Verborgen burgeroorlog van India

Maoïstische rebellen dreigden gisteren premier Singh en regeringspartijleider Sonia Gandhi te doden.

Een strategie tegen de opstand is nog niet gevonden.

Kamlo staat in de schaduw van een grote tamarindeboom in het dorpje Nendra, diep in de jungle in de Indiase deelstaat Chhattisgarh. Ze helpt haar vader bij het vlechten van een afrastering voor de kippen. Ze houdt de stengels van bamboe tegen haar groene rok, zodat ze niet terugveren als haar vader ze ombuigt.

Kamlo is een jaar of twaalf. Haar vader weet het niet precies. Hij weet ook niet dat er pas verkiezingen zijn geweest. „Niemand heeft ons dat verteld”, zegt hij met een grijns. „De Congrespartij? Daar heb ik wel eens van gehoord”, zegt een buurman.

De dorpelingen zijn adivasi’s. Ze behoren tot een van de vele stammen die de inheemse minderheid van India vormen – zo’n 8 procent van de bevolking. Het zijn ook de armste mensen van India. Velen leven van wat de natuur biedt, de economische opkomst in de rest van het land gaat aan hen voorbij.

Van de verborgen burgeroorlog die in India woedt, merken ze des te meer. Nendra ligt midden in India’s ‘rode corridor’, een strook land van de oostelijke deelstaten Jharkhand, Bihar en West-Bengalen tot Andhra Pradesh en Maharashtra in het westen, waar maoïstische opstandelingen de dienst uitmaken. Ze voeren de gewapende strijd om – naar eigen zeggen – de adivasi’s, de arme boeren en de arbeiders te bevrijden uit de klauwen van feodalisme en imperialisme. Ze willen de boerenrevolutie van Mao Zedong overdoen in India.

De ‘naxalieten’, naar het dorpje Naxalbari waar meer dan veertig jaar geleden een opstand uitbrak tegen lokale landheren, vormen „de grootste bedreiging voor de binnenlandse veiligheid” van India, zei premier Manmohan Singh drie jaar terug. Sindsdien zijn de maoïsten alleen maar sterker geworden. Er zijn nu naar schatting 22.000 strijders actief in 180 van de 630 districten. Ze vergroten in rap tempo hun actieradius, zei een topambtenaar onlangs. Ze richten zich nu ook op de steden.

Vorige week gaf de minister van Binnenlandse Zaken, P. Chidambaram, in het parlement toe dat het probleem van „links-extremisme” is onderschat. Recentelijk rukten veiligheidstroepen in West-Bengalen met groot machtsvertoon uit om maoïsten te verdrijven uit gebied waar ze maandenlang ongestoord konden opereren. Eerder die week liep in het westen van Chhattisgarh een groot aantal agenten in een zorgvuldig gelegde hinderlaag. Zeker dertig van hen werden gedood.

Zo wordt 2009 het bloedigste jaar in de jonge geschiedenis van de guerrilla, met tot nu toe 255 burgerdoden, 230 gesneuvelde agenten en paramilitairen, en een onbekend aantal gedode maoïsten. Maar nog steeds geldt: de meeste doden vallen ver weg, in moeilijk toegankelijk, onderontwikkeld gebied. De slachting onder de politiemensen was slechts klein nieuws in vergelijking met de berichtgeving over een ongeval bij de aanleg van de metro in New Delhi. Dat nieuws raakt het imago van het moderne India en is dus belangrijker.

In deelstaten als Chhattisgarh komt het falen van de aanpak van de maoïstische dreiging des te harder aan. Politicus en stamleider Mahendra Karma (55), uit het district Dantewara in het zuiden van de deelstaat, is een „bedroefd” man. Vier jaar geleden richtte hij Salwa Jadum op, een volksbeweging tegen maoïstische terreur. „De naxalieten kun je alleen verslaan als je een brede massabeweging tegen hen weet te mobiliseren, zegt Karma in zijn kantoor in Raipur. „Maar helaas heeft het succes van Salwa Jadum zich niet verspreid naar andere gebieden.”

