Dankzij de diepvries

Dat de tijd vliegt, zie je aan de diepvries. Of hoe zal ik het zeggen: sommige dingen hebben   de neiging om erg lang diepgevroren te blijven. Al die handige dozen met deksels waarop nette etiketjes: ‘Gestoofd konijn met doperwten, 31 jan. 2008’, ‘Gevogeltebouillon, 18 okt. 2007’. Of helemaal geen etiketjes, nog gevaarlijker, gewoon zakken zomerfruit,

Dat de tijd vliegt, zie je aan de diepvries. Of hoe zal ik het zeggen: sommige dingen hebben   de neiging om erg lang diepgevroren te blijven. Al die handige dozen met deksels waarop nette etiketjes: ‘Gestoofd konijn met doperwten, 31 jan. 2008’, ‘Gevogeltebouillon, 18 okt. 2007’.

Of helemaal geen etiketjes, nog gevaarlijker, gewoon zakken zomerfruit, ooit eens ingeslagen omdat ik dat in de winter zo handig zou vinden. Maar wat doe je met een handige zak zomerfruit in de winter? Niets.

De pruimenboom in de tuin waarschuwde nu: ik begin te rijpen. Dan gaan de gedachten vanzelf naar vorig jaar en naar de pruimentaarten waarvan ik er twee had ingevroren omdat ik geen pruimentaart meer kon zien. Eentje is ergens in de winter ontdooid en gegeten. Maar de andere was er nog. En je kunt geen pruimentaart meer ontdooien als je net zo goed verse taart kunt maken, dus snel eruit.

Wat een heerlijke taart was dat. Met een deegdekseltje op de bovenkant en met pistaches erin. Zodra de pruimen rijp zijn, gaan we die weer maken.

Maar nu zat ik toch met mijn hoofd in de diepvries en zag daar iets anders liggen: ‘braadstuk, 250 gr, 2008’. Een onderdeel van de eenjarige koe die we met een aantal mensen hebben gekocht in november en waarvan nog van alles in de diepvries ligt.

Ik wist ineens niet zo goed wat een ‘braadstuk’ wel mocht zijn. Vervelende, vage naam. Een koe heeft toch nergens een ‘braadstuk’? Ik vind het onheus tegenover de koe. In sommige landen hebben ze andere namen voor het levende beest dan voor het vlees dat we ervan eten. Dat vind ik eigenlijk wel mooi en juist. Of is dat nu net schijnheilig?

Enfin, ik ontdooide het ‘braadstuk’, sneed er een stukje af, bakte dat heel kort en at het op. Sneed er nog een stukje gewoon vanaf en at dat op, en besloot toen dat braadstuk biefstuk is. En vervolgens dat we wel eens toe waren aan een ander smaakje. Iets met soja en met pittig, en toch licht. Een soort nep-Vietnamees eten. Daar ben ik tegen. Maar het smaakte goed.

Nep-Vietnamese biefstuk

voor 2 personen:
250 gr. biefstuk
2 el korianderzaad
1 el sojasaus
1el grofgemalen peper
½ rode peper
1 teen knoflook
stukje verse gemberwortel
2 el (rijst)azijn
4 el sojasaus
1 tl bruine suiker
2 ons peultjes
1 avocado
kneepje citroen

Plet het korianderzaad in een vijzel en wrijf de biefstuk in met de koriander, grofgemalen peper en een scheutje sojasaus. Laat een half uurtje liggen.

Kook de peultjes een paar minuten, ze moeten nog wat stevig zijn, maar niet hard.

Snipper de knoflook, haal het zaad uit de rode peper en snijd hem fijn. Snipper de gember. Hak de koriander.
Zet de oven op 100 graden. Bak de biefstuk aan beide kanten op hoog vuur in een scheutje olie met een klein klontje boter. Pak hem in folie en leg hem 10 minuten in de oven.

Doe een extra scheutje olie in de pan en bak de knoflook, peper en gember, al roerend. Zet het vuur laag, doe er de (rijst)azijn bij, de bruine suiker en sojasaus. Laat even pruttelen. Schil de avocado en snijd de helften in plakjes, besprenkel met citroensap en peper en zout en leg op de borden. Leg de peultjes ook op de borden.

Snijd de biefstuk in plakjes en leg die op de peultjes. Giet de saus eroverheen en bestrooi het geheelmet de gehakte koriander.

    • Marjoleine de Vos