Liever snel internet dan voedselhulp

Internet in Oeganda wordt sneller en beter toegankelijk.

Het land verwacht veel van verbeterde toegang tot kennis.

Vorige maand al brachten medewerkers van het zeekabelschip MV NIWA de kabel die vandaag in Oeganda 'aan' gaat, in Kenia aan land. (Foto's AP, AFP, Reuters) Engineers from the MV NIWA Marine cable ship, background, prepare to deliver the Internet fibra optic cable to Mombasa in Kenya from United Arab Emirates Friday June 12, 2009. The MV NIWA Marine cable ship docked at the Fort Jesus sea front in Mombasa to deliver the final section of marine fibre optic high speed Internet communications cable which started in Fujaira, UAE, and will enable Kenyans and many other East African countries to invest in E-Commerce once the final connections of the cable is made later this month. (AP Photo)

„Westerlingen denken vaak dat mensen in Afrika voedsel, medicijnen en muskietennetten nodig hebben. Maar wat volgens mij veel belangrijker is, is kennis.”

Aan het woord is de Nederlander Reinier Battenberg. Hij woont sinds 2005 met zijn vrouw Edith in Oeganda en begon er een internetbedrijf omdat hij dacht dat er toekomst in zat. Hij ziet met eigen ogen hoe kennis Oeganda verandert. „Als iemand in een Oegandees dorp een onverklaarbare aandoening heeft, kan hij aan zijn dorpsgenoten vragen wat het probleem is. Maar als hij beschikt over internet kan hij het aan de hele wereld vragen.”

Maar internet is traag, zelfs in de hoofdstad Kampala. Tergend traag, zeker als je foto’s of video’s wilt bekijken. Bovendien is internet duur en instabiel. Dat komt omdat de verbinding via satellieten gaat.

Daar komt verandering in. Vandaag is de go live van de Seacom-glasvezelkabel. Deze 15.000 kilometer lange kabel, die vanuit India onder de Indische Oceaan door loopt en onder meer naar Mozambique, Madagascar, Tanzania, Oeganda, Kenia en Ethiopië wordt doorgetrokken, moet een einde maken aan de afhankelijkheid van Oost-Afrika van de satelliet.

Ook Zuid-Afrika zal worden aangesloten op Seacom, die tevens een aftakking heeft naar Frankrijk.

Het was niet makkelijk om de kabel aan te leggen. Allereerst zijn er de kosten. Een internationaal consortium, waarin Afrikaanse en Amerikaanse telecombedrijven zijn vertegenwoordigd, investeerde al 650 miljoen dollar in Seacom.

Ook liep de lancering veel vertraging op – vanwege de Somalische piraten. De schepen die de kabel legden, en die 75.000 dollar per dag kostten, moesten regelmatig uitwijken om kaping te voorkomen.

Maar ook nu vandaag de glasvezelkabel is aangesloten, is er nog geen sprake van volledige ontsluiting van het land. De kabel moet binnen Oeganda worden doorgetrokken naar elf verschillende districten. Daar moeten verschillende instanties en overheden nog toestemming voor geven, en er moet bijvoorbeeld nog onderzoek worden gedaan naar de gevolgen voor het milieu.

Uiteindelijk zal dat het waard zijn, denken de Afrikanen. Want glasvezel, en dus breedbandinternet betekent goedkoop en snel internet. Het kan zelfs tien keer sneller dan de huidige verbinding, zeggen de eigenaren van Seacom.

„Het zou erg mooi zijn als die glasvezelkabels internet hier sneller en goedkoper maken”, verzucht Jude Mulindwa. „Ik probeer een foto te uploaden, maar het duurt eeuwen”. Hij zit in internetcafé Click in Kampala en e-mailt een foto naar zijn vriendin die elders in Oeganda werkt.

Andere bezoekers werken hun Facebook bij. Een Eritrese student chat via Yahoo Messenger met zijn vrienden thuis. „En een enkeling kijkt stiekem naar naakt”, lacht de eigenaresse van het café, Grace Kyambadde. Dat mag natuurlijk niet; het verspreiden van pornografie geldt als een misdaad in het Oost-Afrikaanse land. Ze betaalt maandelijks 230 euro om 256 kilobyte per seconde het internetcafé binnen te krijgen. Die snelheid, die in Nederland in de jaren ’90 gebruikelijk was, moeten vijftien gebruikers dan weer delen. Van de 30 miljoen Oegandezen maken er zo’n 2,5 miljoen mensen gebruik van internet.

Niet alleen de eigenaren van Seacom zien hoe breedband het verschil kan maken. De afgelopen tijd was er een ware race gaande om Oost-Afrika als eerste van breedband te voorzien. Eind mei bereikte een concurrerende kabel, Teams, de Keniaanse havenstad Mombasa. Hoewel die kabel nog niet operatief is, werd de ‘landing’ toch groots gevierd. Met veel media-aandacht, muziek en hoogwaardigheidsbekleders.

Ook de Oegandese minister van ICT, Aggrey Awori, stond aan de kade in Mombasa. Hij ziet een grootse toekomst voor zijn land zodra de kabel door Kenia getrokken is en Oeganda bereikt heeft. „De prijs van internet zal dalen tot slechts 30 procent van wat het nu is. Misschien kunnen we dan callcenters opzetten en zo extra banen creëren. „Nog even en we staan ook op de economische wereldkaart.”

Het snellere internet betekent waarschijnlijk ook dat mobiel internet aan zijn opmars zal beginnen. De komst van het mobieltje betekende al een sociale revolutie op het Afrikaanse platteland. In 2000 had een op de vijftig Afrikanen een mobiele telefoon, nu een op de drie. Het betekende de oplossing voor infrastructurele problemen. Zo werd bankieren via het mobieltje populair op plekken waar geen traditionele banken zijn.

„Ik verwacht vooral veel van mobiel internet”, zegt Reinier Battenberg. „Het is nu populair om mensen via sms te bereiken. Maar eigenlijk is dat heel erg duur.”

Als de prijs van internet nu flink daalt, kunnen mensen met tweedehands gprs-telefoons het internet op, zegt hij. „Door dat te doen kunnen dorpelingen pas echt goed aan gezondheidsinformatie komen. Of aan marktprijzen van landbouwproducten.”

Toch past bij alle beloftes enige voorzichtigheid. De go live van de Seacom-kabel en de landing van Teams zijn nog maar een begin. Internetbedrijven moeten hun lagere inkoopprijs vervolgens nog wel vertalen naar lagere prijzen voor de consument.

„Verwacht niet dat de internetproviders ineens stuntprijzen voor hun diensten gaan rekenen”, waarschuwt Rupin Masrani. Hij is directeur van Datanet en levert internet aan bedrijven. „Natuurlijk wordt het web goedkoper, maar bedrijven als het mijne moeten ook investeringen doen. En je moet altijd een satellietverbinding achter de hand houden.”

„We zullen er op wachten”, zegt Jude Mulindwa in internetcafé Click. Dat is hij wel gewend. Net als alle anderen die in Oost-Afrika gebruik maken van internet.

    • Arne Doornebal