Kraanwater, niets mis mee

Puur, schoon, zuiver: dat imago wil de industrie flesjes mineraalwater meegeven.

Maar de flesjes leveren verspilling en afval op, en kraanwater is net zo goed.

Fotodienst NRC Handelsblad (Foto Hilko Visser en Sasja van Diggelen) Visser, Hilko;Diggelen, Sasja van

Het lijkt cool, een flesje water. Geen calorieën, suiker of kleurstof. Makkelijk mee te nemen op reis, op een wandeling, beter dan koffie op het werk. Zuiver ook, als je erin gelooft. Maar op verschillende plaatsen groeit de kritiek en wordt geroepen dat er een einde moet komen aan al die mensen die overal een flesje water mee naartoe nemen en dat leeg achterlaten.

Venetië is een campagne begonnen om mensen weer aan het kraanwater te krijgen. De gemeentebesturen van Liverpool en San Francisco hebben besloten geen flessenwater meer te kopen, net als zeker zestig andere Amerikaanse steden. Aan Canadese universiteiten zijn studenten ‘waterflesjesvrije zones’ aan het inrichten. En in Australië heeft het stadje Bundanoon, als eerste ter wereld, de verkoop van water in flessen verboden.

Net als een plastic zak is een flesje water „yesterday’s product”, zegt Ian Kiernan, voorzitter van de Australische milieugroep Clean Up Australia. Vrij te vertalen als: zóó 2005.

Dave Jago, van het Britse marktonderzoekbureau Mintel, zegt dat sommige trendy restaurants overstappen op gefilterd kraanwater. „Dat is een duidelijke trend. Het is uit de mode aan het raken om gebotteld water te serveren.”

De producenten van gebotteld water merken overigens nog niet zo veel van deze ontwikkeling. Volgens de meest recente cijfers blijft in bijna alle landen de verkoop van water stijgen, sterker dan die van sappen en frisdranken. Zenith International, gespecialiseerd in marktonderzoek voor de voedsel- en drankindustrie, ziet gebotteld water nog steeds als een onderscheidend element voor een bepaalde lifestyle.

Het is een lifestyle die heeft gepast bij een deel van de mensen die nu ageren tegen gebotteld water. Ze zitten vooral in milieugroepen, want het hoofdargument tegen water in flessen is dat het slecht is voor het milieu. Om de flessen te maken is olie nodig, het vervoer vergroot de CO2-uitstoot, en afval is een probleem.

Een aanvullend argument: het is te duur. Volgens het Earth Policy Institute in Washington is 40 procent van het gebottelde water weinig anders dan gefilterd kraanwater waar soms wat mineralen bij zijn gedaan. In landen als Australië en de VS is een flesje water vaak duurder dan een liter benzine. „Een beter voorbeeld van een ‘vergunning om geld te drukken’ is moeilijk te vinden”, schreef het linkse tijdschrift New Internationalist.

En dat terwijl in ontwikkelde landen de regels voor en controle op kraanwater vaak zeker zo streng zijn als die voor mineraalwater.

Het eerste milieuargument is het plastic. Frisdranken en water zitten in een zogeheten PET-fles (‘pet’ staat voor de kunststof polyethyleentereftalaat). Om die te maken zijn olie en water nodig. Milieugroepen rekenen voor dat 160 ml olie nodig is om een fles van een liter te maken. Als je het water voor de koeling van de energie meerekent, is er vijf liter water nodig om één eenliterfles te maken.

Twee andere rekensommen. Het Earth Policy Institute heeft becijferd dat voor de ongeveer 30 miljard waterflessen die de Amerikanen in één jaar gebruiken, evenveel olie nodig is als om één miljoen Amerikaanse auto’s een jaar te laten rijden. En het Amerikaanse Pacific Institute rekent voor dat de ‘ecologische voetafdruk’ van een literfles water even groot is als wanneer je die voor een kwart met olie zou vullen.

Bij die voetafdruk wordt dan ook het vervoer meegerekend. De milieu-impact daarvan verschilt natuurlijk. Naar schatting een kwart van het gebottelde water wordt naar een ander land vervoerd. Zo drinken de Saoediërs veel water uit Finland, 4.300 kilometer verder. Maar ook in Italië, dat voornamelijk binnenlands mineraalwater drinkt, rijden er per jaar 300.000 vrachtwagens vol flessen water rond.

