Wielersport en Tour tonen hun kracht in de Alpen

Ondanks de vele affaires in de afgelopen jaren blijft het wielrennen, en de Tour in het bijzonder, populair. In de Alpen wordt dezer dagen volop reclame gemaakt voor de wielersport.

Jens Voigt is gevallen in de zestiende etappe van de Tour de France en blijft drie tot vier minuten buiten bewustzijn. Met een helikopter werd de 37-jarige Duitse wielrenner uit de ploeg Saxo Bank vervolgens vervoerd naar een ziekenhuis in Grenoble waar hij in elk geval tot morgen moet blijven. Uit onderzoek bleek dat hij een gebroken jukbeen en een hersenschudding heeft opgelopen. De ernst van zijn verwondingen leek relatief mee te vallen. Voigt ging tijdens de afdaling van de Petit-Saint-Bernard, op 30 Bourg-Saint-Maurice - Frankrijk - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - Tour de France 2009 - 16e etappe - Martigny > Bourg-Saint-Maurice - 39. Jens Voigt (DUI - SaxoBank) val rechts Bjarne Riis - foto Wessel van Keuk/Marketa Navratilova/Cor Vos ©2009 Vos, Cor

De wielersport is niet dood, de wielersport is springlevend. Niets – ook niet alle dopingaffaires – kan de liefhebbers ervan weerhouden naar wielrennen in het algemeen en naar de Tour de France in het bijzonder te kijken.

Zowel op de Grand-Saint-Bernard als op de Petit-Saint-Bernard had zich gisteren een immense massa toeschouwers verzameld om de helden van deze Tour te zien en aan te moedigen. Indrukwekkender was vooral het enorme aantal mannen én vrouwen dat – voordat de Tourrenners zich meldden – op de racefiets deze zware cols beklom én afdaalde. En allemaal waren ze gehuld in de shirtjes van hun idolen. Allemaal wilden ze een beetje Alberto Contador zijn, een beetje Lance Armstrong of een beetje Andy Schleck.

Of deze renners nu wel of niet doping nemen, wel of niet de koers naar hun hand zetten door middel van combines en betalingen, de wielersport blijft publiek trekken. Of nu – zoals wordt beweerd – het Nieuwe Wielrennen wordt gebezigd of het Oude Wielrennen, de liefhebbers en de kenners zal het worst zijn. Transparantie, zuivere sport, gelijke kansen, kom nou! De aloude kenmerken van de wielersport blijven bestaan: doping blijft bestaan, combines blijven bestaan, de mythe blijft bestaan. Dat is de kracht van wielrennen en vooral van de Tour. Zonder de vraagtekens, zonder de suspense en zonder de onvoorspelbaarheid is wielrennen geen wielrennen meer.

De wielersport leeft als vanouds, er is niets veranderd. Daar kunnen de criticasters niets tegen ondernemen. Eenvoudigweg omdat wedstrijden als de Tour en met name bergetappes als die van gisteren onvoorspelbaar én opwindend zijn. Wat kunnen de Schlecks, wat kunnen Contador en Armstrong, wat kan die vreemde Britse slungel Bradley Wiggins, wat kan Carlos Sastre, de Tourwinnaar van vorig jaar; wat kunnen de Rabo’s nog?

Veel, zo bleek. Behoudens de Rabo’s dan, die kunnen niks meer. Vreemd, hoe een ploeg die zich voortdurend op de borst klopt vanwege zijn zogenaamd moderne management en zogenaamd vermaarde opleiding, zo faalt. Verkeerd gepiekt, een combinatie van pech en onkunde, of gewoon gebrek aan goede leiding? Wat te denken van Denis Mensjov? Onlangs won hij nog glorieus de Giro. Gisteren finishte hij een kwartier na de favorieten. Vanmiddag, op weg naar Le Grand Bornand, maakte hij weliswaar in de eerste beklimming deel uit van de kopgroep. Gelukkig zijn er nog andere renners, die hun talent wel waarmaken. Zoals gisteren weer op de flanken van de kleine Sint-Bernard. Zoals de Luxemburger Andy Schleck probeerde klassementsleider Contador en zijn ploeg aan te vallen, dat was weer prachtige sport. Alleen Wiggins, Vincenzo Nibali, Contador en zijn onvermurwbare ploeggenoot Andreas Klöden konden volgen. Armstrong niet. Maar zoals hij de achtervolging in zijn eentje inzette en met succes afrondde, dat was ook prachtige sport.

Ver voor de favorieten van de eindzege uit, vochten mindere renners om de etappezege. Uiteindelijk was de Spanjaard Mikel Astarloza de snelste van een groepje dat in de lange afdaling van de kleine Sint-Bernard uit de greep van de groten was gebleven. Van de vluchters werd de Belg Jurgen Van den Broeck vijfde. Slechts vijfde. Maar voor de Belgen betekent het rijden van de 26-jarige renner nieuwe hoop op glorie. Als dat maar goed gaat, met de klimmer en tijdrijder. Bij de ploeg van Silence-Lotto is hij al bijna de evenknie van de Australische kopman Cadel Evans. Die verloor gisteren weer minuten op de Tourfavorieten. Vandaag, in een nog zwaardere etappe, van Bourg-Saint-Maurice naar Le Grand-Bornand, moesten vijf cols worden beklommen, met op vijftien kilometer van de aankomst de top van Colombière. Al bij de eerste beklimming, van de Cormet de Roselend, hing Evans achter aan het peloton.

Ondanks zijn voorsprong zei Contador gisteren na de finish dat hij zich ongerust maakt. „Met zoveel cols is het moeilijk te controleren. Ik heb vertrouwen in mijn ploeg. Ik heb vertrouwen in Lance Armstrong. Zoals hij vandaag terugkwam in de kopgroep, dat is grote klasse. Ik ben ervan overtuigd dat hij voor mij zal rijden.”

Contador rijdt sterk, z’n ploeg met Klöden en de onstuitbare Armstrong was tot vandaag onverslaanbaar. Maar het kan snel voorbij zijn. Dat weet Contador, dat weet elke Tourrenner en ploegleider, dat weet elke ervaren Tourvolger. De Tourzege staat pas vast als het peloton Parijs heeft bereikt. Niets is voorspelbaar. Een val, een lekke band, een verkeerd drankje, een slechte dag of een positieve dopingtest en de Tour is verloren.

Lees een etappeverslag vandaag kort na de finish en bekijk het weblog van Guus van Holland op nrc.nl/tour

    • Guus van Holland