Van Hummels eenzame strijd

Bij gebrek aan Nederlandse topresultaten in de Tour is Kenny van Hummel (26) uitgegroeid tot blikvanger. Hij staat laatste in het algemeen klassement, en wil dat blijven, tot in Parijs.

Van Hummel (Foto Bas Czerwinski) 21-07-2009, Bourg-St-Maurice, Frankrijk. Kenny van Hummel na de finish van de 16e etappe. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Maarten Scholten

Hij is binnen. Hij is op tijd. Zeven minuten na zijn ploeggenoot Albert Timmer, die onderweg met maagkrampen naast zijn fiets had gestaan, kwam Kenny van Hummel gisteren opnieuw als laatste over de finish in een bergetappe in de Ronde van Frankrijk. Op 34 minuten en 43 seconden van winnaar Mikel Astarloza. „Kenny Vanumèlle”, riep de speaker en het publiek juichte luider dan voor alle 160 renners die hem voor waren.

„Ik kwam na veertig kilometer al alleen te zitten”, zei de renner van Skil-Shimano, die in het algemeen klassement laatste staat op ruim drieënhalf uur van leider Alberto Contador en drie kwartier achterstand heeft op de voorlaatste, de Wit-Rus Yauheni Hutarovitsj. Afgepeigerd na voorgaande bergritten, nu nog tamelijk monter. „Ik heb intussen wel geleerd om niet in paniek te raken en mijn eigen tempo te rijden.”

Als enige Nederlander haalt hij regelmatig de Franse sportkrant L’Equipe met zijn eenzame strijd tegen de tijdslimiet. The New York Times berichtte dat de man ‘die per dag een half uur langer moet afzien dan de toppers’ ook kwaliteiten heeft als sprinter. Op de rustdag twitterde zijn Japanse ploeggenoot Fumiyuki Beppu: „Ik heb heel veel respect voor Kenny van Hummel. Hij is een superman.” De grote Lance Armstrong reageerde: „Agreed.”

De drager van ‘de rode lantaarn’ als attractie is niet nieuw in mediacircus Tour. Nederlanders Janus Hellemons (1938), Frits Hogerheide (1970), Aad van den Hoek (1976), Matthieu Hermans (1989), Rob Harmeling (1991) en John Talen (1994) haalden ook als de nummer laatst Parijs. Hilarische verhalen over wachten in onverlichte tunnels, om maar op grote achterstand binnen te komen. „Dat kan Kenny zich niet veroorloven”, lacht Iwan Spekenbrink, manager van Skil-Shimano. „Hij moet in die tunnels juist hard doorrijden, anders komt hij te laat binnen.”

Van Hummel is ook een dankbaar onderwerp voor de media door zijn spontaniteit. „Opgeven is geen optie”, roept hij bij de start in het Zwitserse Martigny dapper voor de Belgische televisie. „Ze moeten me van de fiets af schieten om me naar huis te krijgen”, klinkt het in een andere microfoon.” Zijn vloeken en tranen aan de finish waren al bekend sinds hij op het Nederlands kampioenschap uitblonk en tweede werd.

„Hij kan straks de publiekstrekker worden in de criteriums”, zei wedstrijdmakelaar Orlando van den Bosch maandag op de rustdag. „Hoe minder Nederlands succes in de Tour, hoe meer budget er is voor Kenny. Hij is niet alleen laatste in het klassement, hij werd ook al een keer zevende in een massasprint. Daarbij begrijpt hij heel goed dat naast de prestaties ook de presentatie belangrijk is.”

Van den Bosch houdt geen rekening met Merijn Zeeman, trainer van de tweede Nederlandse profploeg, die niets ziet in de ‘rondjes om de kerk’ na de Tour. „Onze renners gaan zeker niet twee weken criteriums rijden. Die beslissing neem ik. Het accent zal na de Tour liggen op herstel, eerst moeten bijvoorbeeld de bloedwaarden weer naar normaal niveau.”

De ploegleiding zegt niet te zwichten voor de commerciële waarde van Van Hummel. „Wij zijn een sportploeg”, zegt Zeeman. „Het sportieve belang staat bij ons altijd bovenaan. Wij leggen ook geen enkele druk op Kenny om door te gaan tot Parijs. Het moet wel verantwoord blijven. Maar Kenny wil zelf heel graag. Hij zoekt zijn grenzen. Je weet alleen of je iets kunt, als je het probeert. Uiteindelijk moet Kenny zelf zijn keuzes maken.”

Van Hummel is geen klassieke drager van de rode lantaarn. Publiciteit is meegenomen maar zijn doel ligt hoger. Dit seizoen won hij al vijf wedstrijden in een massasprint, waaronder een rit in de Vierdaagse van Duinkerken en de Dutch Food Valley Classic (voorheen Veenendaal-Veenendaal). Zelfs topsprinter Mark Cavendish kent zijn naam, zoals bleek na de tweede etappe toen hij de Nederlander ten onrechte beschuldigde van duwen. Ooit wil de geblokte renner de opvolger worden van Jeroen Blijlevens, zijn oud-ploegleider en de laatste Nederlandse sprinter die ritzeges behaalde in de Tour.

Door Parijs te halen, hoopt Van Hummel vooral sterker te worden als sprinter. „Ik wil zoveel mogelijk ervaring opdoen. Uitrijden betekent extra pk’tjes voor de toekomst.” In de tweede Alpenrit reed hij gisteren 110 kilometer in zijn eentje. Over het dak van de ronde, de 2.473 meter hoge Col du Grand-Saint-Bernard, en de Petit-Saint-Bernard (2.188 meter). De tijdslimiet was geen moment een probleem. Parijs? „Met een beetje knokken redden we het wel.”

Kenny van Hummel twittert na elke etappe op nrc.nl/tour

    • Maarten Scholten