Duinplantjes profiteren van wisent

Zes Europese bizons blijken zonder bijvoeding te kunnen overleven de duinen van het Kraansvlak. ‘De eerste ervaringen zijn louter positief.’

Wisent met jong in de duinen. (Foto Ruud Maaskant) Maaskant, Ruud

De wisenten in het Kraansvlak hebben hun draai gevonden. Twee jaar geleden zijn drie wisenten of Europese bizons uitgezet in het 200 hectare grote, omheinde duingebied tussen Haarlem en Zandvoort, twee jonge vrouwtjes en een stier. In 2008 volgden nog drie vrouwtjes. Sceptici betwijfelden of deze kolossale dieren – de stier weegt minstens 900 kilo – zonder bijvoeding wel in de zanderige duinen konden overwinteren. Maar nu dartelen er drie blakend gezonde kalfjes rond.

De wisent of Europese bizon (Bison bonasus) leefde nog in enkele jachtreservaten in Oost-Europa, maar overbejaging in de Eerste Wereldoorlog deed hem de das om. In 1919 legde het laatste wilde exemplaar het loodje in het Oost-Poolse Bialowiezawoud en in 1926 stierf de laatste bizon in de Kaukasus. Vanaf 1952 zijn dierentuinexemplaren in het wild uitgezet. Er leven nu weer enkele duizenden dieren verspreid over natuurgebieden, fokreservaten en dierentuinen, vooral in Oost-Europa. Om het voortbestaan van Europa’s grootste landzoogdier te verzekeren wordt hard gezocht naar nieuwe West-Europese leefgebieden. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland heeft als eerste een kudde wisenten gastvrijheid verleend. „Na vijf jaar volgt een evaluatie, maar de eerste ervaringen zijn louter positief”, zegt senior adviseur natuur en recreatie Hubert Kivit van PWN. „We gaan de komende tijd ook meer publieksexcursies houden. Sommige mensen gaan helemaal uit hun dak als ze die grote, zeldzame, bedreigde wilde beesten hier voor het eerst zien rondzwerven. Mijn eigen hart ging ook sneller kloppen.”

Al meteen voorbij het hek is het raak. In het schrale duinzand ligt een groenbruine mestvlaai. „Van de wisent!” wijst PWN-boswachter Ruud Maaskant. We staan er in een kringetje omheen en turen naar de vlaai. Anders dan gewoon vee wordt de wilde wisent niet medicinaal ontwormd. Zijn vlaaien krioelen van de mestkevers, pissenbedden en oorwurmen, favoriete snacks van vleermuizen en vogels. Zo broedt hier de zeldzame grauwe klauwier, een telg uit de eksterfamilie, die van grote insecten leeft. Wagenings onderzoek liet zien dat zaden van tientallen plantensoorten de gang door de darm doorstaan. Al banjerend dragen grote grazers bij aan de verspreiding van plantensoorten.

Een paar meter verderop zit in het grastapijt een flinke kale plek. Polletjes gras zijn weggeslingerd. In het vlakke zand staan strepen van lange haren. „Dit zien we graag”, zegt Maaskant opgewekt. „Hier liggen ze te stofbaden! Een mooi gezicht om die grote kolossen door het zand te zien rollen. Ze schuieren hun ruige vacht en schudden vlooien en andere parasieten af.”

Veel duingebieden zijn de laatste jaren dichtgegroeid met ruig gras en struiken. Open stuifplekken zijn waardevol omdat daar weer kleine pionierplantjes kiemen. Er ontstaat nieuw leefgebied voor de zandhagedis. Ook konijnen, die de laatste jaren door ziekten erg achteruit zijn gegaan, houden van open duin.

