Wanneer de crisis geen nieuws meer is

Een kleine eeuw geleden was Argentinië een welvarend land. Maar er ging van alles mis en het politieke en sociale bindweefsel bleek te zwak om tegenspoed te doorstaan. En zo leerde iedereen Argentinië kennen als een land dat zijn financiën liederlijk en overzichtelijk regelde: als het land te veel binnenlandse schulden had gemaakt, zette de staat de geldpers aan en weg was de schuld. Als het te veel in het buitenland had geleend, verklaarde Argentinië zich failliet. De elite zocht ondertussen een veilige haven bij buitenlandse banken. Alleen een kleine bovenlaag kon de afrekening ontlopen. Een verbitterde middenklasse bleef achter in armoe.

Het is opmerkelijk hoe landen nu – inclusief Argentinië – dit keer zulke vluchtroutes nog weten te ontwijken. Kijk naar een land als Estland dat per se de aansluiting bij euroland wil vinden. Om de dramatische schuldenberg te verminderen, werden onlangs alle ambtenarensalarissen met tien procent gekort.

Of neem Hongarije. Hier ging de pensioenleeftijd omhoog en het pensioen met een kleine tien procent omlaag. En het publiek accepteert het tamelijk lijdzaam, tot nu toe althans. Misschien zit de armoe van de communistische tijd nog te vers in het geheugen en is het publiek tot offers bereid om nieuwe verworvenheden te behouden.

Maar hoe gaat het met het oude Europa?

Tot nu toe viel de echte pijn van de crisis nog mee. Het was vooral in de huiskamer op bezoek wanneer je de televisie aanzette – met grafieken die naar beneden wezen. De slinger van de geldkraan verzacht de echte pijn nog even. De koopkracht gaat in vele Europese landen dit jaar zelfs vooruit in plaats van achteruit.

Toch werkt dit type keynesianisme maar even. Als de motor niet aanspringt dan stokt het vanzelf. En dat gaat gebeuren. De crisis als spannend evenement verdwijnt geleidelijk uit zicht, maar pas dan komen werkelijkheden aan de oppervlakte. De altijd bedachtzame chef-econoom van Morgan Stanley, Stephen Roach, rekent de komende jaren op een economische groei in Amerika van zo’n 2 procent. „Voor Europa ben ik veel somberder, want dat zat altijd al op een lager niveau dan Amerika”, zegt hij. Een beetje boven nul dus als perspectief – en dat een behoorlijk aantal jaren. En dat is weinig, veel te weinig, om de recent geproduceerde schuldenberg te verminderen. Te weinig ook voor alle andere kosten van een verzorgingsstaat.

Dieter Helm, econoom aan Oxford, becijferde voor de Britten een duurzame vermindering van de consumptie met twintig procent, vergeleken met het piekjaar 2007. Dat is volgens hem ook logisch, want deze crisis is het product van vele jaren te veel consumeren, te weinig investeren en te weinig sparen. Een nieuw evenwicht vind je voor de Britten volgens hem op gemiddeld twintig procent minder – en dat voor lange tijd.

Nu is Engeland Europa niet. Het land leunt niet op een klassieke middenklasse. Sterker nog, het verschil tussen rijk en arm was er vorig jaar het hoogst sinds dit gemeten wordt (je vraagt je af waar al die Labour-jaren van Blair en Brown toe dienden – maar dit terzijde.)

Al een aantal jaren, ook voor de crisis, heerste in Europese landen een licht zeurderig chagrijn. Bij elke eurobarometer las je dat een meerderheid van de bevolkingen ervan overtuigd was geraakt dat volgende generaties hier het niet meer zo goed zouden krijgen. Sociologen beschreven een middenklasse die onzeker en ontevreden was. Economische experts werden daarentegen gek van al die humeuren, want elk onderzoek wees uit dat de welvaart van de middenklasse toenam. Iedereen kreeg het juist beter en niet slechter dankzij globalisering, outsourcing en de opkomst van Azië.

Maar hoe vaak de economen ook met berekeningen kwamen, het publiek bleef wantrouwend jegens alle win-winbezweringen, ja, jegens de feiten.

Maar had die middenklasse in die eurobarometers misschien dan toch een betere neus dan alle deskundige cijferaars?

Wie zal het zeggen? De politieke bestuurders in euroland speculeren over het algemeen nog op het moment dat de economie weer aanspringt en de auto weer vaart maakt als weleer. Dat rechtvaardigt bijvoorbeeld dingen als de redding van Opel in Duitsland.

Een langdurige vermindering van welvaart wordt echter een heel ander verhaal. Een verhaal ook dat een heel andere bestuurlijke regie vereist om de zaak bij elkaar te houden. Je hoort nog weleens iemand beweren dat het best een beetje minder kan, want we hadden het in Europa een jaar of vijf geleden toch ook goed? Helaas is het zo simpel niet en bovendien valt bij een stevige krimp de ellende niet keurig gelijkmatig. Het valt bij de mensen die werkloos worden en een stevige hypotheek hebben, bij het groeiende leger zelfstandigen zonder vangnet of verzekering, kortom bij dat deel van de middenklasse dat pech heeft.

Naarmate de crisis uit het nieuws verdwijnt, gaat het oude Europa pas echt iets nieuws beginnen. Dat wordt nog ongemeen spannend. Want stel je eens voor dat bijvoorbeeld een Franse president zijn ambtenaren een briefje schrijft met de mededeling: er gaat tien procent af. Je kunt je niet voorstellen dat een mens daarna nog rustig en ongestoord in Parijs zal kunnen shoppen of dat er nog een trein rijdt. In het oude Europa loopt de relatie tussen burgers, samenleving en overheid via de verzorgingsarrangementen.

Zodra grote scharen van de bevolking vermoeden dat ze op een koord dansen zonder vangnet wordt het voor euroland pas werkelijk menens.

Na de zomer dus.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)

    • Ben Knapen