Ook langs de snelweg bestaat stille armoede

Stad en platteland groeien steeds meer naar elkaar toe, zo lijkt het. Welke verschillen zijn er nog? Tweede deel van een serie: armoede in een Fries dorp en in Amsterdam.

Afval in de Kolenkitbuurt in Bos en Lommer. Er lopen ’s nachts ratten in de plantsoentjes en in de woningen. Nederland, Amsterdam, 17-07-2009 De Kotelkit buurt in Amsterdam West. Zwerfvuil in een perkje aan de Jacob van Arteveldestraat. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Aan de overkant bij Kor Wijmenga in de straat woont een man die wekelijks eten haalt bij de voedselbank Harlingen. Hij zit in de bijstand en heeft schulden. Dat zie je niet aan zijn huis. Twee-onder-een-kap van rode bakstenen, tuintje eromheen. Maar zo gaat dat in een dorp zoals dit, zegt Wijmenga (47), die zelf ook van de bijstand leeft. Men verbergt zijn armoede. Het gras wordt gemaaid, de ramen gelapt. Stille armoede, heet dat in rapporten. Vrienden weten het van elkaar, maar de rest van het dorp mag niets merken.

Niet dat Wijmenga zo’n stille is. Hij is twintig jaar geleden afgekeurd als postbode en is sindsdien activist. Op de ramen van zijn huurwoning hangen posters van Che Guevara. Onlangs stal hij een krat met 80 broden dat buiten stond bij de Aldi, voor een bijstandsmoeder met een stoet pleegkinderen. Het haalde de krant en Aldi vergaf het hem.

Armoede, hier in St.-Annaparochie? Burgemeester Aucke van der Werff (CDA) van gemeente Het Bildt gelooft dat het probleem niet groter is dan elders. En: het is hier groen, zegt hij, iedereen heeft een tuin, de lucht is fris. Er ís werk, als je wilt. In de kassen of bij één van de drie grote lokale ondernemingen. En dit is de op drie na veiligste gemeente van Nederland. De kwaliteit van leven is hoog. „’s Nachts is het hier zo stil, dat als iemand te hard snurkt, iedereen het hoort.”

Toch staat Het Bildt (11.000 inwoners in zeven dorpen) op de dertiende plek op de lijst van gemeenten waar het slecht toeven is voor gezinnen met kinderen – volgens Unicef, Jantje Beton en het Verwey-Jonker Instituut. Een plek tussen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Enschede en slechts één andere plattelandsgemeente: Reiderland in Groningen. Die rangorde stoelt op tien factoren, zoals het aantal gezinnen dat van de bijstand leeft (4 procent in Het Bildt), kindersterfte, jeugdcriminaliteit, schoolverzuim en speelplekken. Van der Werff hoort dat niet graag. „Ik denk dat het leven hier goed is. Maar we nemen die ranglijst heus serieus. We werken nu aan jeugdbeleid.”

René (27) is opgegroeid in St.-Annaparochie en wil niet dat men in het dorp weet hoe diep zijn vrouw en hij zijn gezonken. Ze zitten in de schuldsanering en leven van 90 euro per week. Met hun tweeling van anderhalf. Terwijl hij hard werkte als chauffeur. Maar vorig jaar kon zijn baas zijn salaris niet betalen. René keek het een maand aan en nog één en toen trok hij aan de bel. De baas zei: sorry, ik ga failliet. Het duurde vier maanden voor René’s WW-uitkering kwam. Inmiddels had hij tal van rekeningen niet betaald. Alleen de huur en de zorgverzekering wel. „Dus er was een gat van zeven maanden. Plus aanmaningen en incassokosten.”

René en zijn gezin moeten nog 2,5 jaar op een houtje bijten. Hij heeft wel weer werk, ver onder zijn hbo-niveau (hotelschool). Zijn vrouw werkt halve weken in een winkel. Alleen hun goede vrienden en ouders weten van hun vrije val. Zij steunen hen.

Het Bildt kent een hoog ‘ondergebruik’ van voorzieningen en kwijtscheldingen voor mensen in de bijstand, zegt burgemeester Van der Werff. „Dat zou erop kunnen duiden dat mensen zich schamen om de hand op te houden.”

Schulden zijn schulden, of je nu in St.-Annaparochie woont of in Bos en Lommer in Amsterdam-West. Toch heeft de armoede in Bos en Lommer een heel ander gezicht. Hier kijken rijen huurflats uit op het asfalt van de A10. Lange tijd mochten bewoners überhaupt niet op hun balkon komen wegens de opstijgende uitlaatgassen. Nu rijden de auto’s langzamer.

Grote gezinnen wonen op zestig vierkante meter. Op de meeste balkons hangt een schotel. Er liggen winkelwagentjes op straat, her en der zijn ramen dichtgespijkerd. ’s Avonds zitten Marokkaanse jongens in groepjes op en naast hun scooters. In de aanpalende eenpersoonswoningen is onlangs een paar keer ingebroken. ’s Nachts is er zoveel herrie dat men zijn eigen partner niet eens hoort snurken.

De hoge concentratie van armoedige huishoudens op één plek heeft consequenties. Er lopen ’s nachts ratten in de plantsoentjes en zelfs in de woningen, zegt Gülsüm Arslan, die werkt op het kantoortje van Buurtparticipatie Bos en Lommer (30.000 inwoners). „Dat komt doordat mensen oud brood op straat gooien. Volgens de islam mag je geen brood weggooien, dus geeft men het aan de vogels. Maar we proberen ze voor te lichten om dat niet meer te doen, we houden broodopruimacties. Het is niet de bedoeling van de Koran dat er ongedierte wordt aangetrokken.” Het stadsdeel werkt aan een bak waarin bewoners hun broodresten kunnen deponeren.

Ook hier bestaat stille armoede, zegt Marike Omta, voorzitter van de Voedselbank Bos en Lommer. Sommige ouders komen niet zelf, maar sturen een kind om het pakket op te halen. Andere voedselbankklanten groeten Omta niet als ze haar op straat tegenkomen – ze vermoedt dat ze niet willen dat men weet dat zij haar kennen. En, zegt ze, er zijn hier op grond van de statistiek ongetwijfeld meer mensen die een voedselpakket zouden kunnen gebruiken dan de 130 huishoudens die dat doen.

Hebben de armen in een dorp als St.-Annaparochie het dus relatief goed? Het groen is er mooi, maar dat neemt de frustratie niet weg, zeggen Kor Wijmenga en René. Ze draaien een sjekkie. René zou nooit in de stad gaan wonen met kinderen, ook niet als hij rijk was, zegt hij. Dus dat voordeel telt niet. Kor beschrijft hoe hij financieel telkens het ene gat met het andere vult. Zijn uitkering van 750 euro per maand (na aftrek van huur en zorgpremie) gaat schoon op. Hij staat structureel 750 euro rood aan het einde van de maand (wat 8 euro per maand aan rente kost) en moet een dag per drie maanden één euro in de plus staan om weer een kwartaal rood te mogen staan. Onlangs moest hij geld van de sociale dienst lenen om die ene euro in de plus te staan.

Wijmenga is nooit ziek, maar onlangs moest hij toch behandeld worden aan zijn galstenen. Eigen bijdrage alstublieft. Hij heeft geen idee waar hij die vandaan moet toveren.

Lees het eerste deel op nrc.nl/binnenland