Alweer een woelkuil. „Wisenten wisselen steeds van plek om niet opnieuw met hun eigen parasieten besmet te raken”, vertelt Leo Linnartz van Stichting Ark. In een woelkuil schudden ze parasieten in het zand van zich af, maar als ze dan later weer op dezelfde plek gaat liggen rollen, springen dezelfde parasieten natuurlijk terug. „’s Winters zoeken ze in die kuilen ook naar plantenwortels. En stieren krabben soms grote, diepe ronde bronstkuilen open, als power play. Maar hier loopt maar één stier, zonder rivalen.”

„Het is heel handig dat vier dieren gezenderd zijn” zegt Joris Cromsigt van de Universiteit Groningen, terwijl we tegen het steile duin opklauteren. „Als ze achter een bosje staan, loop je ze zo voorbij.” De zenders sturen elk uur een berichtje naar een centrale server in Zweden.Onderzoekers kunnen die berichten op veldlaptops uitlezen en elke vier uur verschijnen positiebepalingen op www.wisenten.nl . Het Kraansvlak is een gesloten rustgebied, maar er is een uitzichtpunt gemaakt bij de oude jachtvijver. „Je kunt op de website zien of de dieren bij het water staan en er dan snel op af gaan”, zegt Hubert Kivit.

De wisenten kwamen uit het Oost-Poolse Bialowiezawoud, per vrachtwagen, in houten kratten. Het eerste groepje trok in een cirkeltje door het bos en breidde zijn actieradius heel aarzelend uit. Pas na drie maanden was het hele Kraansvlak verkend. De drie vrouwtjes die een jaar later volgden sloten zich binnen een dag bij deze kudde aan en hadden al na een week het hele Kraansvlak afgegraasd. De twee oudste dames zijn wel even aan het bakkeleien geweest over wie nu de ‘leidkoe’ zou worden”, vertelt Linnartz „Als de sociale rangorde eenmaal vastligt, vechten ze niet of nauwelijks meer.”

Dan ontdekken we onze eerste wisent, zwiepend met zijn lange staart met kwastje. „Nou effe stil”, waarschuwt boswachter Maaskant. „Anders gaan ze zo aan de kletter, met die kalveren erbij.” Achter de heuvel graast de kudde, kastanjebruin in de middagzon. Kolossale dieren, met een klein kontje, brede schouders, een flinke vetbult als bochel op de hoge rug en fraaie, gekromde horens. De kalfjes grazen steeds middenin de kudde. De stier loopt apart, maar als hij ons gewaar wordt, struint hij op zijn harem af. Intussen worden de kalfjes gezoogd. Drie moeders plus een tante stellen zich schouder aan schouder in slagorde op, de koppen opmerkzaam naar ons toegewend. Daarna kuiert de kudde verder en verdwijnt uit het zicht.

Wisenten eten anderhalf keer zoveel als paarden of Schotse Hooglanders en ze grazen anders. Ze nemen al struinend hier en daar een hap en maaien de boel niet in een keer kaal. Hun graasgedrag wordt geïnventariseerd in 50 zogenoemde ‘transsecten’, dwarsdoorsneden van 50 meter lang door vijf terreintypes: loofbos, naaldbos, duindoornstruweel, kardinaalsmutsstruweel en open grasland. Hbo-studenten van diverse opleidingen kijken hap voor hap wat de wisenten eten: ’s Zomers voor 90 procent gras en kruiden, ’s winters meer boombast. „Hoewel van oorsprong afkomstig uit de bossen hebben de wisenten een verrassende voorkeur voor open terrein”, zegt Cromsigt.

Kardinaalsmuts valt blijkbaar in de smaak – de struiken vertonen kale grijze staken. Met zijn ondertanden schraapt de wisent ’s winters stroken bast weg en trekt die los met zijn lange tong. Kornoeljestruiken verdedigen zich tegen zulke vraat door snel een grote takkenbezem van nieuwe uitlopers te vormen. Rozenstruiken leggen het loodje. De wisenten beginnen nu ook aan de duindoorns. Daarvan staan er nog genoeg.

    • Marion de Boo