De beweging kreeg grote aanhang. Maar de organisatie was van meet af aan ook omstreden. Duizenden jonge strijders van Salwa Jadum, onder wie ex-naxalieten, werden getraind en bewapend door de politie. Onder regie van Salwa Jadum werden bijna 60.000 mensen uit door maoïsten bedreigde en gecontroleerde dorpen in de binnenlanden verhuisd naar kampen langs doorgaande wegen.

Vier jaar later blijkt het experiment mislukt. De mensen in de ontheemdenkampen zijn het wachten op betere tijden beu, velen keren naar hun oude dorpen terug. Er wordt gesproken over corruptie met subsidiegeld in de kampen. Maar veel ernstiger zijn de beschuldigingen van intimidatie, brandstichting, verkrachting en andere wreedheden, begaan door burgermilities. Ook minister Chidambaram zei vorige week dat de overheid verantwoordelijk is voor orde en gezag, niet particuliere organisaties als Salwa Jadum.

Om bij Nendra te komen, het dorpje van Kamlo en haar vader, moet je langs snelweg 221 naar het zuiden. Een tiental kilometers voordat je een door de moesson glibberig geworden pad oprijdt de jungle in, passeer je een groot ontheemdenkamp. „Zo gauw het kan willen we naar huis”, zeggen de mensen daar.

Op een helling tegenover het kamp is de met prikkeldraad afgezette politiebasis Errabore. Daar zijn 182 ‘spo’s’ gelegerd: ‘speciale’ politieagenten, gerekruteerd onder de jeugd in de stamgebieden. Ze zijn onze oren en ogen, zegt politiecommandant B.R. Dhrias (46). „Een gewone politiepatrouille trekt misschien tien kilometer de jungle in. Een ‘spo’ legt 25 kilometer rennend af.”

Salwa Jadum of niet, de lokale milities zijn hard nodig om de naxalieten te bestrijden, is de boodschap van commandant Dhrias. Om de opstandelingen echt te verslaan, is nog harder militair ingrijpen nodig, zegt hij. De kampen langs de wegen kunnen volgens hem nog lang niet verdwijnen. „We moeten de bevolking in de heuvels vragen naar buiten te komen en dan aanvallen met alle middelen. Wie niet naar de kampen komt, wil bij de naxalieten blijven”, zegt hij.

Dat belooft opnieuw weinig goeds voor de dorpelingen van Nendra. Drie jaar geleden, na de oprichting van Salwa Jadum, vielen politietroepen en milities hun gemeenschap aan. Hun hutten werden platgebrand, zeker tien mensen werden doodgeschoten. Kamlo’s vader vluchtte met zijn gezin en buren naar het naburige Andhra Pradesh, anderen trokken zich nog dieper terug in de jungle. Vorig jaar kwamen ze terug, onder aansporing van een lokale hulporganisatie.

Waarom werden ze aangevallen? Misschien omdat de dorpelingen werden verdacht van samenwerking met de naxalieten? Ze waren niet naar het kamp van Errabore gegaan. Een man vertelt dat de naxalieten een paar maanden voor de politieaanval hun dorp waren binnengetrokken en grote gaten hadden geslagen in de muren van de school, zodat het gebouw instortte. „Het gebeurde ’s ochtends vroeg. We zaten nog in onze huizen. We waren bang”, zegt hij.

De omstanders kijken zwijgend toe. Even eerder had dezelfde man verteld dat iedereen had meegedaan met de sloop om te voorkomen dat de politie de school zou inrichten als uitvalsbasis. Wat de waarheid ook is, voor de adivasi’s in Chhattisgarh ziet de toekomst er niet best uit. Voor Kamlo is er in de wijde omgeving geen school meer te vinden, er is alleen een berg puin bij de ingang van het dorp. Ze heeft alle tijd van de wereld om haar vader te helpen met de afrastering voor de kippen.

    • Wim Brummelman