Het bestaan van God is niet bewezen, dat van de Holocaust wel

Joël Voordewind (ChristenUnie) wil een wetsvoorstel indienen dat de ontkenning van de moord op Joden in de Tweede Wereldoorlog strafbaar stelt. Ger Groot (Opiniepagina, 15 juli) is tegen zo’n wet: „De wet is er niet voor bedoeld te bepalen wat in de geschiedenis al dan niet heeft plaatsgevonden. Dat is een zaak die met behulp van onderzoek, feitenmateriaal en discussie in het wetenschappelijk debat moet worden uitgevochten.”

Klopt het dat er nog een debat etc. moet worden uitgevochten om te bepalen of de moord op de Joden „al dan niet heeft plaatsgevonden”?

Om zijn betoog kracht bij te zetten, noemt Groot vervolgens het „al even sacrale hete hangijzer uit het debat over vrije meningsuiting: het godslasteringsverbod.”

Even los van de vraag of een en ander wettelijk wel of niet strafbaar zou moeten worden gesteld: wat doet hij hier? Hij vergelijkt de ‘smalende’ ontkenning van het bestaan van God met het ‘smalend’ ontkennen van de zesmiljoenvoudige moord op Joden destijds. Mensen beledigen is soms nodig, soms grappig, soms ergerlijk en soms onuitstaanbaar. Wetten kunnen het voorkomen noch genezen. Maar daar gaat het hier niet om. De systematische moord op Joden vergelijken met de dagelijkse praktijk van wel of niet geloven in een opperwezen is op zijn zachtst gezegd ongelukkig gekozen. Het bestaan van God is niet bewezen. Dat andere wel.

Jessica Voeten

Amsterdam