Europees octrooi maakt medicijnen goedkoper

De grote farmaceutische concerns weren goedkopere medicijnen, ook al is het octrooi al verlopen. Met een Europees octrooi zal hun dit minder goed afgaan, meent André den Exter.

Als Nederland en de andere Europese lidstaten goedkopere medicijnen willen, moeten ze haast maken met een Europees octrooibureau voor medicijnen. Dat voorkomt vertraging. Bovendien zal het zich niet snel laten intimideren door de machtige farmaceutische concerns.

Meer dan anderhalf jaar had Eurocommissaris Kroes (Mededinging) nodig voor een onderzoek naar het concurrentieondermijnend gedrag van de farmaceutische industrie, aangeduid als ‘Big Pharma’. Een van de conclusies is: „There is something rotten in the state.” Met deze zin doelde Kroes op de bedenkelijke praktijken om concurrerende geneesmiddelen van de markt te weren.

Ingrijpen in Europees verband is noodzakelijk. Naast bescherming van generieke geneesmiddelen (geneesmiddelen waarvan het patent is verlopen) via het mededingingsrecht, is behoefte aan een gedragscode voor de farmaceutische industrie en modernisering van het patentrecht.

Grote farmaceutische bedrijven gebruiken diverse methoden om hun marktaandeel te beschermen. Een effectieve tactiek is vertraging met juridische procedures, ook al is het octrooi op hun geneesmiddel verlopen. Dergelijk misbruik van de rechtsgang is verwijtbaar, maar een rechterlijk oordeel hierover vergt tijd, gemiddeld zo’n drie jaar. Bij een ‘blockbuster’ (groot verkoopsucces) met een marktwaarde van enkele miljarden, telt iedere maand dat het bedrijf het monopolie heeft.

Ook komt het voor dat het grote farmaceutische bedrijf een afspraak maakt met de generieke producent om het generiek medicijn later op de markt te brengen, tegen schadeloosstelling van die laatste. Met deze overeenkomst delen partijen de monopoliewinst. Dergelijke afspraken belemmeren de vrije concurrentie en duperen de consument. Wil de generieke fabrikant niets weten van zulk uitstel, dan is bedrijfsovername een optie. Alles is erop gericht om het verkoopsucces van het dure geneesmiddel te continueren.

Andere interventies richten zich op de registratieautoriteiten. Alvorens een generiek medicijn op de markt wordt toegelaten, is goedkeuring vereist. Een vertragingstactiek van de patenthouder is het aanvechten van de registratie – de registratieautoriteit wordt aansprakelijk gehouden voor een inbreuk op het patentrecht. Tijdens de rechterlijke procedure worden de meeste claims ingetrokken, waarna het medicijn alsnog op de markt verschijnt – maar wel met vertraging.

Eenzelfde praktijk vindt plaats bij instanties die betrokken zijn bij de toelating in het nationale vergoedingenpakket.

Ten slotte kan de patenthouder vlak voor het aflopen van de beschermingtermijn een ‘tweede generatie’ geneesmiddel op de markt brengen, ook al is de verbetering marginaal. Bijvoorbeeld in plaats van poedervorm wordt het ‘nieuwe geneesmiddel’ met bijbehorende patentbescherming aangeboden in tabletvorm.

Deze voorbeelden bevestigen het negatieve beeld van de farmaceutische industrie als gewetenloze ondernemingen zonder maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een beeld dat wordt bevestigd door een rapport van de Verenigde Naties waarin richtlijnen geformuleerd worden voor toegang tot geneesmiddelen. Dat de belangrijkste firma’s het tijdens de consultatieronde lieten afweten en de richtlijnen niet onderschrijven, is tekenend voor de sector.

Let wel, zonder octrooien zouden er geen nieuwe medicijnen ontwikkeld worden. Het patentrecht behoeft daarom zonder meer bescherming. Maar misbruik dient bestraft te worden.

De EU-lidstaten moeten daarom haast maken met de invoering van een ‘Europees octrooi’ ter vervanging van de huidige bundeling van nationale patenten. Schendingen kunnen dan worden beoordeeld door het Europees Octrooibureau. Dat komt de kwaliteit van octrooien ten goede en voorkomt onnodige juridische vertraging.

André den Exter is werkzaam bij de sectie Recht en Gezondheidszorg van het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.