Mooileven is een kunst

Voor het langstlopende onderzoek naar geluk ooit worden 268 studenten van Harvard sinds 1937 gevolgd.

De mannen gaan nu dood; tijd om conclusies te trekken.

John F. Kennedy was een van de mannen die levenslang gevolgd werd. De foto's zijn respectievelijk uit 1917, 1927 en 1938. Op de onderste foto doet Kennedy mee met het onderzoek. (Foto AP)
John F. Kennedy in 1946, in 1956 en in 1963, het jaar dat hij werd doodgeschoten. Kennedy was degene uit het Grant Cohort die het hoogst steeg op de maatschappelijke ladder. (Foto AP)




John F. Kennedy, son of United States Ambassador to Britain, Joseph P. Kennedy, is shown on his arrival in New York, September 8, 1938, from Europe as a passenger on the S.S. Bremen. (AP Photo)
ASSOCIATED PRESS

Ze hadden de beste kaarten.

Ze waren jong, slim, gezond, mentaal stabiel, man en blank. Ze studeerden aan de prestigieuze universiteit Harvard en stonden aan het begin van een glansrijke loopbaan.

Ze werden arts, directeur of werkloos. Ongetrouwd, of vader en grootvader. Ziek, succesvol of depressief. De een werd president, de ander viel dronken dood van de trap.

„Het leven is maar beperkt voorspelbaar”, zegt psychiater George Vaillant, die de levens van de mannen 42 jaar lang volgde. Je kunt wel met de gouden lepel in je mond geboren zijn, maar „je sociale klasse bepaalt niet je leven”. 

Ze waren het Grant Cohort: 268 jonge, veelbelovende studenten die in 1937 door een team van artsen en psychiaters waren geselecteerd op goede academische resultaten en afwezigheid van lichamelijke en psychische gebreken. Ze stemden in met deelname aan de ‘Harvard Study of Adult Development’, dat het langst lopende onderzoek naar psychische en fysieke gezondheid ooit zou worden. Arts Arlie Bock, die in de jaren dertig van warenhuismagnaat William T. Grant geld kreeg voor de studie, wilde eens niet onderzoeken wat er mis ging in mensenlevens, maar uit die 268 levens „de krachten analyseren die normale jonge mannen produceren”.

Slechts twintig stapten eruit. Alle anderen lieten zich hun leven lang volgen, door ziekte, werk, oorlog, vaderschap, succes, echtscheiding, verslaving en verlies van geliefden heen.

George Vaillant, een inmiddels 74 jaar oude psychiater, nam in 1967 het onderzoek over en leidt het al 42 jaar. De studie is bijna voorbij, vertelt hij aan de telefoon vanuit zijn kantoor in het Brigham and Women’s Hospital in Boston, deel van de Harvard Medical School. „30 procent van het cohort leeft nog, 20 procent is al boven de negentig.”

Vaillant kent de levens van de mannen goed. Kan hij zien welke factoren bepalen waar een leven op uitloopt?

Neem John F. Kennedy, ook een Grant study-lid. Zijn dossier is tot 2040 verzegeld en opgeborgen. Een journalist van de Atlantic Monthly kreeg onlangs bij hoge uitzondering toegang tot alle anonieme dossiers. Hij las in het archief over de verzegeling, wat de deelname van JFK bevestigde. Kennedy, alhoewel vaak geveld door ziekte, steeg het snelst van allemaal. Maar juist diegene die het hoogst op de ladder klom, werd neergeschoten.

Of kijk naar de man die Vaillant aanduidt met het alias ‘Ted Merton’. Vaillant noemt hem in zijn boek Aging Well (2002), dat gebaseerd is op de studie. Als jongetje had hij een zenuwachtige, beschermende moeder en at hij tot zijn zesde alle maaltijden alleen, in zijn speelkamer. De onderzoekers deelden hem in de categorie ‘Loveless’ in, voor de deelnemers met de beroerdste jeugd.

In zijn studententijd was ‘Merton’ hypochonder, na zijn studie deed hij een zelfmoordpoging. De dood van zijn zus en moeder lieten hem onverschillig. Wat kon er van hem worden? Op zijn 33ste kreeg hij ook nog tuberculose. Hij lag een jaar lang in een ziekenhuis.

In dat jaar veranderde alles. Een goddelijke interventie noemde ‘Merton’ het. Het kwam doordat iemand die hij ‘someone with a capital ‘S’ ’ noemde werkelijk voor hem zorgde. Hij schreef aan de onderzoekers: „Het zorgde er een tijdje voor dat ik me stapelgek voelde, maar in de katholieke kerk staat het bekend als genade.” Na dat jaar, schrijft Vaillant in Aging Well, rees ‘Merton’ als een Lazarus van zijn ziekbed. Hij werd arts, trouwde, werd een verantwoordelijke vader en leider van een kliniek.

Niet iedereen krabbelt zo op. Integendeel. Op vijftigjarige leeftijd hadden 80 mannen van de 248 ooit eens voldaan aan één van Vaillants criteria voor psychische ziekte, zoals depressie of verslaving aan drugs of alcohol. Van die 80 was de helft voor zijn 75ste dood. Van de 111 mensen die nooit psychisch ziek waren geweest, stierven er maar 12 voor hun 75ste.

