Wat is het meest gebruikte zelfstandige naamwoord?

Toen Tycho Hoff uit Amersfoort nadacht hoeveel koppen koffie hij die dag had gedronken, vroeg hij zich tegelijkertijd af hoe vaak hij het woord ‘koffie’ had gezegd. Misschien zei ik dat woord die dag zelfs wel het vaakst, schrijft hij. „Welke zelfstandige naamwoorden gebruiken Nederlanders eigenlijk het meest?”

Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) houdt bij welke woorden we het meest gebruiken. De meest populaire zelfstandige naamwoorden in schrijftaal: jaar, mens, onderwerp, tijd, dag, gemeente, plaats, uur, land en Nederland. In spreektaal: mensen, jaar, dag, dingen, tijd, man, moment, kinderen en beetje.

Het woord ‘beetje’ is een uiting van de typisch Nederlandse „voorzichtigheidsmodus”, zoals Rutger Kiezebrink van de taalgenootschap Onze Taal het noemt. „We gebruiken het om net iets langer na te kunnen denken.”

De frequentie van woorden wordt bepaald met corpora: grote bestanden met gesproken of geschreven teksten. Om de meest gebruikte spreektaalwoorden te bepalen gebruikte het INL het Corpus Gesproken Nederlands (CGN): 900 uur opgenomen, uitgeschreven spreektaal. Voor schrijftaal worden stukken tekst uit kranten en tijdschriften gebruikt.

Hoeveel woorden er precies zijn, is onbekend. „Ergens tussen de vijf en tien miljoen”, schat hoofdredacteur Ton den Boon van het Van Dale woordenboek. „Het hangt er vanaf of je bijvoorbeeld alle Twentse regionale varianten meetelt.”

Elke drie maanden komen er zo’n 10.000 tot 20.000 nieuwe vormen van woorden bij, waarvan 2.000 tot 3.000 het woordenboek halen. Met onze toenemende woordenschat maken we volgens Kiezebrink steeds langere zinnen.‘Bijvoorbeeld’ is niet meer genoeg. „Dat wordt al snel ‘een voorbeeld is bijvoorbeeld’, waarop het voorbeeld volgt”, zegt Kiezebrink. „En ‘hartelijk bedankt’ verandert in ‘echt heel erg hartelijk bedankt’. Het lijkt wel alsof we steeds meer woorden nodig hebben om iets uit te drukken.”

Stijn Bronzwaer

    • Stijn Bronzwaer