De allochtoon als kostenpost

De PVV wil zich gaan profileren met ‘de kosten van allochtonen’ als onderwerp.

Elk ministerie is een kosten-batenanalyse gevraagd.

PVV-leider Geert Wilders kreeg er vorig jaar nog even de lachers mee op zijn hand, maar er was ook boosheid in de Tweede Kamer over zijn harde uitspraken over de kosten van de multiculturele samenleving. „Een dure grap”, zei Wilders. Volgens hem heeft de immigratie van niet-westerse allochtonen 100 miljard euro gekost.

Wat hadden we daarmee kunnen doen, vroeg Wilders zich af. Alle ouderen in verpleeghuizen een eigen kamer, of allemaal stoppen met werken op ons vijftigste, zei hij. „Of we hadden iedereen een zeilboot cadeau kunnen doen.”

Nu heeft PVV’er Sietse Fritsma bij twaalf ministeries schriftelijke vragen ingediend over de kosten van allochtonen. Wat Fritsma met de vragen beoogt, is onduidelijk. Hij wil geen toelichting geven.

De vraag is of Fritsma veel informatie loskrijgt van de ministeries. Er wordt veel geregistreerd, maar er wordt ook veel niet geregistreerd. Zo wil hij van het ministerie van Verkeer en Waterstaat weten welk deel van de kosten van het departement toe te rekenen zijn aan allochtonen. Dat zou betekenen dat het ministerie moet berekenen hoeveel de allochtonen bijdragen aan files.

Ook vraagt Fritsma alle ministeries of de kosten kunnen worden uitgesplitst naar „dit jaar, de afgelopen vijf jaar en (geprognotiseerd) het komende jaar en de komende 5 jaar”.

Experts hebben in enkele studies al eens gepoogd de vraag te beantwoorden wat allochtonen kosten, of wat immigratie van arbeidskrachten kost Bij dergelijke studies moet de kanttekening worden geplaatst dat de complexe werkelijkheid enorm moet worden vereenvoudigd.

Wilders haalde bij het debat in september zelf een studie uit 2003 aan van het Centraal Planbureau (CPB). Daarin wordt niet het bedrag van 100 miljard euro genoemd. Hoe Wilders aan dat precieze cijfer is gekomen, is niet bekend.

Het CPB concludeerde dat de kosten voor onder meer zorg, onderwijs, pensioenen en sociale zekerheid voor immigranten over een hele levensloop bezien hoger zijn dan de extra belastinginkomsten. Als de immigrant op zijn 25ste binnenkomt, stelde het CPB, dan ‘kost’ hij de samenleving de rest van zijn leven 43.000 euro. Het rapport ging niet in op kosten en baten van tweede- en derdegeneratieallochtonen.

Het CPB concludeerde dat immigratie op grote schaal niet gunstig is voor de economie, en niet het antwoord kan zijn op de vergrijzing. Immigratie op beperkte schaal van hoger opgeleiden voor moeilijk vervulbare functies was wel aan te bevelen.

Econoom Pieter Lakeman berekende tien jaar geleden de kosten en baten van immigranten voor de Nederlandse samenleving. Naar eigen zeggen was hij de eerste die dat deed. In zijn boek Binnen zonder kloppen, Nederlandse immigratiepolitiek en de economische gevolgen noemde hij de immigranten een grote verliespost voor de overheid: zeker 13 miljard gulden per jaar. Alleen al de Marokkaanse en Turkse immigranten kostten Nederland in de twintig jaar voorafgaand aan 1999 meer dan 70 miljard gulden. „De Nederlandse immigratiepolitiek is ongemerkt overgegaan in een van de meest verspillende vormen van hulpverlening”, zei Lakeman destijds in NRC Handelsblad.

Als in augustus alle bewindslieden terug zijn van vakantie, zal worden beslist of de ministeries de vragen apart gaan beantwoorden, of dat dit gecoördineerd gebeurt. Het laatste lijkt het meest waarschijnlijk. Duidelijk is dat de kosten van allochtonen een onderwerp is waarmee de PVV zich in het nieuwe politieke seizoen wil profileren.

Lees de CPB-studie uit 2003 over immigratie en economie op nrc.nl/binnenland