Studies als de Grant Study worden nauwelijks gedaan, zegt Vaillant, die als jonge onderzoeker gefascineerd was geraakt door longitudinaal onderzoek. „Het is ontzettend moeilijk om fondsen te werven voor zulke uitzonderlijk lange studies. Uit de eerste twintig jaar kwamen nauwelijks interessante resultaten.” Dat is lang. Maar enkel studies van die duur kunnen laten zien wat het effect is van een slechte jeugd, een goed huwelijk, een depressie.

Het is niet de hoeveelheid ellende die je tegenkomt die bepaalt of je goed oud wordt, concludeerde Vaillant. Het is hoe je erop reageert.

Involuntary coping mechanisms noemt Vaillant ze. Slechte reacties op akelige gebeurtenissen zijn: paranoia, hallucinaties, passieve agressie, hypochondrie of je verliezen in fantasieën. Beter is om problemen te rationaliseren, of intense emoties te onderdrukken. Maar nog gezonder zijn de volwassen reacties: humor, vooruit kijken, je inzetten voor anderen en sublimatie, zoals agressie uitleven in een vechtsport, of seksuele driften een plaats geven in een stabiele relatie.

Wie dan ook goed onderwijs geniet, gelukkig getrouwd is, niet rookt en niet te veel drinkt en op gewicht blijft, heeft een redelijke kans om goed oud te worden.

Dat geldt voor arm én rijk, stelt Vaillant. „De serie 7 Up wilde bewijzen dat klasse alles bepaalt. Dat is niet zo.” Voor de Britse BBC-serie worden elke zeven jaar dezelfde mensen geïnterviewd. Maar veel van de factoren die Vaillant noemt hangen wel af van sociale klasse. De resultaten van de Grant Study zijn dan ook moeilijk te generaliseren.

Een slechte jeugd betekent nog niet dat je ellendig eindigt, zegt Vaillant, wiens vader zich door de mond schoot toen hij elf jaar was. Hij wijst op de man die hij ‘Bill Graham’ noemt in zijn boek. „Die was vreselijk mishandeld in zijn jeugd”, zegt Vaillant. „Hij zei: ‘Niemand geeft om me’. Maar later trouwde hij met een oudere, Duitse vrouw, een soort surrogaatmoeder. Die stierf na 40 jaar en Graham was vijf jaar lang buiten zichzelf. Daarna hertrouwt hij, gaat naar een kerk, wordt iemand die voor anderen gaat zorgen. Het klinkt afgezaagd, maar hij krijgt het vermogen om lief te hebben.” 

Het is met een slechte jeugd als met een gebroken been en een gebroken hart, zegt Vaillant. „Je komt eroverheen.” Op hun 53ste waren de mannen met een slechte jeugd nog wel veel vaker chronisch ziek, of overleden. Op hun 75ste was dat effect niet meer zichtbaar. De loveless en de cherished, met een goede jeugd, hadden dan een even grote kans om goed oud te worden.

Maar wat is dat, goed oud? Case No. 218, die journalist Joshua Wolf Shenk van de Atlantic opdook uit de onderzoeksarchieven, zat zijn hele leven bij de top tien gezondsten in het cohort. Maar was hij goed oud geworden toen hij zei dat hij het gevoel had dat „het allemaal een groot niets is, of najagen van de wind”?

No. 47, die Vaillant ‘Alan Poe’ noemde, vroeg het zich ook af. „Wat zijn tegenwoordig uw criteria voor ‘aangepaste’ mensen?”, schreef hij Vaillant. „Gelukkig? Tevreden? Hoopvol? Als mensen aangepast zijn aan een maatschappij die zichzelf met alle geweld wil vernietigen in de volgende decennia, wat bewijst dat dan precies over die mensen?”

‘Alan Poe’, als student omschreven als „bruisend en levendig”, „met een heerlijk gevoel voor humor” viel op zijn 64ste van de trap met een hoog percentage alcohol in zijn bloed en stierf.

De mannen zijn allemaal bijna dood, zegt Vaillant, maar de studie gaat nog door. De dochters worden nu geïnterviewd over de relatie met hun vader. Hijzelf gaat binnenkort met pensioen; de dagelijkse leiding is al overgenomen door psychiater Robert Waldinger, die genetisch materiaal onderzoekt en hersenscans maakt van de nog levende mannen.

Wat heeft Vaillant, nu zelf oud, te zeggen over gelukkig oud worden? Het belangrijkste, de involuntary cogping mechanisms zijn volgens hem niet te wijzigen. Het is gemakkelijker om aan goede relaties te werken, zegt hij. Zijn advies: „Heb lief en neem altijd liefde aan wanneer het je geboden wordt.”

In het cohort zat een arts die honderd dankbare brieven van zijn patiënten had gekregen voor zijn zeventigste verjaardag. Dat had zijn vrouw als verrassing geregeld. Acht jaar later zaten de brieven nog dicht. Hij durfde ze niet open te maken, vertelde hij tegen de onderzoeker. „Liefde maakt kwetsbaar”, zegt Vaillant. „Je hebt moed nodig om jezelf te laten liefhebben. Leer dankjewel zeggen.”

    • Carola Houtekamer