Naar school met een half brein

Ondanks het ontbreken van haar rechterhersenhelft leeft een meisje van tien zonder grote problemen. Al voor haar geboorte begon haar brein zich aan te passen.

Reconstructie van het halve brein van meisje AH (Illustratie PNAS) PNAS

Ellen de Bruin

Dat moet schrikken zijn geweest voor de ouders. Drieënhalf was hun dochtertje, toen ze een MRI-scan moest ondergaan. Ze was vrijwel zonder rechteroog geboren en had wat zenuwtrekjes aan de linkerkant van haar lichaam; die kant kon ze helemaal iets moeilijker bewegen. Maar ze had verder geen ontwikkelingsproblemen, dus haar ouders waren waarschijnlijk niet voorbereid op de uitkomst van het medisch onderzoek: het meisje miste haar volledige rechterhersenhelft.

Inmiddels heeft AH, zoals ze deze week genoemd wordt in de Proceedings of the National Academy of Sciences (early edition, online), haar tiende verjaardag achter de rug. Ze gaat naar een gewone school en doet het daar goed. Ze heeft wat problemen met de fijne motoriek van haar linkerhand, maar ze kan fietsen en rolschaatsen: activiteiten die coördinatie vereisen tussen de linker- en de rechterkant van het lichaam en die, bij ‘normale mensen’, vanuit twee hersenhelften worden aangestuurd. Haar zenuwtrekjes zijn genezen. Een van de neurowetenschappers die haar onderzoekt, noemde haar in een interview grappig, lief en intelligent. En, verrassend: met haar ene goede oog, kan ze het volledige gezichtsveld overzien. Dus niet maar de helft, zoals bij patiënten bij wie één hersenhelft chirurgisch is verwijderd, vaak het geval is.

Het verwijderen van een hersenhelft is een riskante operatie die wordt toegepast bij kinderen die door zware epileptische aanvallen in hun ontwikkeling worden geremd. Als de operatie slaagt, stoppen over het algemeen de aanvallen en kan het kind zich relatief normaal ontwikkelen, al blijft de kant van het lichaam die normaal gesproken door de ontbrekende hersenhelft zou moeten worden aangestuurd, een zwakke kant. Onder meer visueel: patiënten zien vaak letterlijk maar de helft.

Maar AH’s halve brein heeft al langer de tijd gehad om zichzelf aan te passen – en dat heeft het ook gedaan. Om te onderzoeken wat die aanpassingen in de visuele cortex (het hersengebied dat verantwoordelijk is voor zien) precies inhielden, werd het meisje op haar tiende opnieuw in een MRI-scanner gelegd. Het bleek dat informatie uit het rechterdeel van het gezichtsveld bij AH op dezelfde plek in de linker visuele cortex werd verwerkt als bij ‘normale’ mensen. Maar voor informatie uit het linkerdeel van het gezichtsveld, dat normaal gesproken door de rechterhersenhelft verwerkt zou worden, waren bij AH kleine gebiedjes, ‘eilandjes’, in de linker visuele cortex verantwoordelijk.

Volgens het Schots-Duitse onderzoeksteam is bij AH de oogzenuw die vanuit het linkeroog naar de rechterhersenhelft zou moeten lopen, naar de linkerhersenhelft verlegd. Op de plek waar de oogzenuwen elkaar normaal gesproken kruisen, het chiasma opticum, is die oogzenuw tijdens de embryonale ontwikkeling ‘toch maar linksaf gegaan’, samen met die paar zenuwvezels die nog vanaf het onderontwikkelde rechteroog kwamen. Dat is waarschijnlijk gebeurd omdat er toen al geen rechterhersenhelft aanwezig was die de oogzenuw de ‘goede’ kant op kon lokken. Het moet zo rond de 49ste dag van de zwangerschap zijn gebeurd. Onduidelijk is waardoor de rechterhersenhelft zich eerder niet heeft ontwikkeld.

    • Ellen de Bruin