Politici zoeken bonusaanpak

Bankiers tonen weinig nederigheid. Politici spreken ferme taal, maar hun aanpak van de bonussen blijft onduidelijk.

„Een absolute schande. Zo betitelt de Franse minister van Financiën Christine Lagardère vandaag in een interview met de Financial Times de terugkeer van de gegarandeerde bonus bij banken.

„Een gebrek aan nederigheid” zijn de woorden die de Amerikaanse president Barack Obama. In interviews voor Amerikaanse televisiezenders zei hij geen verandering van cultuur te zien. „Ze zeggen niet, ‘goh, we hebben er echt een rotzooi van gemaakt’.”

Bij de bankiers komen de hoge beloningen een jaar na de crisis weer terug. Politici reageren als door een adder gebeten.

Lagardère roept de regeringen van alle G20-landen op om met maatregelen te komen die de beloningspraktijken indammen die het nemen van veel risico’s aanmoedigen. Zij noemt het een cri de coeur tegen het terugkomen van de oude gewoonten bij de bankiers.

Sommige banken als Deutsche Bank, Citigroup en Nomura hebben verklaard bonussen te hebben beloofd die voor meerdere jaren gegarandeerd zijn, teneinde personeel te werven of te behouden. Zo wordt gevreesd voor een nieuwe race om toptalent, die de beloningen weer zal opjagen. Een van de prioriteiten van Lagardère is om van Parijs een belangrijker financieel centrum te maken.

Maar Franse banken hebben beloofd geen gegarandeerde bonussen meer te verstrekken en de prestatiebeloning te verbinden met de winstgevendheid van de banken in zijn geheel. Banken moeten bonussen ook kunnen terugeisen als achteraf blijkt dat te hoge risico’s genomen zijn. Houden ze zich er niet aan, dan krijgen ze te maken met strengere kapitaalseisen.

Vorige week ontstond er beroering toen bleek dat zakenbank Goldman Sachs alweer 6,65 miljard dollar apart heeft gezet in het eerste half jaar om eind van het jaar weer bonussen te kunnen betalen, die voor bestuurders en tophandelaren weer kunnen oplopen tot tientallen miljoenen dollars.

Zo dreigen bonussen een belangrijk gespreksonderwerp te worden op de G20-top in Pittsburgh in september. Een winstpuntje voor Wouter Bos, die het onderwerp al op de agenda zette tijdens de vorige G20 in Londen. Al kun je het ook zonde noemen dat regeringsleiders de kostbare tijd die ze moeten besteden aan het repareren van het internationale economische systeem dat dankzij de bankiers zoveel schade heeft opgelopen, moeten besteden aan een verondersteld gebrek aan zelfbeheersing van diezelfde bankiers.

Geen land zal eenzijdig wetten vaststellen om binnen de eigen grenzen beperkingen op te leggen. Vooralsnog vertrouwt men op zelfregulering van de bankiers, met een belangrijke rol voor de commissarissen die zich meer moeten bemoeien met de beloningen van niet alleen bestuurders maar ook van de lagen daaronder. De adviescommissie-Walker stelde in het Verenigd Koninkrijk vorige week verder geen limieten. Eerder stelde de vergelijkbare commissie-Maas in Nederland voor om bonussen te beperken tot maximaal een jaarsalaris.

Toezichthouders krijgen een grotere rol toebedeeld. In Nederland hebben AFM en DNB principes neergelegd waar banken zich aan moeten houden. Anders kunnen ze maatregelen treffen. Maar waar de grenzen liggen, dat is nog niet duidelijk.

In Groot-Brittannië wil de toezichthouder FSA zich meer met de beloningen bemoeien. In een brief aan bankbestuurders waarschuwde directeur Hector Sants dat banken die gegarandeerde bonussen voor een periode langer dan een jaar beloven, gestraft zullen worden.

Opvallend is het dat juist de FSA in de financiële hervormingsplannen van de Conservatieven veel van haar bevoegdheden kwijtraakt vanwege onvoldoende vertrouwen. Dat kan er toe leiden dat zolang de Conservatieven in de oppositie zitten de FSA extra streng wordt om zelf te overleven. Met niets kun je je bij politici en hun electoraat zo populair maken als met het aanpakken van ‘graaiende’ bankiers. Maar het is de vraag of die politici durven te blijven vertrouwen op de toezichthouders die zich voor de crisis lieten inpakken door de bankiers op wie ze toezicht hielden.

    • Daan van Lent