'Coole' koning die zich de hand laat kussen

Vandaag tien jaar geleden stierf koning Hassan II van Marokko. Zijn zoon bracht nieuwe vrijheden, maar hij geeft leiding aan een ‘hypermonarchie’.

Welk van zijn twintigtal paleizen de koning kiest voor het kroningsfeest van volgende week donderdag blijft tot het laatste moment geheim. Voor de rest volgt de ceremonie een strak patroon: het land zal in een directe televisie-uitzending koning Mohammed VI (45) in zijn traditionele witte gewaad van ‘aanvoerder der gelovigen’ tussen de massa zien rondrijden op een paard, uit de zon gehouden door een grote, door een paleiswachter hoog gehouden parasol.

Na afloop, bij de receptie, zal iedereen die er toe doet in Marokko de koning de hand kussen als teken van trouw en onderwerping aan de vorst.

Aan dat handkussen had de jonge vorst bij zijn aantreden nog een grondige hekel, net als het koningschap zelf hem weinig plezier leek te doen. „Verandering binnen de continuïteit” – dat was wat de koning aan zijn volk beloofde. Tien jaar later is er weinig verschil meer te zien met de ceremoniële tradities onder zijn grootvader, Mohammed V, en zijn vader Hassan II.

„In sommige opzichten doet het paleis me denken aan De Laatste Keizer van Bertolucci’’, grapt journalist Ali Amar. De voormalige hoofdredacteur van het onafhankelijke dagblad Le Journal schreef het in Frankrijk uitgebrachte boek ‘Mohammed VI, het grote misverstand’. Het werd een bestseller, maar geen uitgever durfde het aan het boek in Marokko uit te brengen. De auteur kan er niettemin vrij en probleemloos over praten in de lobby van een hotel in Casablanca.

Amar (42) behoort tot de generatie die met veel verwachtingen keek naar de komst van hun leeftijdgenoot. De nieuwe koning was ‘cool’. Hij zat op zijn waterscooter, bleek liefhebber van discotheken, rock- en rap-muziek en bestuurde zelf zijn sportwagens op de boulevards van Casablanca.

Mohammed VI had een vliegende start, zegt Amar. De ‘koning van de armen’ zette economische projecten op, haalde politieke ballingen terug. De pers mocht schrijven over zaken die vroeger taboe waren, zoals de koning, de islam, het leger, de problemen rond de Westelijke Sahara en seks. Er kwam een enquête naar de staatsterreur tijdens de ‘jaren van lood’ onder zijn tirannieke vader Hassan. Hoogstpersoonlijk zag de vorst toe op een forse verbetering van de rechtspositie van de vrouw via de moudawana, het islamitische huwelijksrecht.

De harem van zijn vader werd met pensioen gestuurd. Zelf trouwde hij een meisje uit de middenklasse.

Een uitstalkast van moderniteit en vrijheden in de Arabische wereld, erkent Amar. Maar de hoop op democratische verandering is inmiddels danig afgebrokkeld. ,,We blijven hangen in de democratische tweede divisie’’, constateert hij. De wil van de koning om sociale en politieke veranderingen door te voeren is oprecht, maar het ontbreekt hem aan de daadkracht van zijn vader, denkt de schrijver. Zo veranderde de brute en absolute monarchie onder Hassan II in een institutionele ‘hypermonarchie’. Een technocratische kring van goed geschoolde managers en financiers rond het paleis, de zogenaamde makhzen, die volgens vastgestelde regels aan de politieke en economische touwtjes trekt.

Daarbij werpt de dreiging van terreur en islamitisch fundamentalisme nadrukkelijk een schaduw. Na de terreuraanslagen in mei 2003 in Casablanca werden duizenden verdachten gearresteerd en veroordeeld. De islamistische Parti de la Justice et du Développement (PJD) – beschouwd als de snelst groeiende politieke kracht in Marokko – diende een toontje lager te zingen.

In de uitgebreide beschouwingen over tien jaar Mohammed VI die de afgelopen weken in de pers verschenen, werd kritisch vast gesteld dat de vrijheden de laatste jaren weer onder druk staan. Marokkaanse rechters leggen enorme boetes op aan dag- en weekbladen, omdat ze de ‘rode lijnen’ van het regime overschreden hebben. In het politiebureau naast het toeristische Djemma el Fna plein in Marrakech werden studenten gemarteld na een rel op de universiteit over het slechte eten. Een puber werd veroordeeld omdat hij in de nationale leus ‘God, vaderland en koning’, koning had vervangen door Barça, zijn voetbalclub.

De koning zelf blijft voor de Marokkanen een raadsel. De afgelopen tien jaar gaf hij slechts enkele interviews aan buitenlandse bladen. Bekend zijn zijn woedeaanvallen. Steeds vaker ontvlucht hij het strakke keurslijf van zijn functie tijdens wekenlange reizen naar het buitenland, de ‘hypermonarchie’ zonder de hoogste beslisser achterlatend.

Is de koning ‘cool’ of juist een grillige en impulsieve sultan achter een democratische façade? Een ruimdenkende familievader of de allesoverheersende chef van een clan die zich vastklampt aan de macht? „We weten het niet’’, zegt Amar. En dat baart zorgen voor de toekomst. „Marokko is als een vliegtuig in de lucht zonder vluchtplan of bestemming. En niemand kent de piloot achter het stuur.’’