Afval is het derde milieuprobleem. Wat te doen met al die lege flessen? Afvalscheiding is een voor de hand liggend antwoord. Binnen Europa doen landen dat op verschillende manieren. De Scandinavische landen en Duitsland hebben ervoor gekozen om statiegeld te heffen op vrijwel alle plastic en glazen flessen (en blikjes) waar water, frisdrank of bier in zit. Dat moet mensen ertoe aanzetten hun meegenomen flesje niet ergens achter te laten, ook al is dat in een algemene afvalbak.

Nederland mikt op de gescheiden inzameling van plastic afval. Daarvoor is de campagne Plastic heroes opgezet, met een oranje plastic figuurtje dat mensen moet bewegen al hun plastic afval in speciale containers te doen. Van de 441 gemeentes zijn daar 132 inmiddels mee bezig, zegt projectleider Sven Noordhoek van Netvang, een organisatie die is opgezet door het bedrijfsleven. Hij verwacht dat binnen drie maanden nog eens 100 tot 130 gemeentes ermee beginnen – maar grote steden als Rotterdam en Amsterdam nog niet, omdat afvalscheiding in de binnenstad moeilijk is. „Ik heb er alle vertrouwen in”, zegt Noordhoek.

Er zijn twee doelen gesteld: eind 2010 moet 38 procent van het plastic afval worden ingezameld, in 2012 moet dat 42 procent zijn. „Dit jaar is een opstartjaar, maar ik ga er vanuit dat we dat halen.”

Robbert van Duin, van het Recycling Netwerk, is sceptisch. Hij wijst erop dat er veel verschillende soorten plastic bij elkaar komen die later weer moeten worden gescheiden, en denkt dat het niet makkelijk is om die gescheiden inzameling in heel het land door te voeren. Zijn oplossing: statiegeld, ook voor de kleine flesjes.

Maar statiegeld, dat wil het Nederlandse bedrijfsleven niet. Ze voeren al jaren een stevige lobby om te voorkomen dat de overheid statiegeld oplegt voor kleine flesjes. Te veel rompslomp.

Kom maar kijken bij ons, antwoordt Wolfgang Ringel, vicedirecteur Duitsland van het Noorse bedrijf Tomra, marktleider op het gebied van statiegeldautomaten voor supermarkten. Op een winderig winkelterrein in Mülheim, in het Duitse Ruhrgebied, is bij drie grote supermarkten te zien hoe het werkt.

Bij de Aldi – zo weinig mogelijk gedoe – staat alleen een machine waar flessen met eenmalig statiegeld meteen worden vernietigd. De winkel verkoopt dus geen glazen flessen. De Edeka heeft een groot apparaat voor alle soorten flessen en blikjes. Die worden gescheiden, en wat eenmalig is, wordt meteen vernietigd. Het apparaat van de Lidl heeft als extraatje een knop voor wie zijn statiegeld wil schenken aan een goed doel.

„Alle machines staan online, waardoor we nieuwe producten of andere veranderingen makkelijk kunnen doorvoeren”, zegt Ringel. „Ze houden ook bij hoeveel er verrekend moet worden tussen supermarkt en producent. Het hoeft dus niet ingewikkeld te zijn.”

Ook Ringel erkent dat het beperken van het aantal flesjes een fundamentelere oplossing zou zijn. Veel mensen doen dat zelf al door een plastic flesje te gebruiken als de veldfles van vroeger, en opnieuw te vullen met kraanwater. Dat is een keer of tien goed te doen zonder problemen met bacteriën en schimmels. En als het flesje tussendoor wordt schoongemaakt natuurlijk nog veel vaker.

Venetië, waar inzameling van flessen extra hoge kosten met zich meebrengt omdat bijna overal boten moeten worden gebruikt, wil mensen weer aan het kraanwater krijgen. Inwoners krijgen sinds kort een karaf aangeboden door de gemeente om die te vullen met het ‘water van de burgemeester’ – met dezelfde intentie als in Parijs kraanwater ‘eau de Paris’ wordt genoemd. Om mensen van de kwaliteit van het kraanwater te overtuigen, noemt het waterleidingbedrijf zichzelf Acqua Veritas – het water van de waarheid. Als het kraanwater een beetje troebel is, laat het bedrijf weten, gewoon de chloorresten even laten bezinken.

Het thema van de plastic waterflessen is vorig voorjaar in Venetië op de agenda gezet door de plaatselijke aartsbisschop. Aan het begin van de vastenperiode riep hij gelovigen op om geen plastic flessen met mineraalwater meer te kopen. Op die manier, zei de aartsbisschop, leren we weer „verantwoordelijkheid te nemen voor het behoud van de Schepping”.