Iran wacht periode van meer protesten

Nieuwsanalyse

De oppositie in Iran tegen president Ahmadinejad groeit. Niet alleen op straat maar ook binnen zijn eigen gelederen.

Thomas Erdbrink

De nieuwe protesten gisteren in Teheran, met opnieuw een veldslag tussen honderden demonstranten en veiligheidstroepen, zijn lang niet het enige probleem voor president Mahmoud Ahmadinejad. Het kamp van de president ligt ook van binnenuit onder vuur.

De feestelijke inauguratie van president Ahmadinejad staat gepland voor begin augustus. Maar er is grote onenigheid binnen het presidentiële kamp over de benoeming van een omstreden vice-president die met Israël betrekkingen zou willen onderhouden „als met ieder ander land”.

Gisteren negeerde de president een verzoek van de Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei, om de kandidaat aan de kant te schuiven. Hij blijft bij de benoeming van Esfandiar Ramin Mashaei – een aangetrouwd familielid. Het parlement, dat geen zeggenschap heeft over de aanstelling van adviseurs (die tevens de titel van vice-president kunnen dragen) heeft aangegeven laaiend te zijn.

Maar de belangrijkste tegenstand tegen de zittende macht komt van ayatollah Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, de tweede man binnen de hiërarchie van Iraanse machthebbers. Tijdens het gebed van afgelopen vrijdag sloot hij zich officieel aan bij het kamp van presidentskandidaat Mir Hossein Mousavi, nu de leider van de oppositiebeweging die de regering beschuldigt van fraude bij de presidentsverkiezingen van 12 juni.

De diepe kloof die de Iraanse machthebbers al jaren verdeelt heeft nu geleid tot openlijke oorlogsvoering tussen de partijen. Er is weinig uitzicht op een snelle oplossing of een compromis zonder gezichtsverlies voor een van de twee groepen.

Aan de regeringszijde staan Ahmadinejad en Khamenei, die onlangs openlijk zijn steun uitsprak voor de president. Ze worden gesteund door een kleine groep van invloedrijke geestelijken en hoge commandanten van de revolutionaire garde. Ze staan voor meer macht voor de regering, een keihard buitenlandbeleid, en vinden dat Iran een van de machtigste landen ter wereld zou moeten zijn. Demonstraties zijn tegen de wet, stellen ze. Als de veiligheidstroepen bloed vergieten is dat niet hun schuld maar die van de demonstranten, vinden ze.

Het kamp van de oppositie bestaat ironisch genoeg vrijwel geheel uit het Iraanse politieke establishment van de islamitische revolutie die in 1979 – geleid door ayatollah Khomeini – de sjah verdreef en de shi’itische geestelijken aan de macht bracht.

Mir Hossein Mousavi en Rafsanjani waren beiden invloedrijke politici. Rafsanjani, nog steeds de voorzitter van twee zeer belangrijke geestelijke raden waarvan een de macht heeft om de opperste leider af te zetten, is na Khamenei de belangrijkste man van het land.

De oppositie eist niet alleen dat de betwiste verkiezingsuitslag nietig wordt verklaard, ze willen ook de invloed terug die ze de afgelopen jaren langzaam maar zeker zijn kwijtgeraakt. Met een agenda van meer burgerrechten, meer vrijheden en een normalisering van relaties met het buitenland, is dit kamp minder dogmatisch, wellicht door jaren van bestuurservaring.

Beide groepen hebben hun eigen troefkaarten. Ahmadinejads kamp zet gewelddadige veiligheidstroepen in die met knuppels, traangas en geweren de demonstraties uit elkaar slaan. Er zijn in de afgelopen weken officieel meer dan twintig doden gevallen, maar er zijn aanwijzingen dat dit aantal veel hoger ligt. Mensenrechtenorganisaties noemen aantallen tussen de zestig en meer dan honderd doden.

Maar het geweld lijkt niet te werken. De demonstranten, de sterkste troef van Mousavi’s kamp, laten zich niet meer afschrikken, zo lijkt het. Ieder moment, iedere herdenking is aanleiding voor protesten waarbij meestal een paar duizend maar soms ook tienduizenden mensen de straat op gaan.

Een politieke oplossing lijkt ook ver weg. Rafsanjani, die bekendstaat als een sluw onderhandelaar had in zijn vrijdaggebed geen duidelijk antwoord. Hij herhaalde grotendeels Mousavi’s standpunten door op te roepen tot het vrijlaten van politieke gevangenen, vrijere media en vooral tot „betere communicatie met het volk”.

Khamenei, Ahmadinejad en de staatsmedia zijn onverzoenlijk. Ze stellen, zij het in bedekte termen, dat iedereen een plek heeft in de cirkel van leiderschap, maar dat de verkiezingsuitslag dient te worden erkend, iets wat de oppositie voorlopig niet van plan lijkt.

Wat nu wacht is niet alleen een periode met nog meer protesten, er zijn alweer nieuwe demonstraties gepland voor zaterdag, maar ook nog veel meer politiek spierballenvertoon door het kamp van Ahmadinejad.

Een groot deel van Iran’s politici, commandanten en geestelijken wacht intussen gespannen af welke van de twee groepen als machtigste uit de bus komt, iets wat ondanks het militaire overwicht van het kamp van Ahmadinejad en Khamenei, nog helemaal niet zeker is.

Het gebrek aan legitimiteit van de regering zal tot constante problemen blijven leiden. Menig analist vraagt zich al af hoe lastige problemen zoals het opheffen van subsidiemaatregelen en het invoeren van btw kunnen worden gedaan door een regering die niet kan rekenen op de steun van delen van het volk en het establishment.

Reportages en foto’s uit Teheran: nrc.nl/iran

    • Thomas Erdbrink