Exitstrategie Fed veelbelovend

Ben Bernanke wijst de weg. In een artikel in de Wall Street Journal en tijdens een hoorzitting voor het Congres eergisteren zette de voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve, de strategie van de Fed uiteen voor het afromen van overtollig geld uit de economie, wanneer die zich begint te herstellen. Zijn plannen zijn verstandig, maar vereisen een uitgekiende timing.

De nadruk op exitstrategieën is bemoedigend. Daaruit blijkt dat de Fed de angst voor deflatie achter zich heeft gelaten en de potentiële inflatierisico’s onderkent van de enorme kapitaalinjecties.

Bernanke merkt terecht op dat een hoop noodkredietfaciliteiten van de Fed bij een opleving van de economie vanzelf verdwijnen, omdat ze duur zijn en gepaard gaan met strenge voorwaarden. De uitstaande leningen zijn al gedaald van 1.500 miljard dollar (1.050 miljard euro) in januari naar minder dan 600 miljard dollar nu. De centrale bank kan de monetaire teugels aanhalen zonder over te hoeven gaan tot een renteverhoging.

Een ander ingreep is het ongedaan maken van de stappen die de Fed heeft genomen om de geldvoorraad te verruimen via zogenoemde ‘kwantitatieve versoepeling’. Een belangrijk onderdeel daarvan bestaat uit het kopen van bankobligaties en het crediteren van de opbrengst aan de reserverekeningen van die banken bij de Fed – waardoor feitelijk geld wordt geschapen zonder de bankbiljettenpers te laten draaien. De reserves waren bedoeld ter dekking van kredieten, in plaats daarvan zijn ze alleen maar steeds groter geworden. De op deze manier gecreëerde overtollige reserves hebben onlangs een niveau van 800 miljard dollar bereikt, tegen een omvang van slechts een paar miljard vóór de crisis.

Wanneer de banken weer geld gaan uitlenen, zou het inzetten van deze reserves de reële geldhoeveelheid doen groeien, hetgeen inflatie zou kunnen veroorzaken.

Om dat te voorkomen zegt Bernanke dat de Fed zijn nieuwe bevoegdheden kan inzetten om rente over deze reserves te betalen. Het verhogen van die rente (momenteel 0,25 procent) zou het voor de banken aantrekkelijker maken de reserves in deposito te houden, waardoor de Fed de tijd krijgt om deze fondsen leeg te laten lopen door obligaties terug te verkopen aan de banken.

Maar als de kredietkranen sneller opengaan dan verwacht, zou de Fed worden geconfronteerd met het onplezierige vooruitzicht de rente snel te moeten verhogen. Daartoe zouden stapsgewijze verhogingen van het belangrijkste rentetarief (de zogenoemde ‘Fed funds rate’) nodig kunnen zijn – wellicht tot op een niveau dat het ontluikende economische herstel zou kunnen bedreigen.

Gezien de aanhoudende aversie bij de banken tegen het nemen van risico’s, zal de Fed de rente waarschijnlijk geleidelijk kunnen aanpassen en geen grote stappen hoeven nemen. En misschien zal de centrale bank ditmaal in staat blijken de juiste balans te vinden tussen groei en inflatie. Helaas biedt de recente staat van dienst van de Fed daarvoor weinig aanknopingspunten.

Dwight Cass