Moeder met plassertje

Beelden van Gerrit Bolhuis op de overzichtstentoonstelling in Museum Beelden aan Zee

Tentoonstelling Gerrit Bolhuis (1907-1975): De droom in roerloosheid gesponnen T/m 30 augustus in Museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Scheveningen. Inl.: www.beeldenaanzee.nl****

In Museum Beelden aan Zee in Scheveningen worden al zo’n tien jaar geregeld overzichtstentoonstellingen gehouden van beeldhouwers die tussen pakweg 1920 en 1970 zijn geschoold aan de Rijksakademie in Amsterdam. Dat was indertijd de meest degelijke beeldhouwersopleiding van Nederland. In de afgelopen jaren kwamen onder anderen Han en Liesbeth Wezelaar, Cor Hund, Fred Carasso en Aart Schonk aan bod. Dit najaar volgt een retrospectief van Gooitzen de Jong, dat indrukwekkend kan worden.

Het werk van deze traditioneel en figuratief werkende beeldhouwers werd lange tijd door modernistische kunst overschaduwd. In Scheveningen krijgen ze nu – vaak postuum – de aandacht die ze verdienen. De meeste tentoonstellingen gaan vergezeld van een monografie over de beeldhouwer in kwestie, uitgegeven door het aan het museum gelieerde Sculptuurinstituut. Die boeken zijn net zo zorgvuldig en met kennis van zaken gemaakt als de beeldhouwkunst waarover ze gaan. Ze bevatten goed geschreven biografieën, foto’s, fragmenten uit interviews of brieven en – heel belangrijk – een volledig geïllustreerde oeuvrecatalogus.

In het geval van Gerrit Bolhuis (1907-1975), aan wie het museum op dit moment een tentoonstelling wijdt, is de begeleidende publicatie onmisbaar voor een goede indruk van zijn werk. Hij maakte 28 grote beelden in opdracht en die bevinden zich voornamelijk in de openbare ruimte. Een kalkstenen Bonifatius staat bijvoorbeeld in Dokkum, een bronzen Bokkenrijder in het Amsterdamse Oosterpark en een groep van vier Kinderfiguren op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Een meer dan levensgrote Willem de Zwijger staat in Willemstad op Curaçao. Zulk werk kan niet even naar een museum worden versleept, daarom zijn in Scheveningen vooral voorstudies en kleinere, vrijere beelden te zien.

In dat kleinere werk maakte Bolhuis onopvallende dingen bijzonder en buitengewone dingen gewoon. Neem het terracotta beeldje Moeder en dochter. De dochter staart geduldig voor zich uit , handen gevouwen op de buik, terwijl de moeder achter haar iets met haar kapsel doet – waarschijnlijk maakt ze een vlecht of staart.

Er zijn ook twee varianten van Moeder en kind, waarin een voorover gebogen moeder haar peuterzoontje helpt bij het plassen. In het ene geval is haar gezicht vlak naast het zijne en kijkt ze met hem mee, doen ze het samen; in het andere geval stuurt de moeder, terwijl het jongetje zich aan haar armen vasthoudt als aan de touwen van een schommel.

Net als zijn vrienden en generatiegenoten Hund en Wezelaar herkende Bolhuis onderwerpen in zulke alledaagse huiselijke taferelen. Door de eenvoudige, nuchtere vormgeving worden de beeldjes nooit sentimenteel.

Anderzijds bracht Bolhuis mythologische figuren terug tot gewone mensen. Leda en de zwaan is een beeldje van een forse, boerin met een lange rok. De zwaan schurkt zijn nek tegen haar been als een kat die kopjes geeft. Een engel is bij Bolhuis geen androgyne jongeling met vleugels, maar een volwassen man in een habijtachtig gewaad. Alleen de titel maakt er een engel van.

Voorstudies en ontwerpen zijn in Scheveningen geraffineerd opgesteld: er zijn steeds zichtlijnen van zo’n klein beeld naar de grote versie, of naar een foto daarvan als het definitieve ontwerp ergens in een park of op een plein staat. Door die inrichting begrijp je als bezoeker dat er méér is dan hier getoond wordt. Het retrospectief in Scheveningen kan als startpunt dienen van een route langs alle plekken in Nederland waar beelden van Bolhuis staan.

    • Gijsbert van der Wal