IJslandse beloften

De timing had niet slechter gekund. Enkele dagen nadat het parlement van IJsland, de Althing, zich had uitgesproken voor het lidmaatschap van de Europese Unie, dreigt dit land zich een onbetrouwbare partner te tonen.

De kans bestaat dat het parlement de leenovereenkomsten afkeurt die IJsland vorige maand met het Verenigd Koninkrijk en Nederland had gesloten. Met die overeenkomst schoten de Britten en de Nederlanders de verplichtingen voor die IJsland had jegens de spaarders die het slachtoffer waren geworden van het faillissement van Landsbanki, de moederbank van Icesave dat in beide landen was gevestigd.

Geen wonder dus dat minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) gisteren zijn ambtgenoot Skarphédisson in niet al te diplomatieke bewoordingen liet weten dat het EU-lidmaatschap van IJsland wat hem betreft niet aan de orde is, als het land niet zijn financiële verplichtingen nakomt.

Het gaat hier om 20.877 euro per spaarder. Het meerdere, tot een maximum van 100.000 euro, kwam al voor rekening van de landen waar Icesave een bijkantoor had. Ook op basis van eigen wetgeving is IJsland tot deze betaling verplicht. Het land is bovendien lid van de Europese Economische Ruimte (EER), die dezelfde bankenrichtlijn hanteert als de EU, dus ook voor depositogarantiestelsels.

Minister Bos (Financiën, PvdA) sloot de deal met zijn IJslandse collega Mathiesen in oktober vorig jaar. In een periode dus waarin paniek over de kredietcrisis overheerste bij zowel de financiële sector als de regeringen die daarmee werden geconfronteerd. Besluiten moesten haastig worden genomen, ter deëscalatie. Pas vorige maand bereikten Nederland en het Verenigd Koninkrijk een akkoord met IJsland over de uitwerking van de leenovereenkomsten. Dat akkoord is aan goedkeuring door het IJslandse parlement gebonden; een restrictie waarop Bos de Tweede Kamer wel wat luider had mogen wijzen.

Op zichzelf is het logisch dat de Althing zijn fiat moet geven aan een besluit dat voor IJsland grote financiële gevolgen heeft. De politieke opschudding erover in het land is begrijpelijk. De schuld aan Nederland bedraagt 1,3 miljard euro. Met de verplichting aan de Britten erbij heeft de IJslandse staat 4 miljard af te lossen, plus rente. Die rente niet meegerekend is dat zo’n 13.000 euro per IJslander. De leenovereenkomsten vormen dus een gigantische last voor het land.

Dat was een van de redenen waarom het IMF eind vorig jaar besloot IJsland een lening van 2,1 miljard dollar (1,5 miljard euro) te verstrekken. Ook bij die gelegenheid gaf IJsland aan dat het aan zijn verplichtingen jegens binnen- en buitenlandse spaarders zou voldoen. En belofte maakt schuld, zij het wel heel veel in dit geval.

IJsland en zijn bevolking behoren tot de grootste slachtoffers van de internationale financiële crisis. Maar het betaalt ook de tol voor de in verhouding tot de omvang van het land veel te grote financiële sector die er binnen zijn grenzen was. IJsland zal er, linksom of rechtsom, voor moeten boeten.