Irak vraagt einde resterende sancties

Irak wil een einde aan de resterende internationale sancties die tegen het land werden ingesteld na de invasie in Koeweit in 1990. Irak is een democratie en vormt geen bedreiging meer voor de internationale gemeenschap, stelt de Iraakse premier Nouri al-Maliki.

Al-Maliki overlegde gisteren in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York met VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en met vertegenwoordigers van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad over beëindiging van de sancties. Vervolgens vloog hij naar Washington voor een ontmoeting met president Obama.

De Veiligheidsraad besloot in december vorig jaar om het pakket van ruim zeventig sancties, ingesteld na de Iraakse invasie in Koeweit, te herzien. De sancties gaan onder andere over Iraakse herstelbetalingen aan Koeweit, teruggave van gestolen Koeweitse goederen en archieven en informatie over vermiste Koeweiti’s. De Veiligheidsraad verzocht Ban Ki-moon om de Iraakse regering te raadplegen en vroeg om gegevens op basis waarvan de raad kan beoordelen welke stappen Irak moet zetten „om de status te bereiken die het genoot voor de invoering van de sancties”. Het rapport van Ban verschijnt volgens een woordvoerder binnenkort.

De VS zijn al geruime tijd voor opheffing van de sancties. De VS voerden in 2003 een internationale coalitie aan die het regime van Saddam Hussein omverwierp. Dat regime viel in 1990 buurland Koeweit binnen. Na die invasie verjoegen de VS en hun bondgenoten de Irakezen uit Koeweit. In mei 2003 hief de V-raad de economische sancties al op. In juni 2004 kwam een eind aan het verbod om conventionele wapens te verkopen aan Bagdad. De verkoop van materialen voor de productie van andere wapens is nog wel verboden. (Reuters, AP)