkoper dan in de Verenigde Staten met hun vrije markt. De melkprijs in Canada is sinds januari met 6 dollarcent gestegen, er is geen sprake van een crisis.”

U vertegenwoordigt een minderheid onder de melkveehouders en de akkerboeren. De boerenlobby LTO, die aan de kant van de overheid staat, is over de hele linie groter.

Van Beek: „De LTO is de erfgenaam van de oude organisaties waar ouders en grootouders al actief in waren. Een hele sociale structuur hangt daarmee samen. Tegenwoordig spreekt de LTO de taal van de ‘agribusiness’, niet van de boer, omdat allerlei belangen verstrengeld zijn geraakt. LTO, landbouwonderwijs en het ministerie vertellen boeren dat ze alleen greep op hun kosten hebben, niet op de prijs waar ze hun producten voor verkopen. Als het nodig is dan helpt opa wel mee, of de kinderen, voor niets. We hebben eigen grond die theoretisch in waarde stijgt en gebruiken dat als onderpand om steeds meer geld bij de bank te lenen.”

Van Keimpema: „Als het huidige beleid doorgaat, nemen we afscheid van de melkveehouderij. Over 25 jaar is alle landbouwgrond in handen van de Rabobank en andere industrieën. Wij kregen onlangs al een brief van de Rabobank of ze vast moesten berekenen wat we dit jaar extra moeten lenen om door de recessie heen te komen. De bank handelt in geld. Als het de boeren goed gaat, lenen ze minder en dat is niet in het belang van de bank.”

Bent u geen roependen in de woestijn?

Van Keimpema: „We hebben de European Milk Board opgericht en die groeit. We hebben eurocommissaris Fischer Boel gesproken en we zijn geschokt door het gebrek aan kennis. De eurocommissaris zegt: ‘Boeren melken 4 procent onder het quotum, dus ze remmen hun productie al af, zijn al op de markt georiënteerd.’ Ik zei: Boeren remmen niet, maar houden ermee op. Boeren die maar 22 cent per liter ontvangen, zoals nu, moeten of zo hard mogelijk melken of ermee stoppen. Ons beleid wordt gemaakt door mensen die niet weten hoe het gaat. Liberalisering van de handel is alleen goed voor multinationals die meer willen verdienen, niet voor de boer.”

Wanneer komen de boeren in opstand?

Van Keimpema: „Nederlandse boeren komen niet in opstand. Dat hebben ze nooit gedaan. Ze zijn individualisten op een eilandje.”

Van Beek: „Niemand wordt boer om snel geld te verdienen. Het is de vrijheid, de stijl van leven. Je wordt boer voor je leven en stoppen is niet makkelijk.”

Maar er zijn protesten?

Van Keimpema: „Een van mijn bestuursleden is alweer gestopt omdat het actievoeren te veel negatieve invloed had op de bedrijfsvoering en hij teleurgesteld was in de bereidheid van zijn collega’s om ook actief te worden.”

    • Hans van der Lugt